Alles stroomt
10 gesprekken over de I Tjing (het Chinese “boek der veranderingen”)
“Wind op donder: het beeld van de vermeerdering.
Alzo de edele: ziet hij iets goeds, dan doet hij het na.
Heeft hij gebreken, dan legt hij ze af”
Uit de I Tjing, hexagram 42, De Vermeerdering, bij “Het Beeld”
Inleiding
Kan een Chinees orakelboek uit de oudheid van betekenis zijn voor onze eeuw? De I Tjing (Chinees: yiying) of zoals wij het vertalen met “het boek der veranderingen” is één van de meest waardevolle boeken uit de wereldliteratuur. Het boek heeft in China zijn oorsprong gevonden. “I” betekent “wending” en “Tjing” staat voor “een oud geschrift”. Letterlijk dus: “het oude geschrift over de wendingen”. Orakeluitspraken bevatten vaak dubbelzinnige teksten. Intuïtie en originaliteit zijn noodzakelijk voor een juist begrip. Het raadplegen van een orakel is dus niet een leer of een geloof, maar een creatieve manier om in contact te komen met de innerlijke wereld. Het komt erop aan dat de raadpleger een combinatie van analyse en intuïtie weet aan de dag te leggen. De antwoorden wellen dan op uit de psyche van de vragensteller. De innerlijke wereld van het individu, de psyche, bevat namelijk persoonlijke en collectieve inhouden. Oerbeelden maken deel uit van de structuur van de oudste lagen van de psyche. Het zijn zogenaamde archetypen die dan actief zijn, een soort van onpersoonlijke psychische oerpatronen in de mens, autonoom van aard, dwingend, fascinerend en erfelijk, waarvan de vorm bij aanvang, bij de geboorte dus, vastligt, maar waarvan de inhoud steeds verandert, wisselt en transformeert. De I Tjing bestaat verder ook uit getallen, hexagrammen en tijdslijnen waarmee verschijnselen in de uiterlijke wereld synchronistisch samenvallen met innerlijke ervaringen. Mensen leven en denken in bepaalde complexe patronen, die soms schijnbaar haaks tegenover elkaar staan, maar die altijd “komen” en “gaan”, als de tijd er rijp voor is; die verdwijnen en terugkeren. Een orakel raadplegen is zich naar de diepste laag van onze persoonlijkheid, én van de wereld, richten.
Wat betekent dit alles nu voor ons? Kan een individueel persoon zich losmaken van de vooringenomenheid die is aangeleerd in een groep? Immers, nationalisme, communisme, boeddhisme, humanisme, het christendom, de islam, wetenschap, niets van dit alles heeft de mens bevrijd van conflicten, zorgen, kommer en kwel. Kan het nu dat men mét de I Tjing vertrekt vanuit een individueel, eigenhandig onderzoek, in absolute vrijheid? Dan is het alsof er een revolutie voor de deur staat. Niet de revolutie van een leider, een geloof, een goeroe, een systeem, een leer, een wetenschap, of door het maken van wetten, maar geboren uit elk individu op zich. Mensen willen de wereld veranderen. Mensen willen de wereld maken naar hun beeld en verwachtingen. Ze willen de omgeving naar hun hand zetten, beheersen, terwijl de werkelijkheid, de dingen zoals ze zijn, iets als “vanzelf” is. Verandering vindt altijd plaats. Daar hoeft niemand iets voor te doen. De I Tjing raadplegen wil zeggen dat men wil weten hoe de dingen ervoor staan. Men wil vaststellen wat de realiteit op dat moment is. Als men aan de I Tjing advies vraagt met de bedoeling om de wereld te veranderen, dan komt men echter van een kale reis terug thuis. In de Sjang-dynastie in China hebben de keizers het orakel geconsulteerd aan de hand van schildpadbladen, om vast te stellen wat er te doen viel. De latere commentaren op de I Tjing hebben het over het “vrije” handelen door middel van de I Tjing. Maar de oorspronkelijke manier van raadplegen was “ter vaststelling”. Op het moment dat men vaststelde wat er was, vond vrijheid plaats. Dit geldt nu nog steeds. Drieduizend jaar tijd maakt niets uit. De weg naar Rome ligt vast. Het is niet zo dat u, op het moment dat u naar Rome reist, de weg nog moet aanleggen of dat de stad nog gebouwd moet worden. Er moet niets tot stand gebracht worden tegenover een moment in de toekomst. Dat moment ligt daar, zoals Rome daar al ligt. Maar de wil, de ambities en de motieven van het “zelf” zien het anders. Er wordt een muur opgetrokken tussen het “zelf” en de buitenwereld. Toch liggen alle gebeurtenissen in het universum gewoon dààr, helder en bloot, zoals een oranje tennisbal op een groene grasmat. Als er sneeuw op de mat ligt, ziet men de bal niet. Als de sneeuw smelt wordt duidelijk wat daar ligt. De I Tjing stelt dus vast, smelt de sneeuw. Het verzacht het “zelf”.
10 gesprekken over de I Tjing, het boek der veranderingen
Eerste gesprek
Wat voor boek is de I Tjing, het boek der veranderingen? Ik ben er in beginnen te lezen, maar ik begrijp er niets van.
Alles begint met het aandachtig aanwezig zijn bij wat-is. In feite is dat de I Tjing. Maar de oudste bronnen van het Chinese boek zijn wel drieduizend jaar oud. Het boek bestaat uit verschillende lagen. Oorspronkelijk werd de I Tjing als orakel gebruikt. Het was enkel bedoeld voor Keizers en Generaals. Nu kan iedereen het raadplegen, niet enkel als orakelboek, maar ook, en vooral, als wijsheidsboek. Het is één van de mooiste boeken uit de wereldliteratuur. De kracht ervan ligt in zijn vernuftige samenstelling, waardoor het boek in staat is om alle gedachtepatronen van de mensen die het raadplegen, uit alle tijden, bloot te leggen.
Ik vraag mij af of je met de I Tjing echt kan voorspellen?
Het boek wordt als orakel- en voorspelboek voorgesteld. Toch gaat het steeds om een “waarschijnlijkheid”. Het Chinese woord “zhen” betekent “vaststellen”. De I Tjing stelt de patronen en de situaties vast, maar voorspelt ze niet. De gebeurtenissen zijn een logisch gevolg. Als u voor het clubcafé van de hell’s angels staat en naar binnen roept: “jullie zijn allemaal nichten en mietjes!” dan is de kans groot dat u daarna hard moet gaan lopen. Dat is vrij logisch. U zal door het lopen calorieën verbranden, en daardoor vermageren. Omdat u bent vermagert zijn uw broeken, hemden en truien te klein geworden, dus u zal er nieuwe moeten kopen, wat geld zal kosten. Kortom, een orakel vooraf zou kunnen luiden als volgt: “de hell’s angels kosten u geld”. Alle grapjes ter zijde gelaten, maar mochten we alle onderdelen van een vraag of een situatie kennen, tot in de kleinste details, dan is ook alles voorspelbaar. Alleen begrijpen we niet de ingewikkelde bewegingen en spongen van wat men materie en energie is gaan noemen. Er is in de natuurkunde sprake van kwantumsprongen, donkere (onzichtbare) materie en donkere (onzichtbare) energie. Deze zouden allemaal in grote hoeveelheid aanwezig zijn in het heelal. Het is onmogelijk om in een dergelijke context alwetend te zijn, om alles te kennen en samen te kunnen voegen. De I Tjing toont ons een matrix, een voorstelling of een richting, maar het is geen voorspelling.
Wat kan men aan de I Tjing vragen?
Wat is de ultieme vraag, uiteindelijk, door alle tijden en alle generaties heen? Waarover gaat het als we het willen hebben over het bestaan?
Mensen worstelen met hun relatie, met hun werk, hun gezondheid, met geld of met hun vrienden.
Zij stellen dus vragen over hun zorgen, verdriet en problemen. Kunnen we nu op de een of andere manier al onze problemen met wortel en al uitroeien? Bestaat er zo’n mogelijkheid? En kunnen we zoiets doen in één ogenblik? Dus zonder dat er een discipline voor nodig is, of een proces of een weg ergens naartoe? Is zoiets mogelijk? En zo ja, waarom doen we dit dan niet onmiddellijk?
Wat u suggereert zou fantastisch zijn, maar met wat orakels uit een Chinees boek gaan we niet ver komen, denk ik?
Is dat zo? Met de gesprekken die we voeren kunnen we op onderzoek uit gaan. We kunnen starten met de vraag of orakels en natuurbeelden ons kunnen helpen bij onze problemen, bij onze angsten en onzekerheden? Een direct antwoord maakt elk gesprek onmogelijk, of op z’n minst overbodig. En nu we hier toch zijn. Velen van ons zijn op zoek naar geluk. Wat is geluk? Dat is een interessante vraag om aan de I Tjing te stellen. U zult merken dat er steeds een ander, en nieuw, antwoord op deze vraag komt, afhankelijk van diegene die de vraag stelt en van het moment waarop de vraag gesteld wordt. Geluk kent vele gezichten. Iemand gaat failliet en verliest al zijn aandelen op de beurs, komt thuis en merkt dat zijn vrouw en kinderen nog steeds van hem houden, of de enigen zijn die nog van hem houden. Dus hij ervaart, in zijn ongeluk, een groot gevoel van opluchting en vreugde. Hetzelfde geldt voor welvaart en bezit. Wat houdt dit in? En de gezondheid? Natuurlijk is het meest aangename om helemaal gezond te zijn. Een pijnlijke tand kan je humeur al bederven. Alleen komt het zelden voor dat iemand gezond is en dat ook blijft. Er is een grotere zekerheid dat een of andere ziekte hem ooit zal overvallen dan dat hij voor altijd gezond zal blijven. Wat zijn de feiten? Daar gaat de I Tjing op in. Wat zijn de feiten bij een zekere tijdslijn en in een specifieke situatie? En geduld heeft te maken met de “tijd”. Hoe kan ik het juiste doen op de juiste tijd? De tijd is een beleving van de werkelijkheid. Het is iets heel subjectiefs. Het hangt af van het bewustzijn van de raadpleger. Hoe kan hij, door het zien van de I Tjing orakels, de kloof tussen wie waarneemt en wat er wordt waargenomen dichten? En is dat mogelijk? Kan die kloof dicht? Kan ik zien dat de woede die ik ervaar bij een situatie niets anders is dan de werking van wat ik “mijn” zelf noem? Het “zelf” ervaart een schijnbaar tekort, een frustratie, en het wil dat de werkelijkheid anders zou zijn dan die effectief is. Het “zelf” ervaart, door middel van gedachten, een onrecht, en dus een woede. Maar is er een verschil tussen de woede, feitelijk, en wie de woede ervaart. Als diegene die de woede zogezegd ervaart, zich-zelf doorziet, is dan niet de woede doorprikt? Is het dan nog “zijn” woede, of doet woede zich dan gewoon voor?
Als ik het goed heb begrepen dan kan ik het boek der veranderingen raadplegen als ik een vraag heb of als ik een probleem in het leven ervaar en niet goed weet hoe ik daarmee moet omgaan?
Alle vragen en thema’s kunnen aan bod komen. Stel open vragen, vragen waar u met meer dan “ja” en “neen” kunt op antwoorden. Hoe ga ik het beste om met persoon x? Wat raadt de I Tjing mij aan betreffende…..? Hoe handel ik best in de volgende situatie: ……….? Wat is belangrijk de eerstvolgende dagen? Waar kan ik best rekening mee houden als ik ….? Vertrek steeds vanuit de eigen waarneming, vanuit diegene die het boek raadpleegt. Stel geen vragen over anderen. Het zijn uw zaken niet wat anderen doen of hoe anderen zijn. Tenzij men er u uitdrukkelijk om verzoekt.
Wat mag ik van de antwoorden van het boek verwachten?
De antwoorden zijn vaak erg to the point. Het is verbazingwekkend hoe de associaties, de lijnen en beelden een situatie kunnen weergeven waar de vragensteller zich net exact in bevindt. Een duidelijk signaal is wanneer u innerlijk een soort van aha-gevoel ervaart. Maar zelfs dan is het belangrijk om het antwoord niet te vlug in te vullen en te interpreteren. Het onderzoek op zich is ook al belangrijk. U leert het boek en de symboliek gaandeweg kennen. U krijgt een relatie met de woorden en beelden. Bepaalde hexagrammen kunnen een betekenis hebben die alleen jij eraan geeft. We hebben het hier over een persoonlijk onderzoek.
Maar is het antwoord dan “waar”? Ik vrees dat het antwoord iets is wat ik graag zou willen zien? Ik weet echt niet of ik de orakels wel mag geloven. Is het geen self-fulfilling prophecy? Ik zie dan in de teksten wat ik zelf wil waarnemen, en niet wat er werkelijk is?
Is er een verschil? Is er tussen wat ik “wil” waarnemen en wat ik effectief waarneem een verschil? Kan er iets anders worden gezien dan “de wil”? Als het “zelf” verandert, verandert dan de werkelijkheid? Is er iets wat geen zelf vervullende werkelijkheid is? Uiteindelijk is het werken met de I Tjing in-zicht krijgen in de werkelijkheid, in wat we denken en doen, in de waarheid. Wat is de werkelijkheid? Wat is waar? Wat is feitelijk? Er is een duidelijk verschil tussen wat-er-is en de mening over wat-er-is. Wat ik vind dat er is, mijn idee over iets, de gedachten omtrent de werkelijkheid, deze stemmen soms niet overeen met wat de feiten zijn. Kunnen we die twee nu samenbrengen? Of moet het denken, met zijn geblaat en gedreun, volstrekt stoppen als we de feitelijke waarheid en de werkelijkheid van iets willen zien? Staat het denken het zien van de waarheid in de weg? U kunt ervan overtuigd zijn dat u vrouw u niet had mogen verlaten, de werkelijkheid is dat zij bij een ander woont. Het ene is een overtuiging, het andere is de waarheid.
Het is toch moeilijk om zomaar alles te accepteren wat er is?
Is er wel “iemand” die kan accepteren of die niet kan accepteren? Eenmaal u het ziet is het al acceptatie. De rest volgt vanzelf, in de stroom van het leven.
Ik vind dat er waarden zijn waar de mensen zich moeten aan houden, anders vervallen we in anarchie en is er enkel het principe van “elk-voor-zich”?
Is het momenteel anders dan “elk-voor-zich”?
Net daarom.
Dus u wilt het “elk-voor-zich” veranderen in “allen-voor-elkaar”? Is het dat? Is dat uw ideaal? Is dat uw liefde?
Ja, dat is liefde, en de wereld zou er veel mooier uitzien.
Dat is interessant. Bent u een voorspeller? Kan u weten hoe de wereld er zou uitzien als het “allen-voor-elkaar” principe het haalt? En is uw ideaalbeeld wel haalbaar en realistisch? Of is het een droom, een verlangen? Wie zal het aan de onwilligen opleggen? Kan het ooit dat elke mens, al de zes miljard mensen samen de daad bij het woord voeren, en handelen vanuit het “allen-voor-elkaar” principe? En maakt dit streven naar het ideaal u gelukkig? Is er nu vrede in uw hart? Bent u nu zelf het “allen-voor-elkaar” of het “ieder-voor-zich”? Wie wilt er dat anderen anders zouden zijn dan dat ze effectief zijn? En is dat dan liefde? U die zegt hoe anderen zouden moeten zijn? Kan er liefde zijn als u zelf geen liefde bent?
Maar iedereen wil dat toch?
Is dat zo? Bent u iedereen? Weet u wat elke andere mens wilt, denkt, verlangt? Bent u de norm?
Bent u het?
Het is niet omdat er velen zijn die iets geloven, denken of doen, dat het daarom meer “waar” of “feitelijk” is. Het enige wat er is, is dat wat er is. Nu. Op dit ogenblik. Al de rest is illusie, wishfull thinking. Het houdt geen steek. Uw verlangen naar liefde is het begin van oorlog. We kunnen met één miljard mensen geloven dat reizen naar Mekka, en rond een steen lopen als kippen zonder kop, heel waardevol is en de wereld zal verbeteren, daarom is dat nog niet een feit. De wereld is niet beter van. Wel integendeel, door dat te denken, en u met een groep te identificeren, sluit u de andere groepen uit, veroordeelt u hen omdat zij niet doen wat jij verlangt, en u wilt hen vervolgens bekeren, veroveren, enzovoorts, en uiteindelijk is uw dwingende verlangen de oorzaak van oorlog, discussie, ellende en lijden. Laat ons een kop koffie drinken.
Ik heb de indruk dat u het duidelijk niet eens bent met de Islam?
Oh, maar niet alleen de Islam is een onzinnige manier van denken, voelen en handelen. etHetHet gaat om elke vorm van mentale conditionering of identificatie met een groep. Een innerlijke revolutie is alleen mogelijk als iedereen voor zichzelf op onderzoek uit gaat, en daarbij geen enkele autoriteit aanvaardt.
Ook niet de autoriteit van de I Tjing?
De I Tjing is geen autoriteit, en wil dat ook niet zijn. Als u het toch wilt doen, en de verantwoordelijkheid voor uw leven in handen van de I Tjing legt, dan neemt het boek u zelfs in de maling. Het haalt grapjes met u uit. Het geeft totaal zinloze antwoorden, foute hexagrammen en dies meer.
Je kan er dus niet rekenen. Dat is grof.
Het boek is enkel een bundeling oude orakelteksten, natuurbeelden en spreuken, die men kan onderzoeken, steeds weer, van ogenblik tot ogenblik. Tot voor enkele jaren legden ouders in België hun baby’s op de buik om ze te laten inslapen. De organisatie “kind en gezin” stimuleerde dit en raadde het jonge moeders aan. Nu blijkt dit bijzonder gevaarlijk te zijn doordat het een groter risico betekent op wiegedood. Kinderen legt men het beste op de rug. Neen, u moet anderen niet volgen. Dan loopt u de weg van een ander. Misschien biedt het een zekere veiligheid, troost en wat hoop, maar het kan u niet naar de waarheid brengen. Of het nu Coca-Cola, een jeans, vijf keer bidden per dag of een hoofddoek betreft, onderzoek zelf wat de waarheid is. De I Tjing kan u helpen. Het is natuurlijk niet gemakkelijk om een autoriteit achter u te laten, om u te onttrekken aan het meest gangbare, om dan een eigen weg te gaan, tegen alle tradities en machten in. U komt uiteraard alleen te staan. Het boek der veranderingen is een spiegel, een klankbord, maar geen autoriteit. U hoeft de ene autoriteit niet te vervangen door een andere. Dat zou wel heel dom zijn. Leg alle autoriteit ter zijde. Onderzoek zelf wat zuiver denken en zuiver handelen is.
Is “zuiver” al niet een interpretatie?
Wat is “zuiver” voor u? Zoek het maar uit.
Maar ik wil zekerheid over wat ik weet?
Wilt u dat ik u zeg wat “zuiver” is? Dan is het al niet meer zuiver.
U zegt dat de I Tjing een revolutionair boek is? Wat bedoelt u daarmee?
Politiek en religie hebben tot op heden geen soelaas gebracht. De wereld dreigt ten onder te gaan. Heeft een revolutie tot op heden onze problemen opgelost? Kan een ideologie ons bevrijden? Kan een systeem onze zorgen overnemen en ons gelukkig maken? Mocht het kunnen, dan was het allang gebeurt, toch?
Maar de wereld moet toch verbeteren, anders gaan we er allemaal aan?
De enige revolutie die werkbaar is richt zich op het innerlijke van de individuele deelnemer van de mensheid. Het besef van het individu om geen onderdeel meer te zijn, maar het geheel, is al revolutionair. Zolang we de “werking van het zelf” niet tot op het bot hebben doorgelicht en gezien, zolang kunnen de conflicten in de wereld, het lijden, de ellende en de miserie niet ophouden te bestaan. Dat is klaar.
Is de I Tjing een “heilig” boek?
Veel mensen doen heel sacraal over het boek. Sommigen wikkelen het zelfs in zijde, leggen het op een speciale plaats in huis en zo. Maar dat is allemaal onzin. Het zijn wijze woorden op papier. Dat is alles. Als het boek zelf belangrijker wordt dan de inhoud, dan het te leven, dan is het alsof een visser enkel bezig is met het visnet, en nooit uit gaat varen om te vissen. Hij gaat dood van de honger, dat is vrijwel zeker. Bestaat er iets dat “heilig” is? Heeft u dat al onderzocht?
Bent u dan een I Tjing-meester?
Neen. Geen meester of leraar. Als u met “meester” bedoelt een perfecte mens of iets dergelijks, dan kan je best eens met mijn vrouw gaan praten. Zij zal u vlug van gedachten kunnen doen veranderen. Er zijn geen I Tjing-meesters. Als er al meesters zijn, dan staan die voor de kinderen in de klas, en leren hen lezen en schrijven.
U bent toch een specialist wat de I Tjing betreft?
Flauwekul. We hebben het hier over een uit de hand gelopen hobby. Specialisme betekent meestal dat iemand zich heeft verengd tot één onderwerp. Door de I Tjing te onderzoeken is het denken eerder verruimd dan verengd.
Is het niet verschrikkelijk dom om een boek te willen volgen?
Absoluut. Dat is heel dom.
Maar u volgt toch wat de I Tjing u adviseert?
Er wordt iets heel helder gezien. U stapt binnen en u ziet een tijger. Die komt op u af. U loopt naar buiten en u sluit de deur. Is dat dom? Dat is nochtans wat er gebeurt als u de I Tjing om advies vraagt. U stelt aan het boek een vraag, zoals u een vraag zou stellen aan een vriend, een voorbijganger of aan een tooghanger, who cares, en het antwoord dat u krijgt is zo helder dat u onmiddellijk handelt. Dat is wat er gebeurt. Het heeft niets te maken met het volgen van iets of iemand. U ziet de feiten, zoals ze zijn, en u handelt ernaar. Uw buik knort en u eet iets. Zo simpel.
De I Tjing is toch niet eenvoudig te begrijpen?
Een tijger die op u afspringt is niet zo moeilijk om te begrijpen. Wat u wellicht bedoelt is dat de samenstelling van het boek niet gemakkelijk is. Als men zich wil verdiepen in de inhoud van de I Tjing, en in het ontstaan ervan, en in de lijnen, de trigrammen en de hexagrammen, dan lijkt dit op het eerste zicht inderdaad vrij moeilijk. Maar dat is paardrijden ook.
De I Tjing kan je toch niet vergelijken met paardrijden?
Is dat zo? Zijn onze gedachten soms niet als wilde paarden, die er vandoor gaan als we ze niet met teugels weten in te tomen? Ik bedoel eigenlijk maar dat de verdieping in de I Tjing zoiets is als om het even welke andere passie. U leert paardrijden, brons bewerken of een muziekinstrument bespelen, en daarvoor heeft u wat basiskennis nodig, en veel oefening, tot u het onder de knie hebt. Als men de I Tjing wilt doorgronden, en de geschiedenis ervan kennen, de levens van de samenstellers ervan bestuderen, de verschillende methoden om het te raadplegen, enz., dan lijkt het of er veel tijd en energie in gaat, maar zoals bij elke passie, als de klik er is, dan lijkt het ook alsof de tijd voorbijvliegt, en dat het geen inspanning vraagt. Niet iedereen hoeft alles over de I Tjing te kennen om het te begrijpen. U leest een tekst bij een orakel, een beeld of een lijn, en u bent zo geraakt, dat het allemaal ineens heel helder en duidelijk is, telkens opnieuw, bij elke raadpleging.
Wat is de belangrijkste boodschap van de I Tjing?
Dat is een moeilijke vraag, en voor elke raadpleger is er wellicht een andere invulling. Feit is dat het leven beweegt, stroomt en verandert, maar dat het “zelf” er steeds weer naar streeft om zekerheid en veiligheid te creëren, om een definitieve oplossing en antwoord te krijgen. Daarnaar is het “zelf” op zoek, en zolang dat niet is gevonden blijft het zoeken, als naar een Graal, maar altijd is er uiteindelijk de verbittering, de ontgoocheling en is er de frustratie en de onvrede. De I Tjing lijkt te willen vertellen dat er geen zekerheid is, dat zoeken overbodig is, dat het antwoord dat we willen in feite de vraag zelf is. Het leven is steeds weer nieuw, zoals elk antwoord van de I Tjing. Het is dezelfde tekst bij eenzelfde hexagram, maar door de inhoud van de vraag, is het toch weer altijd nieuw.
Dat begrijp ik niet? Wat bedoelt u met altijd weer nieuw?
De I
Tjing geeft
antwoorden via beelden, ook wel hexagrammen genoemd. Dat zijn
zes-lijnige figuren die telkens een patroon voorstellen. De zes
lijnen kunnen yin (onderbroken=
)
of yang (heel =
)
zijn. Als u alle combinaties van yin en yang maakt, dan merkt u dat
er 64 hexagrammen of tekens gemaakt kunnen worden. Het is een binair
stelsel. Bij een antwoord kan ook sprake zijn van een “bewegende
lijn”. Deze geeft een verandering weer van de situatie of van
de “tijd”. De interpretatie van die lijnen en
veranderingen maken het mogelijk dat alle verschijnselen kunnen
worden weergegeven, alsof het een spiegel is die de werkelijkheid
weerkaatst.
Zijn de antwoorden dan geen wishfull-thinking? Maakt de raadpleger zichzelf niet gewoon wat wijs? Ziet men in orakels niet datgene wat men er wil in zien?
Dat kan. Anderzijds, een tijger is een tijger. U kunt niet blijven doen alsof het een klein schichtig muisje is. Wie kijkt, en wat er effectief gezien wordt, dat is uiteraard hetzelfde. Er is vastgesteld dat het denken vaak tussenbeide komt en de tijger niet wil of kan zien. De I Tjing kan een spiegel zijn die de feitelijke dingen zuiver weerkaatst, tot er geen raadpleger meer is noch een spiegel, maar enkel het aanwezig zijn van licht. Dat licht is de leegte, de liefde, de dood en de schepping.
Tweede gesprek
Het boek der veranderingen moet men raadplegen door het opgooien van muntjes. Via het toeval komt de vraagsteller tot een hexagram of beeld, dat dan een antwoord zou moeten voorstellen op zijn vraag. Is dat niet allemaal ver gezocht en slechts een vorm van naïef bijgeloof?
Is niet elke vorm van geloof een soort van bijgeloof? Kunt u absoluut zeker zijn van iets? Weet u zeker dat de woorden die iemand spreekt waar zijn? Of gelooft u hem als hij zegt “ik hou van je”? Bent u zeker van iemand? Bent u zeker van uw job? Bent u zeker dat u oud zal worden? Ik bedoel maar dat het antwoord van een orakel net zo onzeker (of zeker) is, als elke andere gebeurtenis die zich in uw leven voordoet. Er zijn vele manieren om via de I Tjing een antwoord te krijgen op een vraag. De moeilijkste vorm van raadplegen is door gebruik te maken van het duizendblad. Het duurt uren voor u tot een hexagram komt. De techniek op zich is al moeilijk om aan te leren. Wel toont de duizendbladmanier aan dat het boek der veranderingen deels gestoeld is op berekeningen, dus op de wiskunde van de gehele getallen. Het is de oorspronkelijke manier. Voordat men het duizendblad gebruikte was er wel een andere vorm van orakelraadpleging. Priesters en geleerden staken een roodgloeiende ijzeren staaf in het schild van een schildpad en lazen in de breuklijnen die zo ontstonden de toekomst af. Verder waren er ook mediums en sjamanen die als orakel fungeerden. Maar wat de I Tjing betreft zijn het duizendblad en het opgooien van munten de oudste vormen om tot een orakelantwoord te komen.
Dus pure gissingen? Toevallig? Kan men daarin dan wel vertrouwen hebben?
Voor rationeel ingestelde mensen is het inderdaad moeilijk aanvaardbaar dat het opgooien van munten kan leiden tot een advies op het vlak van levensvragen. En toch kan het. U moet u durven afvragen wat we onder het woord “toeval” verstaan. Hoe definieert u “toeval”? De dingen “vallen” u “toe”? Kijk, echt toeval betekent dat er zaken bestaan die er zonder oorzaken zijn gekomen. De afwezigheid van een oorzaak definieert wat “toeval” betekent. Een gezonde dosis scepsis is dus op z’n plaats. Toeval is immers een gebeurtenis zonder oorzaak. Bestaat er zoiets? Bestaat toeval wel? Een lege hand die u dichtknijpt en weer opendoet, en waar ineens 500 euro in ligt… Dat is het “echte” toeval, wat in feite magie is. Maar magie is een kinderlijk bijgeloof. Alles wat gebeurt kent namelijk een oorzaak, ook al is de oorzaak subtiel. Misschien zijn de oorzaken van gebeurtenissen onbekend voor ons denken, want onze kennis is beperkt, maar het betekent echter niet dat de oorzaken er niet zouden zijn. In de kwantumfysica begrijpt men niet altijd wat er feitelijk gebeurt. We kijken naar iets en het bestaat ineens. Dat lijkt wonderbaarlijk. Toch hebben alle gebeurtenissen een oorzaak. Een oorzaakloos toeval bestaat niet. Het is vals. Het kan een illusie zijn. Goochelaars en illusionisten gaan op deze manier te werk. Zij doen u in een illusie geloven. Dat is niet wat er gebeurt bij het opgooien van munten. Hoe munten zullen vallen, dat is duidelijk geen oorzaakloze gebeurtenis, maar het gevolg van tijd, luchtdruk, kracht, weerstand, materialen, enz.. U kunt perfect berekenen hoe de munten zullen vallen, mochten wij alle kennis hebben over de context waarin de munten zich bevinden. In feite is alles wat er gebeurt, in het hele heelal, een gevolg van oorzaak op oorzaak, tot aan de voorlopig eerste oorzaak die wij kennen, namelijk: de oerknal.
Is de I Tjing dan wetenschappelijk te noemen?
In de exacte wetenschappen probeert men alle toevalligheden uit te schakelen, om zo proeven te kunnen doen, die op hun beurt tot wetten en definities kunnen leiden. Zij sluiten op die manier grote delen van de werkelijkheid uit om de werkelijkheid te willen begrijpen. Met de I Tjing is het omgekeerd. Er wordt niets uitgesloten, maar alles wordt in rekening gebracht, zodat het zogenaamde “toeval” centraal komt te staan. Daar rond clustert de werkelijkheid van die specifieke fractie van een moment. Wetenschappelijk denken werkt fragmentarisch, de I Tjing toont ons het hele plaatje. Beide manieren van de werkelijkheid benaderen vullen elkaar aan. Ze hoeven elkaar niet uit te sluiten. Natuurlijk kunt u met deze vorm van “toeval” niet “experimenteren”, in de definitie die de wetenschap eraan geeft, omdat u nooit over dezelfde omstandigheden beschikt. Munten vallen het ene moment anders dan het volgende moment. Het geheel (of het heel-al) is nooit exact hetzelfde. U kunt twee of meermaals dezelfde vraag stellen en steeds een ander antwoord krijgen. De context van het geheel is immers organisch, wisselend, veranderend. Het menselijke denken zoekt altijd naar wetmatigheden en zekerheden, terwijl de I Tjing enkel de werkelijkheid –en dus ook het denken op dat moment- wil weergeven, zoals die is. De westerse wetenschap is een onderdeel van het menselijke denken, en alle denken is fragmentarisch, dus onvolledig. Het kan niet volledig zijn omdat het denken gebonden is aan tijd, aan het verleden, want denken is vergelijken, en vergelijken kan enkel met iets wat men al kent, dus met het verleden. Daarom is het denken iets dat oud, dood en voorbij is. Het kan nooit een weergave zijn van iets nieuws, levend of toekomstig.
Is de I Tjing wel volledig? Ook een boek is door het denken bijeengeschreven? Is bezig zijn met het boek der veranderingen een bezig zijn met het heelal? Dat klinkt hoogdravend.
Bestaat er iets dat geen heelal is? Kunt u niet-bezig zijn met het hele-al. U bent het. Als u met het “zelf” bezig bent, bent u dan met iets anders bezig dan met dat-wat-er-is? Hoe kunt u niet-bezig zijn met wat u bent. Bezig-zijn is al het heelal. Dus is de I Tjing raadplegen inderdaad het heelal raadplegen.
Vertelt de I Tjing ons zaken over het heelal en de natuurkunde?
Niet in zoveel woorden. Waar we het kunnen over hebben, dat is de grondslag of de dieperliggende principes waaruit de I Tjing bestaat. In de Wilhelm-editie is de I Tjing uitgesplitst in drie boeken. Hier hebben we het ook over het middelste boek. Daarin ziet u hoe de I Tjing een gesloten getallensymboliek kent. De samenstellers van het boek gebruikten enkel de “hele” getallen van de wiskunde. Dat is een zekere beperking. Anderzijds is er sprake van een intuïtief begrip van de kosmische verhoudingen tussen natuur en geest. De uiterlijke ervaring is dan de “natuur” en de innerlijke ervaring is de “geest”. De diepste en laatste bronnen van het noodlot liggen daarachter, en dat is dan het tao, een Chinees begrip voor iets waar geen Nederlands woord voor bestaat (zie achteraan bij de “toelichting”). De Griekse filosoof Heracleitos gebruikte de uitdrukking “panta rhei” of “alles stroomt”. Ook in tao (letterlijk vertaald als “de weg”) spreekt men van een soort kosmische stroom. In de moderne natuurwetenschappen zou men kunnen spreken van de oerknal en de daarmee gepaard gaande uitstroom (= tao of rhei) en de splitsing in ruimtetijd (materie) en bewustzijn (energie). In de natuurkunde zou men spreken over boodschappersdeeltjes en materiedeeltjes. In de I Tjing wordt het actieve energetische principe “licht” genoemd, of ook wel “sterk”, “vast”, “recht”, “geest”, “beweeglijk”, “hoog”, “voornaam”, enz.. Later kreeg het begrip de naam “yang”. De tegenpool, het zware vormelijke principe van ruimtetijd, is “donker” of “week”, “zwak”, “zacht”, “rust”, “laag”, “gering”, enz.. Later werd dit “yin” genoemd. De I Tjing is een volkomen gesloten wereldbeschouwing waarin de veranderingen tussen materie en energie, of tussen yin en yang, een plaats en inhoud krijgen. De eenheid van het boek is een weerspiegeling van de eenheid van het leven. Wie de kosmos begrijpt kan het “zelf” begrijpen. Zien hoe het zelf te werk gaat is het universum zien in zijn heelheid. Kosmos en zelf zijn voor de I Tjing één en hetzelfde. Er is geen gespletenheid, geen afscheiding. Al het zelvige is ook het kosmische. Wat is moet ook wel zo zijn. Er is niets anders. Concreet betekent dit dus ook dat de I Tjing vaststelt, en niet voorspelt. Met de I Tjing omgaan betekent dat men onmiddellijk ziet. Het is een lens naar het psychische firmament.
Is de I Tjing een methode om iets te kunnen zien? U noemt het een lens.
Neen, geen methode. Geen middel of instrument. Het woord lens is misschien niet goed gekozen. Maar als u een huis binnengaat en er stapt een wilde tijger op u af, dan heeft u niet veel overwegingen nodig om te beslissen dat u best naar buiten loopt. De I Tjing raadplegen is net zo helder. U ziet het en alle vragen vallen weg, ook al begint de raadpleging van het boek vanuit een vraag. U heeft een probleem dat u wilt oplossen, en u legt de vraag of het probleem voor aan de I Tjing. De eerste jaren dat u het boek kent bent u er misschien dagelijks in verdiept. U wilt er immers alles van “weten” en uit leren. Dat is prima voor wie er zich wil in vastbijten. Op zich is het echter niet nodig om er zo ver in door te gaan. Een boek is maar een boek. Velen raadplegen het enkel bij dilemma’s. Of als toetsteen. Soms als verbinding.
Hoe kan men de I Tjing raadplegen?
Zoals gezegd, door bijvoorbeeld gebruik te maken van het duizendblad. Of door het opgooien van munten. U kunt ook gewoon het boek openslaan. Of door lukraak een getal tussen 0 en 64 te kiezen en dan het hexagram te lezen dat overeenstemt met het gekozen getal. Of door het waarnemen van uw omgeving en aan alles wat u ziet een trigram (een natuurbeeld van drie op elkaar staande lijnen die ofwel yang zijn ofwel yin) te koppelen. Sommigen gebruiken knikkers. Anderen werken met kaartjes. De manier van raadplegen doet er niet toe. Consequentie is wel belangrijk. Volg zoveel mogelijk dezelfde manier om tot een antwoord te komen. In elk boek dat over de I Tjing gaat vindt u de nodige uitleg hierover. We gaan er in dit gesprek niet verder op in. Waar het over gaat is dat het boek der veranderingen een duidelijke gesloten structuur in zich bergt, dat een weergave is van de kosmos, of op z’n minst op dezelfde manier werkt. De I Tjing vertrekt vanuit een eenheid. Het is een holistisch benadering van de werkelijkheid. Er is eenheid, en in die eenheid is er beweging tussen licht en donker, vast en week. In het tao is er beweging tussen yang en yin. Het tao is het getal één; de aarde is het getal twee, omdat het deelbaar is door twee, en dus week; de hemel heeft het getal drie, omdat het recht, ondeelbaar door twee en sterk is, en omdat het de aarde (het getal twee) al in zich heeft. De aarde is een weergave van al het vormelijke, het schijnbaar stabiele, materiële. Als kracht trekt het samen, clustert, zoals bij de zwaartekracht. De hemel staat voor het energetische. Het toont de voortstuwende kracht van het licht, die beweging is, en uitstrooit. De twee krachten heffen elkaar niet op, maar vullen elkaar aan, en houden elkaar in een symmetrisch evenwicht. Als u de I Tjing een vraag stelt, dan is het antwoord een echo van de verhouding aan yin- en yangkrachten op dàt specifieke, unieke en ene moment.
Maar hoe weet een boek wat mijn vraag op dàt moment is?
Dat weet het boek niet. De vraagsteller staat niet los van de vraag, én niet van het antwoord. Er is een band. Er is een verbond. Het Ene is het Ene.
Dus de vraag die je stelt, diegene die ze stelt, en het antwoord dat je krijgt; dat alles is één en hetzelfde?
Zo kunt u het willen zien. Uiteraard. Het denken grijpt angstvallig naar de definities die het kent. Het vreest allicht dat er iets zou zijn dat net zo goed, of zelfs beter, kan werken dan zichzelf. Denken is altijd dualistisch: wit/zwart; mooi/lelijk; hier/daar; dit/dat; liefde/haat; enz.. Daarom vindt alleen de weg van het denken zelden een bevredigend antwoord.
Maar hoe weet ik wat het “heelal” wilt?
De wetten van het geheel, of zo u wilt van het tao, zijn eenvoudig en gemakkelijk. Na twaalf uur ’s middags daalt de zon. Ze zal dan niet oprijzen. Als het regent, gebruikt u een paraplu. Als het warm is, doet u minder kleren aan. Als u honger heeft, dan eet u. De hoogste orde is wat het heelal dan is. Wat het heelal wilt is dat wat er is.
En als ik het niet wil?
Als er een scheiding is tussen jij en uw partner, en jij wilt dat niet, dan is het probleem niet de scheiding, maar wel dat jij het niet “wilt”.
Dus moet ik alles zomaar gelaten aanvaarden?
U moet helemaal niets.
Maar hoe kan ik weten dat het tijd is van scheiden? Misschien is het net de tijd om niet te scheiden, en is dat “tegen zijn” net wat er van het heelal verlangt wordt?
Het is tijd van scheiden omdat er scheiden is. Er is nooit iets anders dan wat er is. Het enige wat er kan zijn is dat het “denken”, dat “de werking van het zelf” het niet wil. Het denken wil dat het anders zou zijn dan het is.
Ik vind dat een erg passieve houding? Ik kan mij niet neerleggen bij het lot.
Misschien is dat dan wel uw lot?
Hoe weet ik wat juist is?
Moet ik u zeggen wat goed is voor u? Is het dat wat u verlangt? Moet u dit wel weten? Moet het denken alles kunnen begrijpen? Is dit verlangen naar de alwetendheid geen vorm van hoogmoed?
Maar ik wil het weten?
Wie wil dat weten?
Mijn denken.
Is uw denken iets van u? Of is het slechts denken? Denken dat aan het denken is? Ook dat is universum, is geheel, is heel-al. Er is iets. Het zal veranderen, niet-veranderen of een andere gestalte verkrijgen. Dat is wat er met de yin- en yanglijnen in het boek gebeurt. De gebeurtenissen volgen, al naar hun aard, een bepaalde richting. Het zit al ingebakken in wat het in wezen is. Een innerlijk goed mens kan kwaadaardige suggesties krijgen, maar hij zal toch goed blijven doen; een kwaadaardig iemand kan liefdevolle suggesties krijgen, maar hij zal kwaad blijven doen. Een pit van een appelaar brengt een appelboom voort. Met het denken is het niet anders. Het gaat niet om het denken, maar om wie er denkt dat hij denkt. Is het “wie” al geen gedachte op zich? Is het “zelf” een gedachte die andere gedachten wil beheersen en sturen?
Ik weet het niet. Dat is verwarrend.
Ik weet het ook niet. Misschien kunnen we het onderzoeken? Kan het dat lijnen in een boek de werkelijkheid kunnen weerkaatsen, zoals een spiegel dat doet? Kan het dat het opgooien van drie munten een antwoord geeft op een vraag waar u mee worstelt? De munten die kop zijn, geeft u de waarde drie; de muntkant geeft u de waarde twee. Telt u de waarden op dan zijn er vier mogelijkheden. De opsomming zal zes, zeven, acht of negen geven. Getallen die deelbaar zijn door twee zijn yinlijnen (gebroken lijnen); de getallen die ondeelbaar zijn door twee, of de rechte lijnen, dat zijn yanglijnen. Gooi zes maal de munten op. Tel zes maal de getallen van kop en munt samen en u verkrijgt zes lijnen die samen één hexagram vormen. Zet de lijnen op elkaar en let erop dat u onderaan begint. De zeven is dus een yanglijn. De acht is deelbaar door twee en dus een yinlijn. Dit zijn twee onbewegende lijnen. De zes en de negen zijn respectievelijk een bewegende yinlijn en een bewegende yanglijn. Ze zijn bewegende of veranderlijke lijnen omdat zij een minimum (zes) of een maximum (negen) uitbeelden. Zij weerspiegelen een diepte- of hoogtepunt dat moet omslaan in zijn tegendeel. Als u een hexagram hebt met bewegende lijnen, dan zal het hexagram veranderen als u de respectievelijke bewegende lijnen, in het tweede hexagram in hun tegendeel verandert. De niet bewegende lijnen van het eerste hexagram neemt u in het tweede hexagram gewoon over. Dan krijgt u een nieuw hexagram. Een voorbeeld. U gooit zes maal de munten op:

We hebben nu twee hexagrammen, maar hoe moet ik dit duiden?
In het voorbeeld resulteren de zes worpen in hexagram 11, De Vrede. Er zijn twee bewegende lijnen, op de derde en op de zesde plaats. De derde lijn in het eerste hexagram is een yanglijn. Verander deze in het tweede hexagram naar een yinlijn. De zesde, of bovenste, lijn is in het oorspronkelijke hexagram yin. Verander deze in het tweede hexagram naar een yanglijn. Door deze twee veranderingen bekomt u een nieuw hexagram, nummer 41, De Vermindering. Lees nu in het boek “het Oordeel” en “het Beeld” van hexagram 11, de Vrede, en lees ook de teksten bij de “lijnen” drie en zes. Deze teksten geven een duiding op uw vraag of thema. Lees ten slotte ook “het Oordeel” en “het Beeld” van het tweede hexagram, nummer 41, De Vermindering. Dit duidt dan op de tendens waarin de situatie zich lijkt te transformeren, als een logisch gevolg, een samenvalling of correlatie in de tijd.
Zijn de lijnen in het tweede hexagram ook van belang bij de duiding?
De lijnen van het tweede hexagram hoeft u er niet bij te betrekken. Doorgewinterde I Tjing-studenten kunnen er wat mee, maar voor wie pas in de I Tjing begint te lezen zijn ze van geen belang. De onderste drie lijnen vormen samen een eenheid, een trigram. De bovenste drie lijnen vormen ook een eenheid, een bovenste trigram. In het eerste hexagram uit ons voorbeeld heet het onderste trigram “de Hemel”, het bovenste “de Aarde”. We hebben hier het beeld van “de hemel op aarde”, een aangename situatie waar “vrede” heerst. Als u dit hexagram verkrijgt als antwoord op een vraag, dan duidt dit op een harmonische samenhang, voorspoed en eenheid.
Ok. Maar wat betekent het precies?
Wij hebben in dit voorbeeld geen concrete vraag gesteld. Het geldt slechts als een mogelijk antwoord bij een vraag. De derde bewegende lijn toont ons hier een natuurkundige wetmatigheid. De orakeltekst luidt: “geen vlakte waarop geen helling volgt, geen heengaan waarop geen terugkeer volgt. Beklaag je niet over deze waarheid, geniet van het geluk, dat je nog hebt”. De bovenste lijn spreekt van “de wal valt terug in de vestinggracht” en toont ons het einde van een tijd van “vrede” en bloei. Een periode van rust en geluk kan niet blijven duren. Het ligt in de natuur van de gebeurtenissen dat er een ommekeer komt. Vecht niet tegen deze natuurlijke gang van zaken. In de I Tjing zijn de waardebepalingen gekoppeld aan beelden uit de natuur: de hemel is “hoog” en de aarde is “laag”. De zon komt op in de dag, de maan in de nacht. De zon is “licht”, de “maan” is donker. Aarde, mens en hemel zijn gebonden aan bepaalde feitelijke wetmatigheden. Daartussen gebeuren er samenvallingen of correlaties. Het boek der veranderingen toont ons deze samenvallingen in de vorm van lijnen en beelden. Het heelal zelf is altijd in rust, in volledigheid en eenheid. In het heelal is er het spel van beweging, verandering en omvorming. Maar de achtergrond is altijd de stilte, de rust, het onvoorwaardelijke er-mogen-zijn.
Is dat hetzelfde als wat sommigen “God” noemen?
“God” is een naam. Een naam is bedacht. Het is een overtuiging, dus een mening. U mag het noemen zoals u wilt. Maar is de kosmos een persoon? Kunnen wij het universum in zijn geheel kennen? Als wij het kennen zijn we dan niet zelf God? Het heelal is onpersoonlijk en onkenbaar voor het denken. U kan er een fractie van denken te kennen, maar toch blijft het heelal een mysterie. U kunt via de I Tjing een lijn erin herkennen, maar het is en blijft een fragment van de gehele werkelijkheid.
Er is soms sprake van de “edele” in het boek der veranderingen. Wie of wat is die “edele”?
De ch’un-tzu is de student (zie bij toelichting achteraan dit boek). Hij is diegene die de I Tjing een vraag stelt. De wijsheid van het boek der veranderingen is geen statische werkelijkheid. Het boek schrijft geen regels of een moraal voor. Waar het boek naar verwijst is een organische waarheid die steeds meegaat met het leven dat de student leeft. Deze “levende waarheid” komt of zij komt niet, maar als het inzicht in de waarheid er is, dan is de student vrij van zorgen. Dat is een vreugdevolle situatie. Gaat er een vreugde dieper als die van de waarheid? Is de waarheid zien al geen bevrijding? Het betekent niet dat men zich naar bepaalde idealen moet richten. Men hoeft geen idealen waar te maken of te volgen. Men moet geen kunstmatig leven gaan lijden. Deze verstarde houding brengt ons verder van de levende waarheid weg. Als de “edele” handelt naar zijn inzicht, en dus op het juiste moment datgene doet wat in harmonie is met tao, of met de wereldorde, met het heel-al, dan is men tegen elke levenssituatie opgewassen. Zo is er tegelijk vrede met de buitenwereld, en is er een innerlijke psychische rust. Het klinkt misschien zwaarwichtig, maar u vraagt wie de “edele” is? Het is diegene die de studie van de I Tjing aanvangt, de denkpatronen in het leven onderzoekt, en een natuurlijk inzicht heeft in de werking van de hemel en het lot. Hij is tevreden met wat er is. Hij is waarachtig en mild. Zijn liefde bestaat uit het ontstijgen van de kernwerking van het zelf, dat naar veiligheid, zekerheden en naar groei streeft.
Derde gesprek
Ik blijf mijn twijfels hebben of ik zomaar een boek en het “toeval” kan volgen. Alles in mij biedt hiertegen weerstand.
Kan u die weerstand bekijken? Kan u uzelf de vraag stellen wie er weerstand biedt? Is het uzelf die twijfelt? Is het een innerlijk gevoel? Is het een overtuiging?
In mijn hoofd is er een stem die zegt dat het niet kan.
Wie is die stem? Wie is de stem in mijn hoofd die mij aanzet om dingen te doen, om zaken te geloven, en die me zegt waar ik een afkeer van moet hebben. Is die stem werkelijk wie ik ben?
Ik wil mij niet onderwerpen aan een oordeel van een boek.
Wilt u vrij zijn?
Zeker. Ik heb mij van mijn opvoeding bevrijd. Ik heb de invloed, de wetten en de dogma’s van de katholieke kerk achter mij gelaten. Ik wil niet terug in een sukkelstraatje belanden waar anderen mij zeggen wat goed voor me is en wat niet.
U zegt dat u vrij wilt zijn. Dat is prima. Mijn bedenking is wel of u werkelijk van uw opvoeding en van de tijdsgeest bent bevrijd? Misschien wel, misschien niet. Wie heeft u geleerd om een boek en het toeval te wantrouwen? Als u al vertrekt vanuit wantrouwen, bent u dan niet beïnvloedt? Bent u bereid het toeval, en een boek dat op toeval is gebaseerd, te onderzoeken? Wilt u hiermee experimenteren en vertrekken vanuit vertrouwen in plaats vanuit ongecontroleerde vooroordelen?
Ik heb aan de universiteit een gezonde dosis wetenschappelijk verantwoorde scepsis ontwikkelt.
Wat is wetenschappelijk verantwoord? Betekent dit dat uw scepsis een mode is? Dat ze bepaalde regels en wetten kent? Dat ze gelooft in het volgen van bepaalde procedures of methodieken? Onderwerpt u zich aan die methodiek? Terwijl u vrij wou zijn? Als u zich vooraf al een mening hebt gevormd van hoe u de zaken wil aanpakken en hoe het onderzoek moet gebeuren, bent u dan nog onbevangen, en vrij om aan onderzoek te doen? Heeft de universiteit van u geen slaaf gemaakt? Kan u alle conditioneringen en alle indoctrinatie achter u laten? Is het sowieso nog mogelijk om onbevangen te kijken, en enkel maar te zien wat er werkelijk is, zonder vooraf al iets te verwachten, in te vullen, te eisen en zonder voorwaarden te stellen. Kan u “ploegen zonder aan de oogst te denken”?
Ik bedoel enkel dat het toeval geen verantwoorde manier van onderzoeken is.
Is dat zo of neemt u dit aan? Kijk, wat hier wordt onderzocht is geen modeverschijnsel. De Chinese wijsgeer Lao-tseu zegt dat velen erom zouden lachen. De waarheid zit zo “open” verborgen, dat iedereen het kan zien, maar door die eenvoud lijkt het té simpel, en dus lacht men maar onwennig, uit ongemak. De I Tjing is, technisch gezien, absoluut niet eenvoudig. Maar de beelden en de lijnen zijn het des te meer. De methode om het tao te raadplegen is gemakkelijk. Het zijn slechts samenvallingen op één specifiek moment. Deze samenvallingen te zien, waar te nemen, te bekijken, is al het antwoord, is al het resultaat, én is de handeling. Alles in één. Dat is heel eenvoudig. En als het komt en gezien wordt, dan is er ook grote vreugde.
Maar waarom alweer een boek? De bijbel, de koran, de thora, de I Tjing. Wordt het ene boek niet door het andere vervangen?
De “organische” waarheid van de I Tjing weerlegt misschien wel alle andere boeken? Is niet elke statische vorm van waarheid een leugen? De enkeling onderwerpt zich niet aan de I Tjing, aan een boek, maar men onderwerpt zich aan het geheel, aan het hele-al, het universum of de kosmos, zoals die op dat moment is. De enkeling ziet de werkelijkheid zoals die feitelijk is, op dat ene moment, ogenblikkelijk, en daarmee is de kous af. De onderwerping is de handeling, is het zien, is de inspanning die geen energie kost.
Maar waarom hebben we een boek nodig? Zijn we dan blind? Waarom kennen we de waarheid niet zonder daar een boek voor te moeten raadplegen?
U moet er geen boek voor raadplegen. Maar als u het doet, dan kan het de I Tjing zijn, en hoe langer u onderzoek pleegt met de I Tjing, hoe minder vaak u het boek zal gebruiken. Soms is datgene wat we denken te weten niet waar. Soms is het moeilijk om vrij te zijn van wat we denken te “weten”. Neem nu de betekenis van het lot? Is de mens vrij? In de westerse wereld wordt aangenomen dat de wereld maakbaar is door inspanning van de “vrije wil”. In het oosten zijn er die geloven in de werking van “karma”. Anderen beweren dat alles al vastligt.
Zijn we vrij, volgens het boek der veranderingen?
De vraag is niet of we vrij of onvrij zijn. De vraag is wie die vraag stelt? Kan er “iemand” zijn? Een afzonderlijk wezen, gescheiden van al de rest van de kosmos, die een vraag stelt of die vrij wil zijn? Als hij niet gescheiden is van de rest van het heelal, kan hij dan wel wezenlijk vrij zijn, gezien de verbondenheid en de verankering in het geheel. Als hij daarentegen wel onafhankelijk en vrij is, in zijn eentje staat, los van de rest van het universum, waarom stelt hij dan de vraag, gezien men al vrij is? Wat bedoelt men met het woord vrijheid?
Voor mij betekent “vrijheid” het in staat zijn om zelf, onafhankelijk van anderen, beslissingen te nemen en te kunnen handelen. Maar is er een verband tussen I Tjing en vrijheid?
Absoluut. De I Tjing is geen “Chinees” boek, in de betekenis van “behorend tot de Chinezen”. Het is in China ontstaan. Confucius heeft er specifieke en karakteristieke elementen aan toegevoegd die u “Chinees” zou kunnen noemen, zoals voorouderverering, respect voor een natuurlijke orde, nederigheid, enz.. Hoewel dit in veel andere culturen ook als gangbare waarden worden aanzien. Respect voor de ouders bleek veelal een vorm van sociale zekerheid. Het boek der veranderingen is, in zijn oudste vorm, zonder toevoegingen en commentaren, een bevrijdingsboek. Het bevrijdt “de edele” van ongecontroleerde veronderstellingen, van gangbare meningen, van irrationele gedachtepatronen, van geconditioneerde overtuigingen. De confucianist kan zich, door onderzoek met de I Tjing, van de ouderverering ontdoen. De moslim bevrijdt zich ermee van de profeet, de koran en de verstikkende wetten. De christen bevrijdt zich van de bijbel en de gekte van een zogenaamde Messias. Een Jood kan met de I Tjing de lasten van hun wetten, en het juk van generaties geschiedenis, voorgoed achter zich laten. Zo bijzonder is het boek der veranderingen. Want kan er van waarheid sprake zijn als er geen vrijheid is? Kan de waarheid levendig zijn en actueel als zij gekluisterd wordt aan het verleden, aan het denken, aan geconditioneerde overtuigingen?
Zijn religies iets slecht?
Denken is het verleden, is herinnering en vergelijking met iets van vroeger. De I Tjing toont ons, als we willen –en kunnen- kijken, wat er is voor-zien, zoals het er ligt, in het universum, van oerknal tot nu. Elke identiteit is streven naar een illusie, naar een zekerheid die verkeerdelijk wordt verondersteld er te zijn. En zelfs de identificatie met het heelal is er nog te veel aan. Er is geen waarheid als er identiteit en identificatie is. Als we naar de gedachten kijken, en naar de handelingen, dan is er al vrijheid. Als we kijken naar de angsten, verlangens, het verdriet, de strevingen, eisen, jaloezie, enzovoorts, zonder dat er identificatie is of afwijzing, dan is er toch bevrijding?
Ik kan mij met geen “lot” verzoenen. Wat moet ik doen?
U niet verzoenen is al uw lot.
Ik vind dit heel pijnlijk om te horen.
Het boek der veranderingen spreekt in beelden. Het beeld bij hexagram 50, de Spijspot, is de verhouding tussen het vuur en het hout. Het hout is het noodlot van het vuur. Zolang het hout er is, zo lang brandt het vuur. Is het hout eenmaal opgebrand, dan dooft het vuur. Een mensenleven is niet anders. In de spijspot kookt men voedsel. Dit wijst op een transformatieproces. Het koken van voedsel heeft in de evolutie van de mensheid een belangrijke plaats ingenomen. Het heeft ons biologisch, en cultureel, bepaald. Er zijn in dit beeld ook associaties te maken met het alchemistische opus magnum of het “grote werk”. De alchemist hield het vuur in het vat, de oven, de retort gaande. Het mocht door de leerlingen niet gedoofd worden. Men wilde van lood goud maken via allerhande bewerkingen. Dat is een mooie projectie van wat er met een mensenleven gebeurt. Het gaat er om hoe men het lot een plaats kan geven in het geheel van het leven, hoe men het kan kaderen en duiden, wat dan een verankeren ervan is, zodat alles precies is zoals het moet, en moest, zijn. Het heelal is ook een vat, een baarmoeder, een retort, waar allerlei transformatie plaatsvinden.
Wat is die beloofde vrijheid die we met de I Tjing mogelijks kunnen ervaren?
Het is geen belofte. Het is geen ervaring. Het is niet het beloofde land en dergelijke onzin. De geest wil zekerheid scheppen en dat doet het ondermeer door verhalen te verzinnen en mensen te doen geloven in zaken die veiligheid voorspiegelen. Er is geen veiligheid, zekerheid en vaste waarheid. Er is sprake van bewegen en veranderen. Rust is latente beweging. Rust is een ingehouden verandering. Er is een zogenaamde toekomst die in werkelijkheid een allesvernietigende liefde is. Al het oude, gekende, gefixeerde wordt aan diggelen geslagen. De entropie slaat toe en splitst zich uit in eeuwig zijnde liefde, dat het Enige is. Dan komt de waarheid zichtbaar.
Ik ben een moslim. Ik hoorde jou zeggen dat het boek der veranderingen mensen van hun geloof beroofd. Wat mij betreft is dit een kwaadaardige zaak.
Is het kwaadaardige iets wat u kent? En kan u iets kennen wat u niet zelf ook bent? En waarom stelt u mij die vraag? Bent u gekwetst? Dat is niet de bedoeling, om u te kwetsen. Is datgene wat u aanneemt en gelooft, is dat iets van uzelf?
Ik ervaar het als van mezelf. Wat de profeet heeft verkondigd is de enige waarheid.
Ik wil u nergens van overtuigen. Laat dit duidelijk zijn. En wat Mohammed heeft gezegd of niet heeft gezegd, dat doet niet ter zake. De man is allang dood. Wat in de koran, de bijbel of in welk ander boek ook staat, dat doet er niet toe. Het zijn dode letters. De vraag is steeds waarom u mij wilt doen geloven dat het belangrijk is. Of waarom u het zelf belangrijk vindt. Wat is er aan een profeet of een boek zo belangrijk dat u er uw hele leven aan wijdt? Is het een houvast? Betekent het dat u weet wat de regels zijn die u dient te respecteren? Wilt u zich overgeven aan iets of iemand zodat u er zelf betekenis door krijgt? Heeft het leven dan betekenis voor u?
Allah is de enige God en Mohammed is zijn profeet. Ik heb het zo geleerd en ik geloof dit. Wat is daar verkeerd aan?
Als er maar één godheid is, waarom moet dit dan steeds herhaald worden. Er is er maar één. Dus? Hoe bent u zo zeker dat uw uitspraken waar zijn? Of u dit gewauwel nu gelooft of niet, er verandert niets aan de erbarmelijke toestanden waarin u en ik leven. Onze jaloezie wordt er niet minder door. Als uw vrouw van u zou weggaan bijvoorbeeld, u zal er niet minder verdriet om hebben. Of wel?
Mijn geloof biedt mij troost. De I Tjing doet dat toch ook, als ik het goed begrijp?
Het boek der veranderingen ondergraaft alle zekerheden en alle geloof. Er rest niets om op de steunen. De I Tjing is de weerspiegeling van een leegte. Alle spiegels zijn leeg. De troost dat uw geloof biedt is begrijpelijk. Alle geloofssystemen beloven zekerheden. Maar dan is het niet de profeet of de godheid waarom u gelooft, of waar u het voor doet, maar u bent het “zelf”. Uw geloof is de werking van het zelvige. De kerk van het ego, wat alle kerken zijn, wordt er groter door. Vervolgens zijn er anderen die hetzelfde geloven, en samen is er een nog grotere entiteit die zich vereenzelvigt met boeken, goden en profeten. En de ene identiteit moet het opnemen tegen de andere groepsidentiteit, en wat er rest is conflict, oorlog en ellende. Religies hebben onze problemen niet opgelost. Het zelvige dat zich sublimeert is niet minder zelvig. Een lelijk beest is een mooie uitrusting blijft een beest.
U valt religie aan? Toch is uw verdediging van de I Tjing wat mij betreft ook een soort religie.
Als u een auto koopt, dan ziet u op de weg veel dezelfde auto’s rijden. Uw aandacht is erop gericht. Ziet een gelovig mens overal de hand van god in? U moet niet ergens van overtuigd geraken. Het is geen spel van winnen of verliezen. Iedereen kan vrij zijn. Iedereen kan zien. Er is niets wonderlijks of religieus aan wat de I Tjing vertelt. Het is enkel een weergave van de werkelijkheid, zoals u die dagelijks kan waarnemen. U zoekt misschien naar goden en geheimen, maar u zal er geen vinden. En wat u ook denkt of doet, er zal geen vergelding zijn. Natuurlijk bestaan er wetmatige natuurverschijnselen, en is er de wet van oorzaak en gevolg; als u een steen opgooit, dan zal die terug naar beneden vallen. Dat is geen wonder of een geheim. Het is geen vergelding. Iedereen kan dus zien dat alle verering een vorm van verraden is. Of het nu boeken, goden, profeten, koopwaar of artiesten zijn, als men ze gaat vereren stopt men met zelf op onderzoek te gaan. Als het zelf-onderzoek stopt, wordt men verdoofd. En is men dan geen slaaf? Als u een slaaf wilt zijn van Mohammed, van Jezus, Boeddha, of van een systeem, van een land, van een vrouw, dan is dat uw volste recht. U doet maar. De vraag is echter of het u vrij zal maken? Kan slavernij iemand vrij maken? Als u werkelijk tot bevrijding wilt komen, dan kan u kijken naar alles wat zich afspeelt, zonder tussenbeide te komen, zonder keuze.
Zonder keuze, zegt u? Is kijken een keuze?
Met keuzeloze gewaarwording is bedoeld dat er geen centrum is dat kan kiezen of niet kan kiezen. Dat is een vorm van absolute vrijheid. Het zijn woorden die nooit helemaal kunnen weergeven wat er wordt bedoeld. Daarom kunnen beelden helderder zijn. De I Tjing gebruikt natuurbeelden. Er is een land, een hemel, donkere wolken in de verte, en er is kijken. Het kan regenen of niet regenen. We weten het niet. We zien de wolkenvolle hemel en denken dat het zal regenen. We kunnen er op wachten. We kunnen het niet “doen” regenen. We zijn machteloos. Er is een zien wat er kan iets gebeuren, maar er niet iemand die het ziet. Regenen of niet-regenen, dat is de werkelijkheid, het afwachten, en niet de “iemand” die ernaar kijkt of er invloed wil op uitoefenen. Waarom wilt u persé de profeet volgen? Waarom wilt u zichzelf reinigen? Bent u vies of vuil dat u zich moet reinigen? Wie doet u geloven dat u gereinigd moet worden? Waarom moet u vasten? Hebt u iets misdaan dat u gestraft moet worden? Wie doet u geloven dat het belangrijk is om een vastenperiode op die dag, op dat uur, te moeten aanvangen? Waarom doet u dat? Omdat anderen u dat hebben gezegd? Omdat anderen het ook doen? Omdat anderen het u kwalijk zouden nemen als u niet hetzelfde doet? Voelt u zich dan één van hen? Voelt u zich dan als één met een groep anderen die hetzelfde doen? Geeft het u een goed gevoel? Stel dat een tijdje vasten uw lichaam goed doet, waarom dan niet? Maar tijdens de dag niet eten en dan ’s nachts overmatig veel gaan eten, is dat medisch gezien dan wel een goede zaak?
Ik heb het zo geleerd thuis, en het voelt goed zo. Waarom zou ik het niet doen?
Doet u al deze dingen omdat iemand anders het u zegt? Denkt u, door de andere te volgen, een beter mens te worden? Is het ambitie die u drijft? Is de ambitie van een sportman, een verkoper of een zanger een andere ambitie dan van iemand die een “goede” Moslim, Christen, Vlaming, Communist, enz.. wil zijn? Is ambitie niet gewoon ambitie, de “werking van het zelf”? En kan de liefde zich dan nog tonen? Kan de waarheid van de liefde zich openbaren als de verblindheid van de ambitie, de drift, het verlangen, de wil, er nog steeds dominant aanwezig is? Deze vraag kunt u ook aan de I Tjing voorleggen. Elk kan zoiets voor zichzelf doen. Het zullen voor iedereen weer andere beelden en hexagrammen tot resultaat hebben, hoewel het toch dezelfde vraag is die men stelt. Toch zal elk van jullie het kunnen zien, en in één moment kunt u alles achter u laten zonder ook maar iets ervoor te “doen”.
Ik zal me spijtig voelen achteraf, en leeg, en schuldig, denk ik.
In de vrijheid en de ruimte van de leegte is alles mogelijk. Stel dat het de liefde is die alle spijt en schuld verpulvert tot as? Hoe zal u zich dan voelen? Als er slechts leegte overblijft, waar is dan de schuld? In de leegte kan het gebeuren. Echt waar.
Vierde gesprek
Waarom zou ik in godsnaam het boek der veranderingen willen raadplegen? Ik heb geen vragen?
Dat is een comfortabele situatie waarin u zich bevindt. Als u geen vragen hebt, dan zijn er geen vragen, en dan is de I Tjing niet van toepassing. Trouwens, hoe meer iemand met de I Tjing de werkelijkheid onderzoekt, hoe minder vragen er achterblijven, en des te minder het boek van nut is. Het boek maakt zichzelf uiteindelijk overbodig. Het kan ook zijn dat u het boek nooit nodig zal hebben. Dat is prima. Voor velen echter komt er een periode in het leven waarbij de dagelijkse dingen en de sleur niet meer voldoen, dat de druk van het verlangen, het verdriet en de ambitie hun aantrekkelijkheden en fascinatie hebben verloren. Dàt is het moment dat de I Tjing kan aanzetten tot onderzoek. Het kan ook zijn dat zo’n moment nooit komt.
Ik ken mensen die tevreden zijn met de situatie waarin zij zich bevinden, met hun werk, gezin, vrienden en familie. Hebben zij de I Tjing dan nodig?
Bent u tevreden?
Jawel. Ik hoef geen onrust te creëren als die er niet is.
Dat klopt. Onrust komt als de tijd van onrust is aangebroken.
Is het fout om naar zekerheden en veiligheid te zoeken?
Wellicht niet. Is het fout om een olifant te zoeken in een oceaan?
Volgens u komt er altijd onrust, ooit, eens?
Gaat het om wat er komt? Of is het aangewezen om te kijken naar wat er is? De zogenaamde rust en het “geluk” van stabiliteit en veiligheid is een illusie, een vervlakking en een uitdroging van de geest. Is het mogelijk om vrede en rust te vinden in de onrust, in de beweging en in die enorme energie dat “leven” heet? Is er een feitelijk “zelf” dat los staat van het “leven” in zijn geheel, van het hele-al? En heeft de werking van dat “zelf” invloed op wie ik ben?
Dus het gaat bij de studie van de I Tjing om zelfkennis?
Wie stelt de vragen aan het boek der veranderingen? Waarom stelt het “zelf” zich de vragen die het stelt? Als de aandacht zich vanuit een zelf naar buiten richt, en een verbinding aangaat met de buitenwereld, die het gescheiden ziet van zichzelf, wat ervaart het “zelf” dan? Wat zet zich dan in beweging?
Het wilt datgene wat het ziet hebben, bezitten, veranderen?
Het ziet iets dat het meent te zien buiten zichzelf, en het wilt dat datgene wat het ziet anders is dan wat het feitelijk is. Er is een vrouw die het “zelf” als “mijn” vrouw bestempelt, en het ziet dat die vrouw hem bedriegt, en dat mag niet van het “zelf”? Wat doet het “zelf” dan? Al de zekerheden, opgebouwd in jaren, lijken ineens te zullen verdwijnen? Komt er woede op? Is er onzekerheid? Wat moet er gebeuren met de angst die plotseling opkomt? Is er verlangen naar vroeger? Is er verdriet? Door de verbinding met buiten zetten de emoties zich in werking. De ene emotie brengt de andere voort, en de vijf basisemoties cirkelen om een kern heen die we een “zelf” noemen. Mèt die emoties wordt het “zelf” in feite groter gemaakt, en de identificatie wordt erdoor versterkt, alsof er een afgescheiden iets bestaat dat los lijkt te staan van al de rest in de wereld, en zeker los van al de anderen om ons heen.
Iedereen wil toch het beste in zijn relaties?
Uiteraard. Wat is het beste? Wat is een relatie? Wat is de relatie die ik “mijn” noem? Zijn relaties niet net zoiets als uien pellen? U gaat tot de kern en u moet er van huilen? Kan ik spreken van een relatie als ik daarbij enkel denk aan de eigen belangen? Is dat de liefde? Is dat de liefde waar u het wilt over hebben? Is het de liefde waar u van droomt, naar streeft, naar verlangt? Kan liefde een droom zijn, een ambitie of een verlangen? Is het dan nog wel liefde? Is het geen eigenliefde waar we het dan over hebben?
Wat moeten we dan doen?
Als u vraagt naar een invulling door mij, naar een antwoord, dan blijft het achterwege. Het boek der veranderingen kan echter op elk moment de dialoog met u aangaan. Het “zelf” gaat dan naar binnen. Zelfkennis is zelfbewustzijn, en het bewustzijn van een zelf is dan een zelf-ontkrachting. U ziet het nut om het “zelf” groter te maken niet meer in. Het naar binnen gaan is een omgekeerde beweging die in een rust uitmondt, midden in de beweging, midden in de stroom van de dagelijkse bezigheden. Er vindt geen identificatie plaats en de enige activiteit die er van de kern uitgaat is een receptieve activiteit, een doen door niet-meer-doen, een passieve activiteit van kijken, zonder oordeel, zonder afwijzing en zonder identificatie.
Dat is onmogelijk! Dat is theorie.
Doe het zelf. Stel een vraag aan de I Tjing. Gaat u ervan uit dat het onmogelijk is? Start u vanuit een ongecontroleerde veronderstelling? Is het een werkelijk “feit” dat het onmogelijk is? Is het evenwel mogelijk om het “niets” als niets te zien?
Natuurlijk is “niets” onbestaande. Wat niet is, is niet. Maar wat bedoelt u precies?
Het is niet de bedoeling om een filosofisch en moeilijk debat te voeren over existentie of zijnstoestanden? De I Tjing, waarover het hier gaat, is een boek dat helder en duidelijk aantoont, door aan zelf-onderzoek te doen, dat de feitelijke werkelijkheid van het zelf “leegte” is, uit niets bestaat. Emoties, gedachten, inspiratie, de wereld, het heel-al, kortom alles wat iemand ervaart en waarneemt is bestaande uit niets anders dan niets, dan waarneming zelf, wat “ben”, of “zijn”, een is-heid.
Wat is, dat is. Ok. En dan?
Er is niet iets anders. De tijd is de illusie. Er is geen “vroeger” of “later”. Er is niet iets dat vorm moet krijgen of een vorm moet behouden. Er kan en er moet niets “gedaan” worden in een of ander moment in “een toekomst”. Toch is er de beleving van een waarneming. En de waarneming doet ons geloven dat er iets bestaat. De waarnemer is tezelfdertijd datgene wat er wordt waargenomen. Is er een verschil tussen de waarnemer en het waargenomene?
Ja toch? Ik kan niet zo goed volgen? Legt u dit verder even uit.
Is er iets anders dan heelal? Is er een scheiding, een breuklijn? Het “zelf” en de kwaadheid van het zelf, zijn deze identiek of niet? Alles is u gegeven. Alles is al, als het eeuwig-bestaande waaruit alles tevoor-schijn komt. Wat “niets” is, is in feite ook het al, het heelal. Het is niet iets, in de betekenis van vaststaand, persoonlijk, stabiel. Het niets is de beweging zelf, de verandering in zijn uiterste consequentie.
En daarom zien mensen af, omdat ze er een blijvende waarde aan geven?
Is niet elk manier van grijpen een vorm van lijden? Niets wil “iets” zijn, en dat is om frustratie vragen. Het “zelf” wil een wereld scheppen die al lang is geschapen en waar niets aan toe te voegen is noch van afgenomen kan worden. Voor het “denken” is dit haast onmogelijk om te be-grijpen. Met de I Tjing kan het dat u uit het filosofisch discours wegblijft en dat u enkel met heel concrete vragen en problemen te maken krijgt. Daar gaat het om. Kunnen “denken” en “doen” samenvallen? We zitten opgesloten in de dimensie van het denken, dat ruimtetijd is, en alles wat we zijn en wat we waarnemen is wat we “denken” dat we zijn en zien. Er is geen ontkomen aan.
Goed, maar orakels zijn naar mijn idee geen oplossing voor dit probleem, en ze zijn per definitie ook moeilijk te begrijpen. Alles hangt toch af van het denken van de raadpleger, niet?
In het geval van de I Tjing zijn de orakels zowel afbeeldingen, natuurbeelden als teksten, precies om de raadpleger het gemakkelijker te maken, afhankelijk van zijn voorkeur en ingesteldheid. Het boek is in eerste instantie niet eenvoudig te doorgronden, omdat er een kloof gaapt tussen de verschillende generaties en tijden van weleer. Alleen, als er aandachtig naar gekeken wordt en als men de zinnen en beelden laat inwerken, dan zijn en blijven de boodschappen actueel en toegankelijk. Over de verschillende technieken die er bestaan om het boek te raadplegen zullen we het nu niet hebben. Er bestaat al genoeg literatuur hieromtrent. De vele uitgaven van de I Tjing vertrekken meestal vanuit één specifieke insteek, één klemtoon of accent. Er zijn net zoveel uitgaven van het boek als er ideeënstromingen zijn. In onze gesprekken vertrekken we vanuit de vertaling die ook wel de “paleiseditie” wordt genoemd, uit de 18de eeuw. De uitgaven van Richard Wilhelm en Han Boering zijn er ook op gebaseerd. In feite heet de I Tjing in het moderne Chinees: yiying. Het boek kent van oorsprong een traditie van mantrische magie. Het is een inspiratiebron geweest voor alles wat zich in de Chinese cultuur heeft ontwikkeld. Wat nu de raadpleger van de I Tjing betreft, hij moet enigszins over een flexibele geest beschikken.
De makers van de I Tjing dachten anders dan de mensen van nu. Kunnen wij ons nog inleven in de manier van denken uit die tijd?
We hebben op zijn minst de idee dat tijd bestaat, en daarom hechten we ons ook aan onze gedachten. Ze zijn verankerd in de overtuiging van wie we zijn. In werkelijkheid is denken slechts een eenvoudig samenvallen van erfelijkheid, context en omgeving. Geen enkele gedachte hebben we zelf uitgevonden. Is wat u denkt iets van jezelf? Waar heeft u leren denken zoals u denkt? Wie of wat heeft ertoe geleid dat u de overtuiging heeft van iets of over iemand? Gedachten zijn nooit nieuw. Ze kunnen het niet zijn, omdat alle denken tijd is, en dus gebonden aan de oorsprong van het bestaan, dus aan wat we verleden of herinnering noemen, of tijd. Vroeger of nu, denken is denken. Er is geen verschil. De archetypen in de psyche geven de structuur aan van het denken, en giet de gedachten in een bepaalde vorm, net zoals de biologische instincten en de genen dat doen op het fysieke vlak.
Is de I Tjing enkel een weergave van onze gedachtepatronen?
De I Tjing ontstijgt de tijd, precies omdat het boek wel de patronen aangeeft, maar niet de specificiteit. De I Tjing geeft ons de letters en cijfers, maar niet de exacte woorden, zinnen of getallen. U kunt combineren zoveel u wilt en zo vaak als u wilt, maar in feite is het altijd een complexe samenbundeling van enkele basisingrediënten. Als het onszelf aanbelangt, dan hebben we het hier ook over de emoties en de bindingen er om heen, die onze gedachten mee gaan vormen. Er wordt iets ervaren, zoals angst, geluk, woede, verdriet of hoop. En het schijnt dat er iemand is die uitkijkt, verlangt en de ambitie heeft om iets te bereiken of ergens te komen. De emoties versterken het gevoel van bestaan, het verlangen en de ambitie. De absoluut grootste ambitie is wel de wil om te overleven.
Dat is een fysiek gebeuren, toch? Overleven, voortplanten, macht, enzovoort. Dat zijn me dunkt de biologische driften van elke mens?
De biologische driften, zoals u die noemt, verwerkelijken zich verder in al de rest. De ambitie van een wielrenner om te winnen, een bedrijfsleider die winst wil maken, de popster die voor een groot publiek wil staan; dat alles is het instinctief verlangen om te bestaan, om iets te betekenen. Of we nu bestaan of niet bestaan, dat maakt voor het geheel of voor het heelal niets uit. Dat doet er niet toe. Er is maar dat ene feit, namelijk dàt we bestaan, en zelfs dat is een overtuiging. Daarna starten de patronen van het denken, het verlangen en de ambities om dus (iets of iemand) te zijn. Die patronen zien en onderzoeken, dat kan ondermeer doordat men met de I Tjing omgaat. De patronen ontstijgen is het “zelf” ontstijgen. De werking van dat “zelf” doorzien, is het tegelijk te doden. De hoogste vorm van zelf-verwerkelijking is dus de zelfdoding.
Praat u hiermee zelfdoding goed?
Wat bedoel je met “zelfdoding”?
Zoals gezegd, het doden van zichzelf. Dat kan niet goed te praten zijn.
Is de uitdrukking “dat kan niet goed te praten zijn” een “feit” of een “interpretatie”? Bedoelt u dat uw denken niet akkoord kan gaan met de daad van iemand die zichzelf doodt? En wie heeft u dit doen geloven? Er wordt hier formeel gezegd dat zelfdoding of zelfmoord noch goed noch slecht is. Daar valt niet over te oordelen. Elk oordeel is onvolledig. De vraag is wat we bedoelen met “doden van het zelf”. Is het fysiek doden van zichzelf niet een erg op zichzelf-gerichte daad? Wie zichzelf fysiek doodt, die wilt vaak niet dood, maar die wilt een ander soort leven. Dat is een ultieme vorm van ambitie, van “de werking van het zelf”. Iemand die zichzelf fysiek doodt omdat er sprake is van ondraaglijk lijden of ondraaglijke pijnen, dat is een andere zaak. Wie wil daarover oordelen?
U beweert dus dat zelfdoding egoïstisch is?
Formuleert u voor uzelf een moreel eindoordeel? Of onderzoekt u nu wat zelfdoding betekent? De vraag is wat een “zelf” is? Kan het zijn dat een “ik” of een “zelf” gevormd wordt door overtuigingen? Is het “zelf” een interpretatie? Pietje is een jongetje dat ongeduldig is van aard, daar en daar woont en leeft, de zoon is van Louis, enz… . Identificeert het levende wezen Pietje zich dan met Pietje, als het hem allemaal is aangeleerd? Is het bestaan van het “zelf” van Pietje, het belang ervan, niet slechts een vorm van worden, een wil tot iets of iemand worden? Is deze wil een andere wil dan Jantje die wil worden? Zoniet, dan is het “zelf” ook meer dan enkel één van die “zelven”, maar overstijgt het iets dat afgescheiden is van al de rest. Is de wereld van het “zelf” in werkelijkheid dan niet de gehele wereld?
Maar wat is het verband nu met de I Tjing, het boek der veranderingen?
Het boek de I Tjing toont hoe de patronen van het “zelvige” te werk gaan. U kunt dit onderzoeken, vaststellen en helder zien. Het “zelf” ontstijgen is in feite het zien van de werking van dat “zelf”. Eenmaal gezien is het dood. Alleen is het “zelf” niet constant en duurzaam. Het verandert en wisselt voortdurend. Het constante zien is een constante dood, en deze is bevrijdend. Het is een “rust in vrede”. Het vernietigen van het fysieke lichaam brengt geen rust in het bewustzijn. Het is slechts vernietiging. Naast vernietiging is er geboorte. Het doet er niet toe. Met de I Tjing is er een rust in de voortdurende wisselende stroom van het leven.
Wat bedoelt u concreet met “de werking van het zelf”?
Alles wat we denken, doen of zeggen heeft op de een of andere manier te maken met wie we denken dat we zijn. Is het niet zo dat we op zoek gaan naar een veilig gevoel van zekerheid? Of het nu over de liefde gaat, gezondheid, rijkdom of carrière, is het niet zo dat wij met zekerheid willen weten dat het “goed” met ons gaat, maar dan “goed” in de betekenis zoals wij die er zelf aan geven. En betekenis geven aan iets is uiteraard een vorm van denken. Rijkdom kan in Afrika anders geïnterpreteerd worden dan in Europa. Misschien is het voldoende eten hebben voor de ene al een serieuze vorm van rijkdom, terwijl het voor een ander betekent dat men financieel een reserve heeft liggen om zes maanden alle kosten te kunnen betalen, of dat men een vakantiehuisje heeft op een exotische plaats aan de andere kant van de wereld.
Wat zijn uw eigen specifieke ervaringen met de I Tjing?
Er kunnen tientallen voorbeelden gegeven worden uit de eigen ervaringen met het boek der veranderingen. Alleen is het de vraag of u daar wel iets aan heeft?
Heeft u recent nog iets met het boek meegemaakt?
Wij waren een huis aan het bouwen. De bank had een fout gemaakt waardoor wij een voordeel van vijfentwintig duizend euro op onze rekening bleken te hebben. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat mijn vrouw en ik er even aan dachten om niets hierover aan de bank te zeggen. Het was leuk meegenomen, en gezien bouwen al zoveel kost, konden we het geld goed gebruiken. Alleen leek het ons zo oneerlijk. Het was geld van een ander. We besloten dan ook om de I Tjing hierover te raadplegen. Het antwoord op de vraag hoe we het beste met de situatie konden omgaan was hexagram 25, De Onschuld, met een bewegende lijn op plaats drie. Het oordeel van het hexagram klinkt als volgt: “Door ommekeer wordt men vrij van schuld. Als iemand niet is zoals hij behoorde te zijn, dan heeft hij ongeluk en is het voor hem niet bevorderlijk, wat dan ook te ondernemen. Groot welslagen door correctheid; dat is de wil des hemels. Als de onschuld weg is, waar wil men dan heen gaan? Als de wil des hemels iemand niet beschermd, kan men dan iets beginnen?”
Amai, dat is er wel recht op?
Dat is nog niet alles. Bij de derde lijn van dit hexagram staat te lezen: “Onverdiend ongeluk. De koe, die door iemand getuierd was, is winst voor de zwerver, voor de burger verlies. Als de zwerver de koe in bezit krijgt, dan is dat verlies voor de burger”. De betreffende lijn is dè lijn bij uitstek in de I Tjing dewelke wijst op diefstal, op het onterecht in bezit krijgen van middelen en rijkdom (indertijd een koe). Dit antwoord kon niet perfecter weergeven in welke situatie wij ons bevonden. De burger staat hier voor de heersende klasse. De zwerver (die een huis zoekt = aan het bouwen) is diegene die in het bezit komt van middelen die eigendom zijn van de burgerij, het bankwezen. Het is aan te raden om terug te keren naar de staat van onschuld (door ommekeer wordt men vrij van schuld) door eerlijk te zijn. Merkwaardig is dat het boek der veranderingen diefstal au fond niet afkeurt. Het zegt enkel dat de situatie zo is, feitelijk. Het algemene oordeel is al duidelijk. Het zegt: “Als men niet is zoals men behoorde te zijn, dan brengt dit ongeluk.” Als men niet eerlijk is, zijn de gevolgen logischerwijze destructief. Correctheid wordt gevraagd. Hier houdt dit in om de fout die de bank heeft gemaakt bekend te maken. Dat is “de wil des hemels”. Deze uitspraak slaat meestal op de loop van het tao. Is men in de stroom mee, dan is men correct. Gaat men tegen de stroom in, dan volgt er weerstand en zijn er moeilijkheden te verwachten.
Wat hebben jullie uiteindelijk gedaan?
We hebben elkaar lang geleden leren kennen, en wel door het boek der veranderingen. Mijn vrouw kent het boek dus zelf ook heel goed. Zij vroeg vervolgens op haar beurt aan de I Tjing of we de bank op de hoogte moesten brengen van de fout die zij gemaakt hadden. Dat was een gesloten vraag. Het antwoord van de I Tjing was hexagram 58, Het Blijmoedige, Het Meer, met één bewegende lijn op de derde plaats. Dit hexagram bestaat uit tweemaal hetzelfde trigram dat “Het Meer” heet en het bestaat uit twee yanglijnen en één yinlijn. Het trigram staat symbool voor vreugde, blijheid, spreken, feesten, vrolijkheid, taal. Dus het boek raadde haar aan om het te vertellen. Als de bewegende lijn verandert ontstaat als nieuw hexagram nummer 43, De Doorbraak. De orakeltekst bij “het Oordeel” van dit hexagram luidt: “Vastberaden moet men aan het hof van de koning de zaak bekend maken. Naar waarheid moet zij worden verkondigd. Waarheidsgetrouwe verkondiging is gevaarlijk. Dit gevaar leidt echter naar het licht”. En bij het beeld van dit hexagram staat: “Zo schenkt de edele rijkdom naar beneden zonder bij zijn deugd lang stil te staan”.
Wat dachten jullie toen jullie deze antwoorden kregen?
We voelden ons al een beetje beschaamd omdat we ook maar één moment overwogen hadden om het niet aan de bank te gaan vertellen. Tenslotte zegt de orakeltekst bij lijn drie van hexagram 58 “Komende blijheid. Onheil!” waarbij de uitleg van Richard Wilhelm luidt: “De ware vreugde moet uit het eigen binnenste opwellen. Voor wie innerlijk leeg is, en dus geheel in de buitenwereld opgaat, komen de vreugde van buitenaf; daardoor verliezen zij steeds meer hun houvast”. Deze raadpleging gaf perfect weer hoe mijn vrouw en ik ons voelden. Het “gestolen” geld zou ons nooit vreugde verschaffen of ons gelukkig maken. Het klopte niet met de werkelijkheid, van wie wij waren, dus zijn we onmiddellijk naar de bank gegaan. Er was bewustzijn van de situatie en het bewustzijn was tezelfdertijd de handeling. Alle denken was verdwenen. De daad was ook wie we waren. “Daad” en “zijn” vielen hiermee ineens samen.
Ik vind dit vrij spectaculair. Zijn alle antwoorden altijd zo direct en helder. Ik krijg vaak als antwoord een hexagram of bepaalde bewegende lijnen van een hexagram die ik niet kan thuisbrengen. Ik kan het antwoord niet in verband brengen met mijn situatie. Hoe komt dat?
Het achtste hoofdstuk van het tweede deel van “de tien vleugels” (commentaarteksten die aan Confucius worden toegedicht, maar die wellicht van de hand zijn van verschillende auteurs) vermeldt bij paragraaf vier een interessante rijmtekst: “Kijk eerst de woorden aan, bezin wat ze beduiden, dan komen de vaste regels aan het licht. Doch ben je niet de rechte man, dan openbaart zich aan jou niet de zin”. Hiermee is niet gezegd dat u niet de “rechte man” bent. De I Tjing raadplegen is contact maken met het toeval via munten. Het is het zenuwachtige zoeken van de rationele geest om tot stilstand te kunnen komen. De waarheid komt naar u toe als u alles wat u al kent over de vraag of de situatie, en dus al het denken daarover, alle gedachten van vroeger tot nu, hebt stopgezet. De geest kan enkel de waarheid van een situatie feitelijk kennen als alle vooringenomenheid en alle bedenkingen afwezig zijn. Bent u daartoe in staat?
Ik denk van wel.
Dan bent u de “terechte” persoon aan wie het boek zijn adviezen geeft. Voor de rest zijn er geen voorwaarden. U hoeft moreel niet aan bepaalde eisen te voldoen. U hoeft geen rituelen uit te voeren vooraf. Het is wel interessant om de nodige tijd vrij te maken om u in het boek te verdiepen. Een namiddag I Tjingen is een boeiende bezigheid. Het moet niet altijd tuinieren te zijn.
Hoe lang moet ik de I Tjing bestuderen om het boek goed te kunnen begrijpen?
Dat hangt er van af. Sowieso vraagt het drie tot vijf jaar om het boek enigszins eigen te maken. Dat betekent dat u het boek laat inwerken, dat u eigen associaties gaat maken met bepaalde beelden en teksten. Het is geen holderdebolder wijsheid, geen hurrie hup boek, geen modegril. Het boek der veranderingen heeft al drieduizend jaar overleving achter zich. Een dergelijke bron van wijsheid vraagt om ontdekt te worden. U kan zijn wijsheid en kracht niet opeisen. U zet de deur open en het kan bij u naar binnen komen. Een open en lege geesteshouding is aangewezen, maar het hoeft zelfs geen vertrekpunt te zijn. Al doende met de I Tjing leegt het denken zich vanzelf. Met een “volle” geest, met zijn vastgeroeste waarden en normen, bedenkingen, overtuigingen en vooringenomenheid, is het lastiger om het boek werkelijk te begrijpen. Nu en dan daagt een lichtpunt, en bij elke vonk van inzicht, leegt de geest zich. Het kan dat de antwoorden van de I Tjing zich lijken tegen te spreken. De beelden en orakelteksten brengen bij u misschien eerder verwarring teweeg. En u gaat daardoor nog meer twijfelen.
Dat bedoel ik, ja. Eén bepaalde lijn zegt “onheil” en een andere tekst spreekt in hetzelfde antwoord van “geen berouw”, “verheven welslagen” of zelfs van “heil”.
De taal in het boek is een archaïsche taal. Er gaapt een grote kloof tussen het Chinese denken uit de oudheid en het huidige moderne denken. Dit schijnt althans het geval. Als u verder kijkt vallen de patronen op, de oerbeelden die, ondanks de eeuwen van opeenvolgende generaties, toch eenzelfde weerkaatsing zijn van de feitelijke werkelijkheid. Een verwarrende geest die een vraag stelt aan de I Tjing, die krijgt een verwarrend antwoord. Is er een verschil tussen de vraagsteller en het antwoord? Kan er een verschil zijn?
Ik ben vaak bang van de antwoorden die kunnen komen?
Als ik angstig naar de toekomst kijk, is er dan iets anders te zien dan angst? Of ik nu naar de straat kijk, mijn partner of naar een boek zoals de I Tjing, overal zie ik angst. Er is niets anders. Het boek raadplegen is bij uzelf te rade gaan. Anderzijds kan het ook zijn dat twee lijnen van één en hetzelfde hexagram toch op dezelfde situatie betrekking hebben. Misschien zijn het twee mogelijkheden, twee facetten, de oorzaak en het gevolg, verschillende kansen of opties, enz.. Soms is het zinvol om het boek even aan de kant te leggen. Probeer het op een later tijdstip eens opnieuw.
Mag men dezelfde vraag verschillende keren stellen?
Experimenteer met het boek en met uw vragen, dan zult u het zelf ervaren. Het is geregeld gebeurd dat hexagram 4, De Jeugddwaasheid, het antwoord was na veelvuldig dezelfde vraag te hebben gesteld. Dan bent u wel even van slag. Het oordeel bij dit hexagram is namelijk: “Jeugddwaasheid heeft welslagen. Niet ik zoek de jonge dwaas, de jonge dwaas zoekt mij. Bij het eerste orakel geef ik antwoord. Twee-, driemaal vragen is lastig vallen. Wie mij lastig valt, geef ik geen antwoord. Bevorderlijk is standvastigheid.” Wantrouwend of gedachteloos verder vragen ervaart het onbewuste als iemand lastig vallen. Men is er dan niet ernstig meer mee bezig. Het orakel neigt dan tot zwijgen. Het kan ook zijn dat de verwarring zo groot is bij de vragensteller dat elk antwoord de verwarring alleen maar groter maakt, en dan is het goed om ermee te stoppen. Soms kunnen er maanden voorbij gaan zonder dat het boek wordt opengeslagen. Dat is prima.
Als je pas begint met het bestuderen van het boek, wat dan?
Probeer uw intuïtie hierbij te volgen. Bij kennismaking met het boek kan het goed zijn om vele vragen te stellen, bij wijze van oefening. Het is de bedoeling dat u een uitwisseling teweeg kan brengen. De tekst “bevorderlijk is standvastigheid” wijst ook op de idee van aanvaarding. Als de situatie wordt vastgesteld, en als er een antwoord volgt, dan is dàt het, en niet iets anders. De vaststelling is er. Ook al bevalt het de raadpleger niet, de situatie ligt erbij zoals ze is. Eigenmachtig ingrijpen heeft geen enkele zin.
En wat als ik alle orakels sowieso wantrouw?
Dan zal het antwoord wantrouwen zijn.
Maar ik wil van het wantrouwen af. Ik wil het orakel wel geloven, maar alles in mij biedt weerstand?
Wat biedt er weerstand?
Ik.
Wat in jou is de weerstand?
Mijn overtuigingen. Het ongeloof. Mijn gedachten. Mijn opleiding als econoom misschien? De opvoeding die ik heb genoten, dat ik alles rationeel moet benaderen en kritisch moet zijn. Ik denk dat het daar mee te maken heeft.
Kritisch zijn is bijzonder. Moet u iets aannemen wat een ander u zegt? Kunt u zich bevrijden van uw opleiding, opvoeding of wat dan ook dat te maken heeft met uw verleden? Het is immers dood. Kan u de dood loslaten? Kan er plaats zijn voor iets nieuws als men vol is van het verleden? Kan een antwoord van de I Tjing zich openbaren als men bij voorbaat al afkeurt wat er afkomt? Op zichzelf bekeken is kritisch zijn een belangrijke houding. Misschien moet u verder gaan dan alleen maar kritisch zijn? Misschien kunt u vernietigen wat u al weet? Dan komt er ruimte vrij voor iets dat werkelijk nieuw voor u is. Door het achterlaten van wat er is, door de dingen met rust te laten, is er leegte in zichzelf, en waar leegte is, daar is ook ruimte. Kan er iets nieuws ontstaan als er geen ruimte is? Kan de I Tjing begrepen worden als men vooraf al stelt wat het boek is?
Wat is dat nieuwe in de lege ruimte dan?
Er is de oprechte overtuiging dat het bij iedereen naar binnen kan. Zonder iets te willen of te doen, maar door aandacht en het zien, is er de kans dat het naar u toekomt, als een hinde in een bos. Maar bij de minste beweging van de wil huppelt de “waarheid” –als die al bestaat- van u weg.
Vijfde gesprek
Bent u vaak verrast geweest door een antwoord van het boek der veranderingen?
Vaak.
Kan je een voorbeeld geven van een raadpleging die u is bijgebleven?
Een antwoord is altijd een ontdekking. Soms zijn het heldere orakelteksten, of mooie metaforen. Andere keren lijkt de tekst nergens op te slaan. Soms krijg men geen antwoord op een specifieke vraag, maar op een thema dat veel dringender is. U stelt een vraag over uw relatie en u krijgt een advies over een conflict op het werk. Dat kan allemaal. Het vraagt dus een mentale flexibiliteit om dit in te schatten. Sommigen noemen de antwoorden daarom zelfvervullende profetie. Er komt natuurlijk interpretatie bij kijken, en interpretatie gebeurt ook het beste door wie het boek raadpleegt. Met dromen is dat ook zo. Wie kan een droom het beste begrijpen? De dromer zelf toch? De dromer kent de eigen persoonlijke situatie het best, de mogelijke associaties, de herinneringen, letsels, enzovoorts.. Niemand kan een droom van een ander helemaal doorgronden. Een buitenstaander kan enkel aanwijzingen geven, tips, verbanden leggen. Met de I Tjing gebeurt iets gelijkaardigs. Het antwoord beslaat de gehele context van een levenssituatie. Een familielid vroeg advies over een werksituatie en we kregen hexagram 13, Gemeenschap met Mensen, met drie bewegende lijnen, op de derde, vierde en vijfde plaats. Het hexagram verandert daardoor naar 27, De Voeding. Als er in een hexagram zoveel bewegende lijnen zijn, dan weet u dat het eerste hexagram zijn uitwerking bijna achter de rug heeft, en dat het tweede hexagram het belangrijkste wordt met betrekking op de vraag.
Ik meen begrepen te hebben dat er een tijdsbeweging in de lijnen zit. De onderste lijn is oorzakelijk. De tweede lijn toont een eerste evolutie, de derde het vervolg, en zo verder. Klopt dat?
Een antwoord op een vraag is altijd zowel causaal als reticulair te benaderen. U heeft een schijnbaar tijdsverloop van de onderste lijnen naar boven toe, en van het ene hexagram naar het andere, maar een tijdsmoment is voor de I Tjing ook een op zichzelf staande wereld. Op dat ene unieke moment bestaat het hele universum. Er doen zich allerhande zaken voor. Wat bij u hoort trekt u aan; wat er niet bij hoort stoot u af. Er vinden synchronistische gebeurtenissen plaats. Synchroniciteit wil zeggen dat er op dat unieke moment betekenisvolle toevalligheden samenvallen. Men noemt ze ook correlaties of samenvallingen. Bij het antwoord op de vraag van het familielid kan u zien dat de werksituatie en de partnerrelatie beide aan bod komen. Hexagram 13, Gemeenschap met mensen, heeft het zowel over markten en handel, als over persoonlijke relaties. De bewegende lijnen bij onze vraag zeggen op de derde plaats “verbergt wapens in het struikgewas, klimt op de heuvel daarvoor. Drie jaar lang verheft hij zich niet”; op de vierde plaats “hij klimt op zijn muur, hij kan niet aangrijpen. Heil!”; tenslotte staat bij de vijfde tijdslijn “de gemeenschapsleden wenen eerst en klagen, maar later lachen zij. Na grote strijd gelukt het hun, elkaar te ontmoeten”. De vraag luidde: “moet persoon x ingaan op aanbod y op het werk?” Dan is het bovengenoemde antwoord moeilijk te duiden bij een eerste lezing. Er is sprake van wantrouwen, vijandigheid, isolatie, bezinning, verzoening na vijandigheden, naderhand is er een hereniging, enzovoorts. In zowel de professionele context als in de partnerrelatie waren de orakelteksten voor de persoon in kwestie zelf heel duidelijk.
Hoe kom je dan bij de betreffende interpretatie? Moet je vooraf niet de context kennen en begrijpen?
Er is wellicht sprake van een zekere mate van cold reading, maar de lijnen zelf zijn meestal echt wel duidelijk. Het bovengenoemde voorbeeld gebeurde via mailverkeer. Als alleen de vierde tijdslijn zou veranderen in hexagram 13, dan verandert het hele hexagram naar nummer 37 dat “Het Gezin” heet. Maar de derde lijn van hexagram 13 wijzigt zich ook en vervormt tot hexagram 25, “De Onschuld”. Als ze beiden veranderen krijgt u hexagram 42, “De Vermeerdering”. De situatie is als volgt. Er is een wantrouwen tussen beide partners die in gemeenschap (van goederen) leven, in een huwelijk, een gezin, en de wegen lopen te ver uiteen op ethisch en financieel vlak (de vermeerdering heeft het hierover). Ook al zijn betrokken personen onschuldig, gezien de aard van wie ze zijn, toch trekken ze zich op zichzelf terug (heuvels, muren). Tenslotte komt er een verzoening (de vijfde lijn van hexagram 13) die, als alleen zij beweegt, een verandering is naar hexagram 30, Het Zich-hechtende. Dit hexagram spreekt over het noodlot. Het hout zorgt ervoor dat het vuur gaande gehouden wordt. Ze voeden elkaar (hexagram 27, De Voeding). De aanvankelijke scheiding leidt tot een hereniging.
Is dat ook zo gebeurd?
Jawel. Er waren grote conflicten, bijna een scheiding, maar uiteindelijk hebben ze het bijgelegd.
Maar wat heeft dit te maken met het jobaanbod dat hij kreeg?
Er is te veel wantrouwen. De verbetering kon er pas na drie fasen (drie lijnen, vaak drie weken of maanden) komen, wat ook is gebeurd. De financiële vermeerdering was er vervolgens wel, maar het koppel heeft een jaar later toch beslist om te scheiden, en nu is het financieel ook moeilijker geworden.
Dan klopt de voorspelling niet?
Het is geen voorspelling, maar een vaststelling. Op het moment dat de vraag gesteld werd klopte de vaststelling helemaal met de werkelijke situatie. We zijn inmiddels een jaar verder. Een vaststelling voorspelt niet de toekomt.
Is het wel goed om andere mensen te adviseren met de I Tjing?
De associaties die men geeft zijn altijd persoonlijke associaties. Ze zijn niet absoluut geldig en waarheidsgetrouw. Ze kunnen misschien verhelderend zijn. Het ligt helemaal aan de situatie, de betrokken personen en de relatie die men met hen heeft. Ongevraagd de I Tjing voor een ander raadplegen is te indringend, te opdringerig, en meestal wil de raadpleger er dan zijn eigen ego mee in de verf zetten. Zie wat ik kan! Als mensen u erom vragen, waarom dan niet. Het is heel leerrijk en doordat u niet zelf middenin de problematiek zit heeft u er soms een meer objectieve kijk op.
Ik vind de beeldspraak van de I Tjing zo mooi.
Ja, die is echt bijzonder. Een vriend had prostaatkanker. Bij het raadplegen van de I Tjing ontstond hexagram 11, De Vrede, lijnen 1 en 4, welke veranderen naar hexagram 32, De Duurzaamheid. De onderste lijn spreekt over “het wegnemen van gras” (het orakel luidt: “Trekt het kweekgras uit, met wortel en al. Houd voet bij stuk. Geluk”). Mijn vriend had eerder een nare droom gehad over bijen en kuikens op een kerktoren. Bij de “toelichting” van Han Boering staat: “kweekgras is een van de allertaaiste vormen van onkruid. Het groeit met een zogeheten wortelstok, dat wil zeggen dat de wortels uit één gezamenlijke wortel bestaan. Die wortelstok kan zich zelfstandig ontwikkelen, dus als er een deel in de grond blijft zitten keert het onkruid na verloop van tijd weer terug.” Dat is me dunkt een duidelijk beeld, en erg gelijkend aan de droom van mijn vriend. Daar is de stok de kerk. De bijen bevonden zich in de droom op de kerktoren, en de kuikens liepen aan zijn voeten, en hij doodde er een paar. Bijen horen samen zoals gras aan een wortelstok. De operatie zou grondig gebeuren, zodat alles weggenomen zou worden. De vierde lijn van hexagram “De Vrede” spreekt van “Fladderend (kuikens?), fladderend. Als hij geen rijkdom heeft, dan krijgt hij die van zijn naasten. Grenzeloos vertrouwen.” Deze lijn toont aan dat de man zich geen zorgen hoefde te maken, noch over de operatie (fladderen door het leven = onbezorgd), de financiële gevolgen en de steun. Als de twee lijnen samen veranderen ontstaat hexagram 32, De Duurzaamheid, wat dan weer wijst op een continuïteit in het leven, een duurzame en blijvende verandering. Misschien een definitieve genezing.
Geeft u medisch advies met de I Tjing?
Dat is volstrekt af te raden. Waar het hier om gaat is de beeldspraak bij de antwoorden die men met de I Tjing kan krijgen. De beelden, de taal en de associaties kunnen heel helder zijn. Wat het medische aspect betreft, zolang men geen dokter is, blijft men daar het best ver van weg. Mijn vriend had al vele dokters geraadpleegd, en definitieve beslissingen genomen, voordat het boek der veranderingen er bij werd gehaald. Het is wel verleidelijk. Mensen in nood zoeken steun in vele vormen. Het is verleidelijk om hierop in te gaan. Doe het niet. Vraag de I Tjing in de eerste plaats om raad over de eigen zaken. Zoek uit hoe de “werking van het zelf” steeds weer plaatsvindt, mét de I Tjing. Onderzoek de “werking van het zelf” voordat u anderen adviseert of “helpt”. Moeten anderen sowieso geholpen worden? En waarom dan door u? Waarbij heeft u zelf hulp nodig? Onderzoek het.
Als anderen de I Tjing raadplegen en zij begrijpen de beeldspraak niet, kan u dan helpen?
Waarom niet. Als u het boek der veranderingen hebt bestudeerd en anderen hebben dat nog niet gedaan, dan kan u hen wel tips geven bij de bestudering ervan. Zoals eerder gezegd, niet iedereen hoeft een I Tjing kenner te worden. Als iemand het boek wil bestuderen is er veelal een soort van klik tussen de raadpleger en het boek. Dat klinkt misschien vreemd in de oren, maar velen die de I Tjing goed kennen hebben bij de allereerste ontmoeting met het boek al een aha-erlebnis gevoel, een herkenning, een gloed en gevoel van nieuwsgierigheid. Anderen hebben er helemaal geen voeling mee. Forceren heeft geen enkele zin. Onlangs vroeg iemand meer uitleg bij een antwoord dat hij zelf had gekregen. Zijn vraag luidde: “Vertel iets over de huidige toestand van mijn spiritueel pad” met als antwoord hexagram 36, “De Verduistering van het Licht”, met een bewegende lijn op de vierde en op de vijfde lijn. Als de twee lijnen samen veranderen ontstaat hexagram 49, De Omwenteling (Het Ruien). De jongeman gaf bijhorende uitleg: “Dit is eigenlijk precies het antwoord dat ik verwachtte. De laatste drie jaar zie ik abnormaal veel keren het getal 36 opduiken. Onlangs herinnerde ik me een beeld dat ik vroeger al mediterend zag. Het was het beeld van een lichtgevende bol, als de zon, maar die was gedeeltelijk bedekt met zwarte plekken, alsof er pek op zat. De bol gaf een intens stralend licht, alsof ze probeerde er de peklaag af te stoten. Die bol is natuurlijk mijn eigen zuivere zelf, mijn ziel die op weg is naar bevrijding, openbaring.” Dat was het antwoord dat mijn vriend zelf op zijn vraag gaf. Het was zijn interpretatie, maar hij vroeg toch om extra duiding.
Had de man het bij het rechte eind? Had hij de I Tjing correct geïnterpreteerd?
Dat weet ik niet. Er is geen norm waaraan u interpretaties van een orakel kan gaan toetsen. Het is geen wiskunde. Dat schrikt ook veel mensen af. Liever noemen zij het bijgeloof of iets dergelijks dan de mogelijkheid te onderzoeken of er in de orakeltaal van de oude Chinezen mogelijks een dieperliggende betekenis schuilgaat.
Is dat dezelfde discussie als die over het bestaan van het onbewuste. Sommigen nemen aan dat het onbewuste in dromen een boodschap geven. Wat denkt u?
Weer anderen vinden dromen niets anders dan de verwerking van ervaringen tijdens de dag, of als neurologische bewegingen in de hersenen. Is het onbewuste iets anders dan het bewuste, dan het denken in zijn geheel? Werkt het onbewuste werkelijk onbewust? Of zijn er patronen die merkbaar zijn, die terugkeren en te herkennen zijn? Is het bewuste denken creatief en nieuw? Is het denken vrij van patronen en herhalingen? Is er een verschil tussen bewust bewustzijn en onbewust bewustzijn? Natuurlijk kunnen we niet ontkennen dat we dingen doen en zaken denken waar we ons niet bewust van zijn op het moment zelf dat we ze doen of denken. We rijden met de wagen van de ene plaats naar de andere, en pas thuis aangekomen vragen we onszelf af hoe we in godsnaam thuis zijn geraakt. De weg naar huis is onbewust gevolgd geweest. We hebben uit gewoonte dezelfde weg als steeds genomen. Het onbewuste valt niet te ontkennen. De vraag is enkel of er een scheiding is te maken tussen bewuste en onbewuste. Indien niet, dan zijn veel zaken op een andere manier te benaderen. De hexagrammen in de I Tjing zijn oerpatronen die aan de grondslag liggen van de natuur, van het handelen en van het denken. Het zijn oerpatronen, archetypen of oerbeelden.
Maar wat hebt u uw vriend aangeraden?
De benadering was er door de volgende vraag te stellen; hoe kan ik vriend x van dienst zijn, welke uitleg kan ik hem geven bij zijn vraag? Het antwoord was hexagram 26, De Temmende Kracht van het Grote, met een bewegende lijn op de vierde plaats. Als de tijdslijn verandert ontstaat hexagram 14, Het Bezit van het Grote. Het oordeel van hexagram 26 zegt het volgende: “Niet thuis eten brengt heil” en het beeld is “Zo leert de edele vele woorden uit vroeger tijd en daden uit het verleden kennen om daardoor zijn karakter te stalen”. Het valt op dat het hexagram betrekking heeft op het bestuderen van oude geschriften, waaronder de I Tjing zelf, en de vriend vraagt net extra duiding over de I Tjing. De uitleg van Richard Wilhelm heeft het over “de hemel temidden van de berg”, “verborgen schatten” en “zich niet beperken tot historische kennis, maar het historische toe te passen en steeds weer actueel te maken”. Mijn vriend had duidelijk een probleem om zijn “kennis” en spirituele ervaringen om te zetten in de dagdagelijkse realiteit. Het gevonden hexagram heeft het verder bij de vierde lijn over “De schutplank van een jonge stier. Groot heil!”. Het woord “heil” uit de mond van een Duitser klinkt in onze tijd altijd een beetje verdacht. De vertaling van Richard Wilhelm dateert uit 1923, dus voordat het nazisme in Duitsland aan de macht kwam. Hedendaagse vertalers gebruiken in plaats daarvan “heil”, “succes” of “geluk”. Hier spreekt de I Tjing van “groot geluk”. Nochtans had mijn vriend hexagram 36, De Verduistering van het Licht, als antwoord verkregen, en het is werkelijk één van de moeilijkste hexagrammen uit het boek der veranderingen om mee om te gaan. Dus mijn vriend was enigszins bezorgd, wat begrijpelijk is. Het antwoord op de vraag naar verduidelijking wees echter in een positieve richting. Het hield de belofte van succes in.
Wil niet iedereen steeds weer een orakel positief interpreteren? De Lydische koning Croesus raadpleegde het orakel van Delphi over zijn slaagkansen bij het starten van een oorlog tegen Perzië. Het orakel antwoordde dat “hij een groot rijk zou verwoesten”, maar dat bleek uiteindelijk zijn eigen rijk te zijn.
Interpreteren is denken en gedachten zijn enerzijds subjectief omdat ze vertrekken vanuit een eigen gezichtsveld, maar anderzijds ook objectief, omdat ze gestoeld zijn op collectieve denkpatronen. De “werking van het zelf” is heel objectief. Wil niet iedereen bijvoorbeeld het beste voor zichzelf? In de eerste plaats? Als u iemand vraagt wat hem gelukkig maakt, wat zal het antwoord zijn? Bezit? Succes? Welvaart? Gezondheid? Roem? Eén van deze zaken, toch?
Maar wat betekent nu “een schutplank van een jonge stier” en wat is daar succesvol aan?
Het geluk ligt hier op een oude “dierlijke” laag van de persoonlijkheid. Het succes is gebaseerd op een historische laag van de persoonlijkheid, of anders gezegd, de duiding heeft te maken met wat men noemt het “collectieve onbewuste”. Het betreft een archetype dat in het werk is getreden. Oerbeelden van onze persoonlijkheid beïnvloeden ons misschien meer dan we soms zouden willen geloven. Mensen tussen de 25 en 35 jaar, een groep waartoe mijn vriend behoorde, hebben vaak te maken met periodes in het leven waar de vraag zich stelt of men jong, speels en onbezonnen zal blijven, of dat men definitieve keuzes zal maken; een gezin stichten, een professionele richting in slaan, een huis kopen, enz.. Als de vierde tijdslijn van hexagram 26 verandert hebben we hexagram 14, Het Bezit van het Grote. Zoals de titel al laat blijken heeft dit hexagram te maken met materieel bezit en met psychologische waardigheid. Beide zijn in het leven van mijn vriend, op het moment van de raadpleging, verduisterd. Hij kreeg op zijn vraag namelijk hexagram 36, De Verduistering van het Licht. Zijn licht is verduisterd.
De zon, het licht, staat in China vaak symbool voor goud en rijkdom. Geldt dit ook in dit geval?
Symbolen zijn collectieve tekens. Ze behoren elk lid van een soort. Ze maken onderdeel uit van het denken van elk mens. In de kunst en in wat mensen creëren komen collectieve beelden steeds terug. Een klassiek beeld is dat van de strijd tussen “goed” en “kwaad”; zoals ook in het bijbelse verhaal van “Adam en Eva” tot en met de verfilming van “in de ban van de ring” van Tolkien. Het vuur stelen van de goden, het licht voor de mensheid, dit alles wordt verbonden met het vermogen van de mens om te denken. Kennis is macht! In het hexagram van mijn vriend wordt zijn licht, zijn kennis, gedoofd door de aarde. Een hexagram bestaat altijd uit twee trigrammen. Het bovenste trigram is “de Aarde, het onderste “het Vuur”. Samen vormen zij hexagram 36, De verduistering van het Licht”. Mijn antwoord toont ook “het Vuur”, maar nu in hexagram 14, Het Bezit van het Grote, en nu staat het vuur bovenaan, terwijl het onderste trigram “de Hemel” genoemd wordt. Het is de “zon” aan de hemel (vuurbol uit de droom?), die al het aardse beschijnt. De zon toont het boze (het pek op de bol?) én al het goede. Het beeld van hexagram 14 zegt immers het volgende: “Zo beteugelt de edele het boze en bevordert hij het goede, aldus gehoorzamend aan de wil van de hemel”.
Wat is hier het “goede” en wat is het “boze”?
De I Tjing is over het algemeen niet moraliserend. Het boek der veranderingen ziet ongunstige zaken eerder als dingen die niet meestromen met de tijd, en positieve tijdingen en gedrag is in overeenstemming met de gebeurtenissen in een groter kader, in een totale context, in analogie met de tijd. Een dikke trui aantrekken is de zomer, als het dertig graden in de zon is, dat is “slecht”, omdat het niet overeenstemt met de tijd en de context. In onze situatie van mijn vriend kan het eerder psychologisch van aard zijn.
Hoe dan?
In elk van ons is een lichte (vuurbol) en een duistere (pek) kant, en de vraag is hoe men deze in het dagelijkse leven een plaats kan geven. Psychologisch spreekt men van de “schaduw” van onze persoonlijkheid. Dit toont zich doordat we onze eigen fouten bijvoorbeeld projecteren (en zien) bij anderen in plaats van bij onszelf. Een andere manier is in de vorm van overmoed en hoogmoed. Men noemt het dan inflatie of het opgeblazen zijn van de persoonlijkheid. Het bewuste “ik” denkt zich verheven te moeten voelen boven de anderen. Het meent de wijsheid in zichzelf te vinden, met als logische gevolg dat de feitelijke werkelijkheid van elke dag, in werk, relaties, thuis, duidelijk laat zien dat deze gedachte een fata morgana blijkt te zijn. Hoe sterker de inflatie, des te sterker het falen in de realiteit van het bestaan. Het is een normaal en herkenbaar patroon voor elkeen die de moed heeft om het “spirituele” pad, welke niet anders is dan elk ander “pad”, op te gaan. In werkelijkheid is er geen pad en hoeft er nergens heen gegaan te worden. Maar door de inflatie verliest men de helderheid, ook op materieel vlak, en in de eigen waardigheid. Het doet geen goed, maar in de meeste gevallen wordt deze “werking van het zelf” uiteindelijk doorzien. De moeilijkheid is niet de inflatie zelf, maar wel het er in blijven steken. Mijn vriend bleef steken in de 36, de verduistering. Merk hierbij nog op dat het getal 36 een vreemde connotatie heeft met het westerse “getal van het Beest” of de 666. In het laatste boek van de bijbel, de Openbaring, wordt dit getal zo genoemd. Als u alle getallen met elkaar optelt, van de 1 tot en met de 36, dan komt u bij 666 (= 1+2+3+4+5+6+7+8+ … + 36). Het hexagram wijst dus op een archetypische collectieve gesteldheid van het denken, waarbij het onbewuste het overneemt van het bewuste. In beeldentaal is dat het licht dat wordt verduisterd, of aarde dat het (levens)vuur dooft.
Is het hexagram dan enkel een negatief hexagram?
Het is de enige manier om “het hart van de verduistering” in de “buik” te kunnen kennen (letterlijk hexagram 36, lijn 4 – “Hij dringt binnen in de linker buikholte. Men verkrijgt het hart van de verduistering van het licht. En men verlaat poort en hof.”) Ook het hexagram 26 zegt bij het Oordeel: “niet thuis eten brengt heil”. Westerse mystici spreken van “de donkere nacht van de ziel” waar men door moet om het licht te kunnen zien. Het resulteert in een psychologische kernbom, een ontploffing (als de vierde lijn van hexagram 36 verandert, dan krijgt men hexagram 55, De Volheid, dat onder andere “ontploffing” betekent). Deze ontploffing hoort bij de psychische groei, bij het volwassen worden. Een andere situatie die mijn vriend ervaart is de vervreemding. Hij voelt zich als een “krankzinnige” tussen de “normale” mensen. De vijfde lijn van hexagram 36 heeft het hierover als deze vertelt van prins Tji. Deze bevond zich aan het hof van de tiran Tsjow-Sin. Prins Tji was een bloedverwant van de tiran en kon zich dus niet van het hof terugtrekken. Hij verborg zijn goede gezindheid en deed alsof hij krankzinnig was. Het Beeld van hexagram 36 luidt dan ook “hij verhult zijn glans en blijft toch licht”. Dat is een hoopvolle situatie, niet? Een periode van verduistering is in de meeste gevallen een tijdelijke aangelegenheid.
Maar wat heeft uw vriend nu aan uw duiding?
De antwoorden van mijn vriend en van mijzelf spreken over een omzetting van de theorie in de praktijk, van de kennis in het doen, van het verleden in het nu. De gehele situatie stelt ons de vraag hoe we de eigen identiteit kunnen omzetten in een maatschappelijk gegeven. Een openbaring kan een rijke ervaring zijn, maar het kan ook een valkuil zijn, omdat de ervaring (van het “zelf”) het individu weglokt van de wereld. De ervaringen van elke dag lijken te verbleken tegenover de wondere wereld van de mystiek, wijsheid en kennis. Maar dat is nu net de illusie waar het “ik-complex” zo graag aan vasthoudt. Alle ervaringen zijn waardevol en belangrijk. Ze kunnen ons uit een lethargie halen en ons tot beweging aanzetten, of ons de werkelijkheid laten zien zoals die nu eenmaal is, de “waarheid” dus, indien er zoiets als waarheid zou bestaan. In het zen-boeddhisme zegt men “voor de verlichting: water dragen en hout hakken. Na de verlichting: water dragen en hout hakken”. Welke ervaringen het “zelf” ook heeft, de dagelijkse beslommeringen blijven de dagelijkse realiteit. De I Tjing zal hier niets aan veranderen.
Ik vrees een beetje dat mijn studie van de I Tjing de passie in het leven zal wegnemen, de begeerte, het voelen dat ik leef en besta, dat ik fouten maak en menselijk ben. Ik wil verlangen en de levensenergie door mij voelen stromen.
Wat is levensenergie? Wat is begeerte? Wat is verlangen en passie? Wat voelt u dan? Wie voelt er dan?
Het is iets heel lijfelijks. Ik voel me dan goed in mijn vel. Het leven stroomt door me heen.
Kunt u deze stroom bezitten? Kunt u deze energie, deze passie oppotten of vasthouden? Op het moment dat u leeft, stroomt het. U hoeft er niets aan toe te voegen, toch? Kan u het leven laten leven in u?
Ik heb niet de indruk dat “ik” dit kan. Ik denk niet dat ik er invloed op heb.
In de symboliek van de I Tjing is er sprake van water dat van de hemel komt en over het land stroomt in rivieren en zeeën. Het wekt alle leven.
Ik voel me in de passie ook echt leven. Is dit willen “zien” van de “werking van de wil” niet het tegenhouden van de stroom?
Kan het zien, alleen maar “zien” van de “werking van het zelf” de levensstroom tegenhouden? Is het niet net de poging tot oppotten, tot meer van dàt; meer passie, meer verlangen, dat het “zien” verblindt en uitdooft? Is het niet deze houding in het leven dat de stroom stremt?
Maar het brengt me zoveel vreugde?
Is dat zo? Brengt passie en verlangen ons vreugde? De passie van een leger dat een land binnentrekt is verwoestend. De passie van een gehuwde man voor zijn minnares maakt een psychisch wrak van de echtgenote. De passie van sommigen gaat ten koste van het leven van anderen. Het steelt het leven van anderen. De massa in hartstocht is gevaarlijk, leidt naar de lijken, naar rouw. Passie en verlangen, dat de basis van het leven is, kan net datgene bereiken wat het absoluut wil vermijden, namelijk de dood.
Ik voel me net sterven als de passie niet in me raast.
In mensen ligt het gevaar van de passie op de loer. Het is een latent gevaar. Daarom is het individuele “zien” zo belangrijk. Het individuele bewustzijn werpt een dam op tegen de blinde drift van het collectieve denken. Het individu staat er alleen voor, maar dat is niet zo erg. Het kan zich immers de vraag stellen of het passioneel najagen van datgene wat collectief wordt aangeprezen wel zo’n vrijheid en levenskracht in zich heeft. Is het niet gewoon een vorm van slavernij? Dezelfde merken van kledij willen dragen? Dezelfde mannen en vrouwen willen begeren en bevredigen? Dezelfde huizen willen bouwen? Allemaal op zoek, en najagend het oneindig aantal schijnbare behoeftes. Is het “zien” saai? Of is het bevrijdend en brengt het een innerlijke vreugde dat daarmee alle andere vreugdes aan de kant zet, of ze op z’n minst relativeert?
Ik houd toch wel van wat luxe, een massage, een sauna en dergelijke? Is daar iets fout mee?
Uiteraard niet. Er wordt hier de bedenking gemaakt dat het ook saai kan zijn als iedereen dwangmatig hetzelfde najaagt, als gevolg van collectieve prikkels, gewoontes en denkpatronen. Men voelt zich dan misschien wel leven, maar in werkelijkheid is men innerlijk dood, of leidt het tot een uitdoving, een burn-out. Sommigen merken dit heel duidelijk als het leven hen plotseling tegenstaat. Ze hebben alles, een geslaagde carrière, een perfect huis en gezin, een gedroomd leven, en toch, eensklaps overvalt hen een diep en innig verdriet, een teleurstelling, een verveling en lusteloosheid. De slavernij voldoet niet meer.
En hoe komt dit dan?
Men kan het de I Tjing vragen. Men kan op onderzoek uitgaan en kijken of er iets bestaat dat al onze problemen van de kaart kan vegen, in één ogenblik.
Maar hoe dan?
Onderzoek het.
Wat is passie?
Het leven zelf. “Het is voldoende als men uit de afgrond geraakt,” zegt een orakel in de I Tjing. Het is voldoende de passie van het leven te ervaren. “Het water loopt verder als het zijn ruimte heeft opgevuld,” is een andere tekst. “De afgrond wordt niet overvol. Hij wordt slechts tot aan de rand gevuld.” Als een glas vol is, is het vol. Men moet er niet nog meer willen indoen. U kunt het leven niet opsparen. Het “zien” dat de passie in het teken van het “zelf” staat is een beschermingsmaatregel. Het “zien” zelf is al de discipline, de beheersing. U moet er niet willen tegen vechten. Dat zou het leven steriel maken. U moet zich niet opsluiten, niet fysiek of psychisch tergen. Het leven stroomt voort en hoopt zich nergens op, zoals water in een ravijn. U moet er niet méér van willen noch het willen bestrijden.
Maar hoe ga ik met de passie in mij om?
Het “zien” van het “zelf” is in momenten van begeerte verblindt. Het zit opgesloten in de natuurlijke neigingen en eigenschappen. Het gevaar is dan om te verzinken in het “meer”, in begeerte en hartstochten. Door het “zien” vast te houden, op elk moment, houdt men het gevaar van zich weg, en blijft het handelen in harmonie met het tao. Laat de begeerte nooit een doel op zichzelf zijn. Dat het er is –en het is er- kan voldoende zijn. Volg hierin de weg van de minste weerstand. U hoeft niet verder te willen gaan, niet hoger op te klimmen, niet méér te bereiken. Het is altijd goed zoals het is. Dat is precies passie.
Wat bedoelt u met “dat is precies passie”?
Elk levensverhaal is een passieverhaal. Als u achteraf naar uw leven kijkt zegt u misschien dat het precies is gelopen zoals het moest lopen, en dat er fijne en vervelende zaken zijn gebeurd.
Hoe gaan we met anderen om als het de passie en de begeerte betreft?
Is de enige les niet zelf als voorbeeld zijn? Het Oordeel van hexagram 29, het Onpeilbare zegt hierover: “als je waarachtig bent, heb je welslagen in je hart en alles wat je doet heeft succes”. Er is eerst sprake van een innerlijk zien van het hart, en vervolgens een succes in de buitenwereld. Zo binnen, zo buiten. De innerlijke begeerten zullen zich veruitwendigen in de uiterlijke ervaringen, in wie en wat men ontmoet. Het vertrekt van binnen uit. Dat is het belangrijkste feit.
Zesde gesprek
Waardoor bent u het meest geraakt als u met het boek der veranderingen bezig bent?
De verwondering over het feit dat die “oude” Chinezen zoveel wisten over de geaardheid van de mens en over de natuur. Ongelooflijk. De tijdskloof van drieduizend jaar is afwezig als men zich in het boek verdiept. Het is een miskend wereldwonder, een krachttoer van de menselijke geest.
Wat is er dan zo wonderbaarlijk aan het boek?
Het boek op zich doet er niet toe. Dat zijn wat woorden, zinnen, bladzijden, tekst. Men kan daar beter niet te vasthoudend in zijn, en de woorden zeker niet als dwingend aannemen. Wat de wortels van het boek betreft, hebben we het hier over een periode in de verre geschiedenis van China. Omgevingsfactoren en de tijdsgeest hebben zeker een invloed gehad op de samenstellers van het boek. Het is een voordeel dat de I Tjing in lagen is ontstaan, en dat er vele eeuwen overheen zijn gegaan voordat het boek in zijn huidige vorm tot stand is gekomen. Mij raakt vooral de symboliek en het binaire samenspel van lijnen. Als de orakelteksten heel concreet zijn, dan is het alsof er een schok door u heen gaat. Dan denkt u, hoe kan dat boek dit nu weten.
Heb je een voorbeeld hiervan?
In 1997 vond er een breuk plaats met de moeder van mijn enige dochter. In die moeilijke periode laaiden de ruzies hoog op en er werd ermee gedreigd om het contact met mijn dochter van anderhalf jaar voor altijd te weigeren. Er werden advocaten bij betrokken en zo verder. Een helse tijd. In verwarring, en wanhopig, werd aan de I Tjing gevraagd wat er te doen stond. Het antwoord was hexagram 5, Het Wachten, met een bewegende tijdslijn op de tweede plaats. De tekst bij deze lijn zegt het volgende: “wachten op het zand. Er wordt wat gepraat. Het einde brengt heil”. Wilhelm geeft als uitleg bij deze tijdslijn: “Er vertoont zich wrijving. In zulk een tijd ontstaat er licht een algemene onrust; men geeft elkaar wederkerig de schuld. Wie dan kalm blijft, zal weten te bereiken, dat ten slotte alles goed gaat. Alle kwaadsprekerij moet tenslotte verstommen, als men haar niet het genoegen doet, beledigd te antwoorden”. Op zich een helder advies en compleet passend in de situatie. Als de tijdslijn verandert resulteert dit in hexagram 63, Na de Voleindig. In dit hexagram staan alle tijdslijnen op de juiste plaats (van onderaan te beginnen). Daarmee wordt bedoelt dat alle mannelijke yanglijnen op een mannelijke (oneven = niet-deelbaar door 2 = mannelijk) plaats (plaats 1, 3 en 5) staan en alle vrouwelijke yinlijnen op een vrouwelijke (even = deelbaar door 2 = vrouwelijk) plaats (plaats 2, 4 en 6). Dit ziet er zo uit:
HEXAGRAM 63
Het is het meest symmetrische hexagram van de I Tjing, en wordt daarom ook “voleindig” genoemd. Dit betekent als antwoord vaak dat een situatie wel in orde komt. Een evenwichtige situatie is echter ook broos, kan vlug weer veranderen in een onevenwichtige situatie. Daarom staat bij “het Beeld” van dit hexagram “Zo is de edele voorzichtig bij de onderscheiding der dingen, zodat alles op zijn plaats komt” en als “Oordeel” staat “Als echter de kleine vos, wanneer hij de overtocht bijna heeft volbracht, met de staart in het water komt, dan is er niets dat bevorderlijk zou kunnen zijn”. Dus er wordt erg aangedrongen op voorzichtigheid. Een vos die een bevroren rivier oversteekt, en luistert bij elke stap of het ijs niet kraakt, dat is een mooi beeld van iemand die in het volle leven staat, en best kan oppassen met allerlei vossenstreken, mocht hij die al overwegen.
Is een antwoord altijd zo duidelijk?
Neen, absoluut niet. Maar in dit geval is het anders. Het antwoord is hexagram 5, Het Wachten, en de tendens neigt in de richting van orde, van hexagram 63, Na de Voleinding. Bij het oorspronkelijke hexagram van het antwoord kijkt u bij de tekst van “het Oordeel”, “het Beeld” en de orakeltekst bij de bewegende (veranderende) lijnen. De andere lijnen worden meestal niet gelezen, maar soms kunnen zij extra informatie geven. Gezien het antwoord hier zo duidelijk is, hoeft dat zeker niet. Bij het tendens-hexagram, waar het antwoord naar toe gaat als de bewegende lijn effectief verandert, daar leest men meestal enkel “het Oordeel” en “het Beeld” van het hexagram. De bewegende lijn bij het tweede hexagram wordt niet gelezen. Maar hier is het een yanglijn (in het eerste hexagram) die verandert naar een yinlijn (in het tendens-hexagram). Het vrouwelijke yin is dan een materiële realisering van een potentiële gedachte, van een kiem, van een oorzaak. Het energetische yang verandert in een concreet materieel feit. Daarom lees ik bij yanglijnen die veranderen ook wel eens de concrete yinlijnen van het tweede hexagram. In het antwoord over mijn kleine dochter was dit heel pakkend. Het orakel zegt: “De vrouw verliest het gordijn van haar rijtuig. Loop het niet na, op de zevende dag krijg je het”. De uitleg van Wilhelm luidt: “Zoek er niet naar. Gooi jezelf niet weg aan de buitenwereld, maar wacht rustig af en werk zelfstandig aan je persoonlijke vorming. Andere tijden zijn op komst. Zijn de zes étappes van het teken voorbij, dan nadert het nieuwe tijdperk. Wat bij iemand behoort, dat kan hij niet voorgoed verliezen. Het komt vanzelf tot hem terug. Men moet slechts kunnen wachten”.
Dat is inderdaad een heldere tekst.
Ja, vooral de laatste twee zinnen van Wilhelm raakten erg diep. U kunt zich de wanhoop in een dergelijke situatie voorstellen. Men is op zo’n moment vlug van slag, maar ook vlug vatbaar voor alle soorten suggestie en hulp. Alleen was het voor mij, in die situatie, ondersteunend om zoiets te lezen van een orakel dat mij al zo vaak had geholpen en de dingen helder had blootgelegd. “Wat bij iemand behoort, dat kan hij niet voorgoed verliezen” was een bemoedigende zin. En het was wel degelijk een tijd van roddel, verlies, onzekerheid, voorzichtigheid, plaats zoeken, enz.. Dat is geen interpretatie achteraf. Het was op dat moment de realiteit.
Maar mij blijft toch de bedenking hangen of dit geen toeval kan zijn?
Wat is toeval? Bestaat toeval wel? We hebben het hier al over gehad. Er is te vaak een dergelijke ervaring met het toeval geweest om nog van toeval te kunnen spreken. Maar stel nu nog dat u erg op uw hoede bent met zo’n antwoord, wat de I Tjing zelf ook adviseert, om alert en voorzichtig te zijn. Dus onderzoek het zelf maar.
Is alles wat het boek als antwoord geeft ook letterlijk op te vatten?
Uiteraard niet. Maar het aangehaalde voorbeeld is gewoon zo concreet dat deze vraag zich niet stelt. Er was verbazing, twijfel. Keek er iemand achter de schouder mee? Wat was hier aan de hand? Op dat moment was de technische kennis van het boek voldoende om zelfs nog verder te gaan. Wie de I Tjing een beetje kent weet dat u van elk hexagram ook een kernhexagram kan maken.
Een kernhexagram?
Een hexagram heeft zes lijnen. Als u de onderste (eerste) en de bovenste (zesde) lijn weglaat, kunt u een nieuw hexagram maken uit de vier overblijvende lijnen. Lijnen twee, drie en vier vormen samen een trigram, en lijnen drie, vier en vijf vormen samen nog een ander trigram. Als u deze op elkaar zet heeft u een kernhexagram.

Wat is de waarde van zo een kernhexagram?
Het geeft extra duiding bij uw antwoord. Een hexagram is de weergave van een tijdsbeeld. Rondom een vraag en rondom de tijd waarin de vraag zich afspeelt cirkelen gebeurtenissen heen. Het is een weergave van een zestal étappes, van de onderste lijn naar de tweede, de derde, vierde, vijfde, om uit te stromen in de zesde lijn, tot zich het volgende hexagram voordoet. Een kernhexagram geeft de innerlijke dynamiek weer van het basishexagram. Het is gemaakt uit de vier middelste lijnen, die het meest actief zijn. De eerste lijn, vaak als oorzaak, is vlug voorbij. De bovenste lijn, vaak als gevolg, doet zich nog niet voor. Beide lijnen, de eerste en de laatste, staan “buiten” de effectieve tijd, doen als het ware niet mee, met betrekking op de vraag. De vier middelste lijnen zijn des te belangrijk. Als u ze combineert heeft u aldus een nieuw hexagram, in ons geval, hexagram 38, De Tegenstelling.
En wat heeft deze met het antwoord te maken als het over je dochter gaat?
Wel, het merkwaardige is dat de bewegende lijn van hexagram 5, Het Wachten, op de tweede plaats, zegt: “wachten op het zand, …”. U kunt deze lijn meenemen naar het kernhexagram. Daar wordt de tweede lijn nu de eerste van hexagram 38, De Tegenstelling. Nu zegt deze lijn als tekst: “Het berouw verdwijnt. Als je je paard verliest, loopt het dan niet na; het komt vanzelf terug. Als je slechte mensen ziet, wacht je dan zelf van fouten”. In mijn verder onderzoek naar het antwoord betreffende de dreiging om het contact met mijn dochter te verliezen krijg ik hier een derde maal een duidelijke bevestiging. Wilhelm geeft bij deze tijdslijn als uitleg: “Bij beginnend contrast mag men de eenheid niet willen forceren; daardoor zou men slechts het tegendeel bereiken, evenals een paard zich steeds verder verwijdert, als men het naloopt. Is het ons eigen paard, kan komt het vanzelf terug. Zo komt ook een mens, die bij ons hoort maar zich ten gevolge van een misverstand tijdelijk van ons verwijdert, vanzelf terug als men hem maar laat begaan”. Een dergelijke tekst is heel pakkend op het moment dat u vol vertwijfeling zit.
Maar kan iedereen de orakelteksten wel correct interpreteren? In het voorbeeld is het antwoord helder, maar is dit altijd zo?
Beslist niet. Soms wordt de betekenis ervan pas uren, dagen of weken later duidelijk. Het ligt eraan. Dat kan te maken hebben met het al dan ervaring hebben met het boek, of met innerlijke verwarring op het moment van vraagstelling, of met omgevingsfactoren, te hoge verwachtingen, enz..
Hoe kan het nu dat een boek de juiste antwoorden geeft op willekeurige vragen?
Het gangbare antwoord is “resonantie”. Sommigen noemen het synchroniciteit of “betekenisvol toeval”. De wijsheer Confucius zou over de I Tjing, en meer in het bijzonder over tijdslijn vijf van hexagram 1, Het Scheppende (allemaal mannelijke yanglijnen) gezegd hebben: “Wat in toon overeenstemt, trilt met elkaar mee. Wat in het diepste wezen verwant is, zoekt elkaar. Het water stroomt naar het vochtige, het vuur wendt zich naar het droge toe. De wolken volgen de draak, de wind volgt de tijger. Zo verheft zich de wijze, en alle anderen richten hun blik op hem. Wat van de hemel stamt, voelt zich verwant met wat boven is. Wat van de aarde stamt, voelt zich verwant met wat beneden is. Elk volgt het hem verwante”.
Is resonantie dan de wetenschappelijke verklaring voor de werking van de I Tjing?
Me dunkt dat het niet eenvoudig is om een onderbouwd wetenschappelijk antwoord op uw vraag te geven. Er wordt een soort logica gevolgd, aan de hand van lijnen en plaatsen, op een binaire wijze, zoals een computerprogramma werkt. In “De Tien Vleugels” komt de volgende uitleg aan bod: “De hemel is hoog, de aarde is laag; daarmee is het Scheppende (hexagram 1) en het Ontvangende (hexagram 2) bepaald. Overeenkomstig dit onderscheid van laagte en hoogte worden voorname (1-3-5) en geringe (2-4-6) plaatsen (in een hexagram) aangegeven.” En ook: “Het boek der veranderingen bevat de maat van hemel en aarde; daarom kan het daarmee de weg van hemel en aarde begrijpen en ordenen.” En over diegenen die het boek gemaakt hebben of het raadplegen zeggen zij: “Omhoog blikkend beschouwen wij met zijn hulp de tekenen aan de hemel; omlaag blikkend onderzoeken wij de lijnen der aarde. Zo komen wij tot een juist begrip van de verhouding tussen donker en licht. Doordat de mens op deze wijze aan hemel en aarde gelijk wordt, komt hij niet in conflict met hen. De wijsheid van het boek der veranderingen omvat alle dingen, en de weg ervan ordent de gehele wereld; daarom maakt het geen fout. Het boek bevat de vormen en oogmerken van al wat in de hemel en op aarde is, zodat niets het ontgaat. Alle rondom voltooide dingen bevat het, zodat niet een ervan ontbreekt. Daarom kan men met de hulp ervan de weg van dag en nacht doordringen en begrijpen. Daarom is het denken en de geest aan geen plaats gebonden en het boek aan geen vorm.”
Klopt dit nog in onze tijd? Een computerprogramma wordt wel door mensen gemaakt, is beperkt en onvolledig.
De I Tjing is ook door mensen gemaakt. Er komt geen bovennatuurlijke gave aan te pas. Het boek is ook beperkt en onvolledig. In een andere commentaartekst op de I Tjing lezen we ook: “De zachtmoedige ontdekt het en noemt het zachtmoedig. De wijze ontdekt het en noemt het wijs. Het volk gebruikt het dag aan dag en weet er niets van af; want de weg van de edele is zeldzaam”. De oudste bronnen spreken hier al van een zekere subjectiviteit. Iedereen die het boek kent zal het een eigen interpretatie geven. Er bestaan nogal wat vertalingen en interpretaties die heel verschillend zijn. Algemeen lijkt het wel een binaire code van het leven zelf te zijn. “Het volk gebruikt het dag aan dag” zoals het leven zijn gang gaat, dag aan dag, u hoeft om te leven de I Tjing er niet voor te kennen. Het leven speelt zich af volgens bepaalde patronen, zowel in ons denken als in onze handelingen. De binaire hexagrammen zijn een weerspiegeling van deze gedachten en handelingen. Meer hoeft er niet achter gezocht te worden.
Maar waarom dan nog de I Tjing bestuderen?
Het is een relatief zuivere weergave van het leven. Achter de lijnen en beelden zitten geen verborgen motieven. Ze leggen het leven gewoon bloot, zoals het leven is, zonder er iets aan toe te voegen of er iets van weg te laten. Door opvoeding, studies, ervaringen, idealen, erfelijkheid, en zo verder, kan er vertroebeling optreden, zodat het leven niet altijd gezien wordt zoals het is, maar zoals we zouden willen dat het is, en daarvan is het gevolg van dat er manipulatie, macht, verdriet, ontgoocheling, frustratie, agressie kan optreden, die op hun beurt weer dingen in gang zetten die het nog moeilijker maken voor zichzelf en anderen. De I Tjing is een spiegel, een weerspiegeling van feiten en patronen.
Is er een norm waaraan de I Tjing orakels zich naar richten of aan meten?
De norm waar het boek naar verwijst is enkel maar de feitelijke werkelijkheid. Commentatoren achteraf voegen er soms hun eigen visie aan toe, maar de oudste beelden en teksten zijn primitief en eenvoudig. Het zijn natuurbeelden. Het beeld van “Vuur” en het beeld van “Water”. Samen botsten deze. Het is “water en vuur”. Samen in een hexagram is het nummer 38, De Tegenstelling. Dit is geen moraal. Of zoals de schrijvers het stelden: “De lijnen en beelden bewegen zich van binnen, heil en onheil openbaren zich van buiten. De veranderingen zijn een boek, wijd en groot, waarin alles volledig is vervat. De weg van de hemel is erin, de weg van de aarde is erin, de weg van de mens is erin. Het vat deze drie grondmachten samen en verdubbelt ze, daarom zijn er zes lijnen. De zes lijnen zijn niets anders dan de wegen van de drie grondmachten. De lijnen zijn nabootsingen van de bewegingen op aarde.”
Als u het antwoord van de I Tjing op uw vraag naar uw dochter bekijkt, dan is het eerste advies toch een houding aan te nemen van wachten, of niet? Moet daar dan meer dan dat achter gezocht worden? Is dat niet voldoende?
Jazeker. Het is voldoende. Er is enkel de mogelijkheid om verder op onderzoek te gaan.
Valt er nog meer te zien dan wat u nu al hebt aangegeven over het antwoord dat u hebt gekregen? We hadden hexagram 5, het Wachten; hexagram 63, Na de Voleinding en hexagram 38, De Tegenstelling. Het laatste was het kernhexxagram. Is er nog meer te vinden?
Iets vinden is niet hetzelfde als iets onderzoeken. U vindt iets wat u vooraf al kent. Als u iets onderzoekt, kent u het dan al bij voorbaat? We kunnen echt en diepgaander op onderzoek gaan, en de I Tjing beter leren kennen. Of het meer duidelijkheid zal geven op uw antwoord, is nog de vraag. In het antwoord van ons voorbeeld zijn er tendentieus verschillende mogelijkheden. U kunt elke lijn van hexagram 5, Het Wachten, lezen en kijken in welk hexagram zij gaan veranderen, en dit als verschillende stappen zien binnen eenzelfde situatie, of u kunt ze als mogelijke uitwegen zien. Een mooi voorbeeld van dit soort onderzoek geeft Carl Gustav Jung in zijn voorwoord bij de Wilhelm-editie (oorspronkelijk toegevoegd aan de eerste Engelstalige vertaling van Wilhelm). Hij onderzoekt er hexagram 50, De Spijspot.
Zijn er nog mogelijkheden?
Een andere mogelijkheid is om verschillende lijnen samen te laten veranderen en kijken in welk hexagram dit resulteert. Nog een manier is een radicale verandering waarbij de trigrammen van plaats verwisselen; boven wordt onder en onder wordt boven. In ons geval verandert hexagram 5, Het Wachten, dan in hexagram 6, De Strijd. Mochten wij geen enkele bewegende lijn in ons antwoord hebben verkregen dan was dit zeker een van de mogelijkheden:

Bij een dergelijke ommekeer zien wij, in onze situatie bij de vraag, dat de hexagrammen elkaar opvolgen. Dat is soms zo in het boek der veranderingen. Een hoogtepunt slaat dan om in zijn tegendeel. De situatie met de dochter had ook in een helse strijd kunnen uitmonden, waar uiteindelijk geen winnaars bij zijn, en waarbij de I Tjing matiging en diplomatie zou aanraden.
Hoe moet “tijd” in een antwoord worden ingeschat? Ik heb het daar steeds moeilijk mee.
Het is ook moeilijk. Begrip van tijd hebben is sowieso een relatieve bezigheid. In ons voorbeeld was er sprake van “zeven dagen”, maar veelal zijn dit niet werkelijk zeven dagen. Het kan wel zeven dagen betekenen, maar ook zeven weken of zeven jaar. Het hangt steeds af van de vraag en de context. Het is een kwestie van interpretatie en van ervaring.
Hexagrammen gaan in elkaar over?
Ze kunnen in elkaar vloeien, maar ze kunnen ook in elkaar overgaan. Ze kunnen evolueren. Ze kunnen elkaar ook opvolgen. Bij hexagram 5, Het Wachten, kan het dat “de tijd” de zes lijnen “doorstroomt”, van onder naar boven, en dat de eerste lijn ook als eerste voorbij gaat, en dus verdwijnt. Om een nieuw hexagram te vormen moeten we er bovenaan dan één nieuwe lijn aan toevoegen. Dat kan een yanglijn of een yinlijn zijn. Als we de onderste lijn van hexagram 5 weglaten en bovenaan een yinlijn toevoegen, dan ontstaat hexagram 54, “Het Huwende Meisje”. Dat is een eerste mogelijke evolutie. Maar gezien de strijd om de dochter lijkt het weinig waarschijnlijk dat er een huwelijk staat aan te komen tussen de vader en de moeder. Een andere mogelijkheid is een toevoeging van een yanglijn bovenaan. Dan ontstaat hexagram 38, De Tegenstelling, dat hetzelfde hexagram is als ons kernhexagram. Dit lijkt in de gegeven context een betere interpretatie. Hexagram “De Tegenstelling” spreekt over vervreemding, misvattingen en contrast. In “het Beeld” van het hexagram staat te lezen: “Zo behoudt de edele bij alle gemeenschap zijn individualiteit”.
Er zijn zoveel lijnen, trigrammen en hexagrammen dat ik door de bomen het bos niet meer zie. Voor mij is dit erg verwarrend.
Als men zich in het boek wil verdiepen heeft men al gauw een paar jaar nodig om de technische en filosofische aspecten van de I Tjing onder de knie te krijgen. De samenvatting zit in feite in de kern. We hebben eerder al de kernhexagrammen besproken, en hoe u daartoe komt. Wel, het is nu zo dat, wanneer u van elk hexagram een kernhexagram maakt, u steeds bij dezelfde 16 hexagrammen uitkomt. Als u van die hexagrammen nog eens een kernhexagram maakt, dan komt u uit bij een van de volgende vier hexagrammen: hexagram 1, Het Scheppende; hexagram 2, Het Ontvangende; hexagram 63, Na de Voleinding en hexagram 64, Voor de Voleinding. U ziet dat dit de eerste twee en de laatste twee hexagrammen van de I Tjing zijn. De kern is als het ware tegelijk het frame. Samengevat betekent dit dat tussen de hemel (hexagram 1) en de aarde (hexagram 2) er orde (hexagram 63) en chaos (hexagram 64) heerst. Tussen de energie (hexagram 1) en de materie (hexagram 2) speelt zich een spel af (E=mc2) waarbij er een schijnbare beweging plaatsvindt van orde (hexagram 63) naar chaos (hexagram 64), wat schepping betekent. Het is een spel tussen het ene en het vele, tussen aanvang en einde, tussen leven en dood. Schematisch kunnen we de hexagrammen in een roos plaatsen, en wel als volgt:

U kan de buitenste hexagrammen zien, dat de uitdeinende hexagrammen zijn. De middelste twaalf hexagrammen, de snaarhexagrammen, zijn de kernhexagrammen van de buitenste. Tenslotte zijn het de vier binnenste hexagrammen, de boodschappershexagrammen, die van binnenuit de cruciale betekenis geven aan al de rest. Een snaarhexagram heeft een bepaald accent, een bepaalde trilling of frequentie aan de uitdeinende hexagrammen. Het bewustzijnsniveau van een bepaalde trilling geeft een effect op het materieniveau. Hier raken we een gevoelige snaar aan, bijvoorbeeld waar het de beïnvloeding betreft van mensen op elkaar, of de invloed die mensen hebben op hun fysieke omgeving, en omgekeerd.
Heel ingewikkeld allemaal. Het lijkt wel fysica. Is het belangrijk om dit alles te kennen?
Naar de diepte in uzelf gaan is naar de diepte van het heelal zich richten. De parallellen tussen beide werelden zijn frappant. Het zijn twee kanten van één en hetzelfde. Wat is de meest opvallende eigenschap van de kwantummechanica? Algemeen is dit het onzekerheidsprincipe. Het betreft dan specifieke golffuncties, frequenties en trillingen. Met de I Tjing geldt iets gelijkaardigs. De wetten van het grote en die van het kleine hebben betrekking op één geheel. Ze zijn niet verschillend van elkaar.
Dus is kijken naar het heelal ook kijken naar zichzelf, en is het onderzoek naar zichzelf ook een onderzoek naar hoe het heelal werkt?
Zoiets, ja. Het ene fundamentele principe van de eenheid is de snaar. De “tienduizend dingen” of het oneindige heelal is een weerspiegeling van de vloed aan deeltjes, en deze zijn de verschillende trillingspatronen die een snaar kan aannemen.
Waar ligt hierin het verband met de I Tjing?
In de natuur zijn er vier krachten die er werkzaam zijn; elektromagnetisme, gravitatie (zwaartekracht), de sterke kernkracht en de zwakke kernkracht. Deze krachten krijgen hun vorm in wat men noemt boodschappersdeeltjes, zijnde de foton, de graviton, de gluon en de W,Z-deeltjes. Er zijn analogieën te maken met de vier hexagrammen die wij terugvinden in de kern, in de diepte van de I Tjing. De twaalf elementaire materiedeeltjes zijn dan de elektronen, neutrino’s, quarks enz.. Deze worden allemaal gevormd door snaren. Hun manier van trillen bepaalt dan al de rest in het hele heelal. Zij vallen samen met onze twaalf snaarhexagrammen.
Dat is dan wat het heelal betreft, maar hoe zit het met het individu die de I Tjing raadpleegt? Wat heeft hij aan deze uitleg over het bestaan van de materie en de samenstelling van het heelal?
Vooreerst hebben we lichamelijk en geestelijk dezelfde vorm als al de rest in het heelal. Ten tweede is er bij het naar binnen kijken een gelijkaardige werking; voortplanting, overleving, macht en zingeving. Het “zelf” heeft de ambitie (hexagram 1) om te bestaan (hexagram 2), dit bestaan uit te breiden en te consolideren door macht (hexagram 63), en het wil er ook een bepaalde betekenis of zin aan toekennen (hexagram 64).
Dus het denken zoekt naar een zingeving, en bedenkt dan allerlei systemen, ideologieën en dergelijke, om aan het leven zin te geven? Dit is te zien in hexagram 64, Voor De Voleinding?
Er zijn twee manieren om de trigrammen van de I Tjing in een bepaalde volgorde te plaatsen (zie toelichting achteraan dit boek). De eerste, voorwereldlijke orde, heeft een archetypische weergave van de werkelijkheid, terwijl de tweede volgorde, de nawereldlijke, een beeld geeft van de natuur en al de vormen op aarde, dus in de zichtbare, zintuiglijke werkelijkheid. Als hexagram 64, Voor De Voleinding, wordt omgezet van de voorwereldlijke orde naar de nawereldlijke orde, dan ontstaat hexagram 54, Het Huwende Meisje. Dit laatste hexagram staat voor het zoeken van de individuele mens naar zijn plaats in het geheel.
Zevende gesprek
Ik wil iets meer weten over de drie-lijnige beelden in het boek der veranderingen die men “trigrammen” noemt. Er worden windrichtingen toegewezen aan elk trigram. Zijn deze trigrammen effectief te verbinden met plaatsen en locaties?
Net zoals tijdsaanduidingen zijn plaatsen en richtingen niet gemakkelijk te herkennen in trigrammen of hexagrammen. In China plaatst men het noorden bijvoorbeeld waar wij het zuiden plaatsen, en omgekeerd. Dat heeft al vaak tot foute interpretaties geleid. Plaatsaanduidingen zijn niet zo relevant. In feite staan tijd en ruimte (plaats) niet los van elkaar. In de natuurkunde spreekt men van “ruimtetijd”, als één geheel. Sommigen denken dat het heelal uitzet. Wat is het heelal dan? Het is de “ruimtetijd” zelf, die groter wordt, sinds de oerknal tot op heden. Dus op dit moment vindt er een uitdeining plaats van de “ruimtetijd”. Dat is een vreemd gegeven. Wij leven in een “ruimtetijd” die steeds groter wordt. We leven in uitdeining, in geven, in liefde.
Maar heeft u het al meegemaakt dat de I Tjing een exacte locatie wist aan te duiden?
Er is een bizar verhaal. De levenssituatie was toen zo dat er binnen de 14 dagen een nieuwe woonplaats moest gevonden worden, en ook een nieuwe job. De tijdsdruk begon te wegen en ik reed met de wagen 600 kilometer per dag, op zoek naar een huurwoning. De vraag aan de I Tjing was “waar kan ik een woonplaats vinden tussen Kortrijk en de kuststreek?”. Het antwoord was hexagram 31, de Inwerking (het Hofmaken). Er was geen bewegende lijn. Het vreemde is dat dit hexagram op het eerste zicht niet met een woonplaats kan geassocieerd worden. Het spreekt van verliefdheid en hofmakerij. Het volgende hexagram, nummer 32, heet “de Duurzaamheid” en slaat op het huwelijk (na de hofmakerij, de verloving van hexagram 31) dat een duurzaam karakter heeft. Het oordeel van hexagram 31 heeft het over “een meisje nemen brengt heil”. Ik was eerst wat ontgoocheld met dit antwoord en de vrees was om eerder verliefd te gaan worden dan een huis te vinden, wat gezien de tijdsomstandigheden niet enthousiast door mij werd onthaald. Bij het opschrijven van het hexagram, nadat alle munten waren gegooid, schreef ik als titel van het hexagram “het In/werken”. Het streepje tussen de “in” en “werken” was louter toevallig, onbewust en onbedoeld. Een tijd lang was er slechts een onbegrijpelijk kijken naar de lijntjes en de tekst in het boek. Tot er een herinnering daagde. Bestond niet ergens een gemeente of dorp dat “Werken” heette? Op de kaart stonden bij Kortemark inderdaad de deelgemeenten “Zarren”, “Handzame” en “Werken” vermeld, en die waren gelegen zowat halfweg tussen de stad Kortrijk en de kuststreek van West-Vlaanderen. De volgende dag ben ik die buurt gaan zoeken en heb ik er een huurhuis gevonden. In de periode dat ik de I Tjing de vraag heb gesteld naar een woonplaats ben ik “toevallig” ook verliefd geworden. Inmiddels zijn wij getrouwd en wonen nu op één kilometer van het dorpje Werken. Over het algemeen gebeurt het zelden dat ik het boek advies vraag als het om geografische zaken gaat, maar het is wel zo dat het Chinese Feng-shui werkt met de trigrammen van de I Tjing. Zoals gezegd, tijd en ruimte staan niet los van elkaar, en een plaats bevindt zich altijd in een groter geheel, heeft specifieke kenmerken, en roept om een bepaalde handeling. In het “zuiden” gaan wij naar de zon om er tot rust te komen, bruin te worden en te ontstressen. De verbinding tussen “zuiden” en “zon”, “bruin”, “rust” en “ontstressen” hebben sommigen van ons direct duidelijk voor ogen. Anderen maken een andere associatie met “zuiden”. De interprestatie bij de symboliek en de beelden van de I Tjing is, ondanks de archetypische achtergrond, toch ook persoonlijk en selectief. Het boek der veranderingen is geen exacte wetenschap, geen wiskunde of dogmatiek. De I Tjing blijft een irrationeel gegeven. Het boek legt de werkelijkheid niet uit, maar wel bloot. Het is aan de raadpleger om te zien.
Wat valt er te zien? Bedoelt u de tekens, de symbolen? Of geeft de I Tjing ons een blik op de “waarheid”?
Bestaat er zoiets als “de Waarheid”? Alle filosofen hebben er naar gezocht. Misschien zoeken wij inderdaad wel naar waarheid, maar is het “dè” Waarheid waar we naar zoeken of naar “een” waarheid? Is het een, gezien de verhouding tussen ruimte en tijd, “relatieve” waarheid?
U kan het ons zeggen?
Kan ik u de waarheid zeggen? Kan ik tegen u zeggen of er waarheid bestaat of niet? Met welke autoriteit zou ik dat doen? Of kunnen we zelf onderzoeken wat “waarheid” kan zijn? Zij die u zeggen wat “dè” Waarheid is zijn oplichters.
Het lijkt wel of iedereen altijd wel op zoek is naar iets dat hij nooit weet te vinden…
En daardoor gefrustreerd rondloopt?
Ja, en de schuld daarvoor op de schouders van anderen legt. Hoe staat de I Tjing tegenover schuld, en het lijden in het algemeen?
Het boek is ontstaan in verschillende periodes van de geschiedenis. U vindt er de verschillende betekenislagen in. De mantra met de vier woorden “Verheven, Welslagen, Bevorderlijk en Standvastigheid” zouden van sjamanistische oorsprong zijn. Het is de oudste laag van de I Tjing. Later werden er steeds meer zaken aan toegevoegd. Er zijn taoïstische, confucianistische en boeddhistische betekenislagen in te vinden, zonder dat het verschil problemen met zich meebrengt. Toch is het boek niet dogmatisch. De orakelteksten geven enkel een terugkaatsing van hoe de situatie er op een gegeven moment voorstaat. “De lijnen en beelden bewegen zich van binnen, heil en onheil openbaren zich van buiten” staat in de commentaartekst “De Tien Vleugels”. Schuld wordt in de orakelteksten “beschaming” genoemd en spijt is “berouw”. Als er staat “geen blaam” of “zonder blaam” dan wijst dit in de richting van een tijdig herstel. Nu slaan deze woorden niet op een ethische houding, maar eerder op een feitelijke situatie zoals deze zich aandient. De woorden “heil” en “onheil” betekenen dan “geluk” en “ongeluk” of “het zit mee” en “het zit niet mee”. Soms is het orakel erg pragmatisch. U hoeft niet lief te zijn omdat het persé zo moet, vanuit moreel standpunt, maar omdat dit het meeste “heil” met zich meebrengt. Rijkdom verzamelen is volgens de oude Chinezen niet moreel verwerpelijk, maar gewoon dom. Wie veel heeft, die trekt rovers aan, dus “onheil”. Dat is toch duidelijk, net zo helder als de zon die na haar hoogtepunt op de middag weer naar beneden gaat, en tenslotte verdwijnt. Daar is geen moraal aan verbonden. In die zin is de I Tjing inhoudelijk “logisch”.
Maar hoe kijkt het boek op het lijden van mensen?
Wat het lijden betreft is het boek mededogend en raadt het de I Ting-student aan om het lot te dragen, tot het lot zich keert, want net als in de natuur volgt op elk hoogtepunt een terugslag, en na elk dieptepunt een herstel. Kunt u zien dat de natuur zo is? Ben jij zelf natuur? Ben jij ook zo?
Jawel, maar dat troost mij niet. Kan dit mijn lijden wegnemen?
In een ruimere wereld, die van het universum, speelt een gelijkaardig spel zich af. Wat weten we van het universum? Voorlopig begrijpen de meeste van ons wat de oerknal is. Maar is er nog meer dan de oerknal? Waarin heeft de oerknal zich afgespeeld? Wat is de achtergrond van de oerknal? Maar goed, het zou ons te ver afleiden om hier dieper op in te gaan. Kunnen we van de veronderstelling uitgaan dat zowel de achtergrond van de oerknal, de oerknal zelf, en het gevolg van de oerknal; dus het heelal en de wereld zoals wij die nu kennen; dat deze allen dezelfde aard hebben, dat zij hetzelfde zijn, of op z’n minst elkaar weten voort te brengen? Uw vader en uw moeder hebben u voortgebracht, maar bent u uw vader, of bent u uw moeder? Ja en neen. U hebt de genen van uw ouders en voorouders meegekregen, en in die zin bent u allicht als hen, maar anderzijds ontwikkelt u zich op een specifieke, en andere, manier dan uw voorouders. Omgevingsfactoren spelen hierin een rol, de tijdsgeest, en misschien de werking van een soort van creativiteit dat geen naam heeft. De Schepping.
Bedoelt u dat wij de oerknal zijn, maar het ook weer niet zijn? En wat is het verband met het lijden?
Het denken wil duidelijkheid, maar met duidelijkheid zoekt het naar eenzijdigheid; het is dit OF dàt! Maar is het leven, is het universum, eenzijdig? Is “schuld” wel altijd schuld, en is lijden altijd wel lijden? Misschien is de lotto winnen een gelukkig toeval, maar het kan tezelfdertijd uw ondergang betekenen. We zijn dus de oerknal, en we zijn het niet. We zijn dat ene stipje dat is ontploft, en waaruit al het andere zich heeft ge-open-baard. Anderzijds zijn we ook nieuw, geschapen in het moment. Schepping, liefde en dood zijn in ruimtetijd hetzelfde in werking. De entropie in het heelal betekent dat we schijnbaar evolueren van orde naar chaos. In het oerstipje was er sprake van een perfect evenwicht, een perfecte symmetrie en een algemene hitte die zo groot was dat er niets bestond (dat wij met onze zintuigen zouden kunnen waarnemen). Na de oerknal ontstonden ruimtetijd, bewustzijn en al de zichtbare zaken; de dingen die wij nu onder de noemer heelal plaatsen. En in dat heelal zijn er planeten, en op die planeten is er menselijk leven, en bij het menselijke leven is er bewustzijn van lijden. Kan het bewustzijn van lijden een ander bewustzijn zijn dan het algemene bestaan van bewustzijn?
Dat is een moeilijke vraag. Ik begrijp dit niet helemaal. Kan u wat meer uitleg geven?
Kan de entropie van het heelal hetzelfde zijn als het lijden dat mensen ervaren?
Misschien.
Wat is entropie? Het is een verlies van warmte. Schijnbaar is er in het heelal een verloop van tijd, maar tijd is gebonden aan plaats, en daarom relatief. Beiden zijn met elkaar verbonden. Dat is duidelijk. Voor een “zelf” is entropie vernietiging. Voor de kosmos is entropie transformatie en schepping. Vernietiging en schepping vallen hier samen. Kanker is een verandering van vorm. Het “zelf” ervaart deze verandering uiteraard als vernietiging. Maar vele vormen van entropie worden niet als negatief ervaren. Een baby wordt peuter en puber enz.. Het ene maakt plaats voor het andere. Voor het heelal hangt er geen waardeoordeel aan vast. Entropie is omzetting, schepping en uitdeining. Op kosmisch niveau stelt men vast dat er na de oerknal een uitdeining plaatsvindt van ruimtetijd, dat het heelal is, en dat er in dat heelal een onverklaarbare symmetrie heerst, waarbij deeltjes met elkaar verbonden zijn, ook al staan zij lichtjaren ver van elkaar verwijderd. Er zijn dus uniforme verschijnselen in het heelal, die aantonen dat het heelal een eenheid is. Maar er zijn tegelijk procesmatige verschijnselen die te maken hebben met het verschijnsel “tijd”. Wat we “tijd” noemen is hetzelfde als denken. Als het denken stopt, dan eindigt de tijd. Het beschrijven van de werkelijkheid, van het heelal, door wetenschappers, door priesters of door psychologen, welk wereldbeeld iemand ook heeft, het is voor die persoon altijd een “juist” wereldbeeld. Het hangt gewoon af van wie er kijkt. Het wetenschappelijke denken is niet “méér” dan het magische denken, want beide zijn een vorm van denken, en denken is tijd, is ruimtetijd, en dus heelal. Het zijn vormen van reflectie, zelf-reflectie. Meer kan er niet in gevonden worden.
Ik vind dit erg moeilijk. Ik kan niet zo goed volgen. Kan u iets meer over het verschijnsel entropie vertellen en over de relatie van de entropie met de I Tjing?
Wel, met de uitdeining van het heelal vindt entropie plaats, of anders gezegd, warmteverlies. De dingen sterven en andere dingen ontstaan. Entropie is een natuurkundig verschijnsel waarbij orde (warmte) verandert in chaos (afkoeling). Niet al het verlies van warmte wordt door een “zelf” als pijnlijk ervaren. Als ik ziek ben en de koorts daalt na verloop van tijd, dan is de zieke blij daarmee. Een glas dat breekt zal zich verdelen in duizenden stukjes. Het gebeurt niet omgekeerd, dat een gebroken glas vanzelf weer één geheel word. Natuurlijk ontstaat bij entropie ook weer iets nieuws: bacteriën, onkruid, enz., ook dat is leven. In het bestaan betekent de entropie dat we geboren worden, we leven, worden oud, ziek, gerimpeld, en uiteindelijk worden we helemaal “koud” en sterven. Kan het nu dat de entropie in het heelal en het lijden van mensen een gemeenschappelijke basis hebben? Als het zo is, dan is het gevecht tegen het lijden, tegen het noodlot en dergelijk, een bij voorbaat verloren strijd, niet? Het is dan een vechten tegen bierkaaien, tegen windmolens, tegen de oerknal. Het heeft absoluut geen zin. Is dat vechten tegen het lijden en het lot niet net een extra vorm van lijden? Inhoudelijk toont de I Tjing dit helder aan.
We kunnen mensen toch niet aan hun lot overlaten, laten sterven van de honger en aan vreselijke ziektes of door natuurgeweld? We moeten toch iets doen?
Als u zieken wil genezen, zij die honger hebben wil spijzen en de armen wil helpen, dan houdt niemand u tegen, toch? Als u iets kan doen, waarom dan niet. De kwestie is of u hier een dogma moet van maken. Het heeft weinig zin om met het ene soort van denken in overmoed te gaan, en de wereld te redden, terwijl de daadkracht, op basis van een ander soort van denken, beperkt is tot zijn eigen begrenzing. Wat is het nut van te weten dat een massamoordenaar tien mensen heeft neergeschoten in Finland? Met hoeveel gedachten hebt u uw vrouw, of uw baas, al niet vermoord op een moment van woede, ruzie of bij een belangenconflict? Kunnen we de wereld redden als we al onszelf niet kunnen redden? Als we onszelf kunnen bevrijden, bevrijden we de hele wereld, het hele heelal? Zou zoiets mogelijk zijn? Is dit haalbaar?
Ik denk het niet. Is dit niet erg overmoedig?
Kunnen we met de I Tjing misschien onderzoek hierover doen? Wat is lijden? Wat is entropie? Is het warmteverlies? Elke gedachte en elke daad tegen de entropie is wellicht goedbedoeld, maar de realiteit is de diversiteit, de versplintering van het ene naar het vele. En toch is het vele ook weer het ene, niet? Dat is wat het boek der veranderingen weergeeft; de eenheid van het leven, het tao. De oerknal is een nooit eindigend scheppingsverhaal. Alles wat is gestart bij de aanvang, in eenheid, splitst zich uit. Wat de I Tjing betreft is dit in yin en in yang, in trigrammen en in windrichtingen, in lijnen en in volgordes van trigrammen, tot in de “tienduizend dingen”. Het tao is 1 en beeldt de kosmos of het leven uit; de yin en de yang zijn 2 en tonen de twee krachten inkrimping en uitdeining; de trigrammen hebben elk 3 lijnen die wijzen op de verhouding aarde, mens en hemel; de windrichtingen zijn 4 en vormen de periferie; de 5 elementen zijn volgens de Chinezen aarde, metaal, hout, water en vuur; de hexagrammen hebben elk 6 lijnen; bij de 7 is er de omslag; de 8 zijn het aantal trigrammen, enz.. Dus de I Tjing is een binaire weergave van de ons omringende wereld, en aan de hand van analogieën en associaties komt men tot één gesloten wereldbeeld. Dat is het verschil met andere orakels uit de menselijke geschiedenis. Enkel bij de I Tjing zien wij deze allesomvattende archetypische weergave van de werkelijkheid.
Het boek met orakels toont ons vervolgens de toekomst, is het zo?
De toekomst ligt daar al. De inspraak is nihil. Dat is moeilijk aan te nemen voor een westerse geest. De maakbaarheid van de wereld moet wel een illusie zijn, anders was deze al lang perfect gemaakt geweest, niet? De tijdslijnen van de I Tjing kunnen de toekomst bloot leggen, maar dan als een weergave van logische, en te verwachten, tendensen, zoals bij een weerbericht; als er wolken zijn, is er kans dat het zal regenen. Daar is niets magisch aan. Het is een bepaalde pragmatische logica. De I Tjing toont ons waarschijnlijkheden.
Als alles al zo vastligt, wat is dan de waarde van een boek als de I Tjing? Waarom zou ik het boek dan nog raadplegen?
Om vast te stellen. Waarom luistert u naar het weerbericht. Niet om het weer te gaan veranderen. Waarom dan wel? Wie wil dat weten? We worden geboren, groeien en bloeien, gaan tenslotte dood. We gaan allemaal ooit dood. Willen we toch een gelukkig leven? Wilt u gezond zijn, welvaart, geluk, wijsheid? Wilt u liefhebben?
Ja maar, dat is het leven. We willen allemaal toch een zo goed mogelijk leven?
Dus waarom zou u het boek willen raadplegen? Waarom gebruikt u een landkaart?
Ik begrijp het. Maar moeten we alle ellende op aarde zomaar voor lief nemen?
Werd dit gezegd? Onderzoek het. Vraag het aan de I Tjing. Het kan een interessant individueel verhaal zijn. Mijn antwoord op uw vraag zou een subjectief antwoord zijn, een eenzijdig en persoonlijk antwoord, maar niet iets dat van u is. Moeten wij op een autoriteit vertrouwen?
De I Tjing is uw autoriteit?
Wie zegt dat? Vaak was de handeling het omgekeerde van wat de I Tjing had aangeraden.
En wat gebeurde er toen?
Dat wat ik op dat moment nodig had.
Was er dan geen weerstand tegen wat er gebeurde?
De weerstand was wat er dan nodig was. Weerstand is niet beter of slechter dan geen-weerstand.
Tijdens de tweede wereldoorlog was er de weerstand tegen het nazisme. Dat is toch goed geweest? Gelukkig dat deze er was?
Er kon gewoon geen sprake zijn van geen-weerstand. Het is geen “keuze” geweest van wie weerstand heeft geboden. Het was een logisch gevolg van de entropie, een beweging op een beweging. De illusie is dat er een individu is die ervoor kiezen kan. Kiezen is de ene vorm van bewustzijn dat een andere vorm van bewustzijn in controle wil houden. Maar kiezen is steeds een gevolg van de tijdsomstandigheden, van het verleden, van de culturele en opvoedkundige situatie, dus van het denken. Kiezen kan dus niet vrij zijn. Dergelijke keuzes zijn bedwongen door de ruimtetijd, door de oerknal. Er is geen ontkomen aan. Waar we met de I Tjing op onderzoek gaan ontmoeten we de bevrijding.
We kunnen dictatoriale regimes toch niet dulden?
Moeten we ons ontdoen van maatschappelijke systemen? Heeft dit zin? Indien het ons zou helpen, dan waren alle dictaturen allang verdwenen? Maar kunnen we ons ontdoen van de dictatuur van het denken? Kunnen we ons bevrijden van de diepgewortelde conditioneringen, van de collectieve denkpatronen die ons in de ban houden? Als u daarvan bevrijd bent, kan een dictatuur u nog in zijn macht houden?
Maar als u mij alles ontneemt wat mij is aangeleerd, de waarden en normen, de geloofsovertuigingen, de opvoeding en dergelijke, wat blijft dan nog over?
Zegt u maar. Wat blijft er?
Ik vind dat beangstigend. Er rest mij niets?
Wat is dat niets? Is het een leegte, een ruimte?
Dat klopt. Zo voel ik het.
Kan er in die stilte, in die lege keuzeloze geest, plaats zijn voor liefde? Is er dan iets anders dan schepping? Het is een totale ommekeer. Het is een wonder.
Achtste gesprek
Wat is de kerngedachte van de I Tjing, het boek der veranderingen?
Dat de veranderingen in het leven relatieve bewegingen zijn, en dat deze zich afspelen tegen een absolute, stille, symmetrische en onveranderlijke achtergrond.
Bevat de I Tjing een heilsboodschap, zoals sommigen willen geloven? Als een soort Chinese bijbel?
Het boek is verre van een bijbel. Het verklaart niets, legt niets op of dwingt niet. Hoogstens gaat de vergelijking op met een verrekijker. U kijkt naar de sterren en met een verrekijker ziet u ze beter. De sterren waren er natuurlijk al. Met of zonder verrekijker, aan de sterren zelf verandert er niets. Het is een kwestie van aandacht, van zien, van kijken naar wat zich in het leven afspeelt.
Wil de I Tjing ons misschien iets verklaren, iets duidelijk stellen?
Het boek der veranderingen zelf bevat niet “de waarheid” of zoiets. Met woorden en leerstelsels wil men iets verklaren. Het boek der veranderingen wil niet verklaren, maar tonen. In de vorige gesprekken lag de klemtoon op de analogieën en op mogelijke associaties. Willen we het nu over de essentie van de I Tjing hebben? Als een baby huilt omdat het honger heeft, dan geeft de moeder het de borst, zonder dat zij er eerst een analyse van maakt, erover nadenkt, een wet volgt of er een boek over gaat lezen. Het kind heeft honger en de moeder handelt. Als er een zien is van de “waarheid”, dan wordt er direct gehandeld.
En de I Tjing is dan een middel om in die staat van zien te geraken?
U moet nergens geraken. De I Tjing is geen methode of middel. Waar een wil is, is men weg, weg van de het leven zelf. De maakbaarheid van de wereld blijkt een illusie te zijn, en deze illusie leidt bij velen tot een soort van zwaarmoedigheid. De frustraties zijn zo talrijk dat de levensvreugde lijkt weg te sijpelen. Het boek der veranderingen is geen autoriteit. Waarom hebben we altijd een koningin nodig in de korf, een priester, imam, koning, president, profeet of specialist? Hebben die ons wel iets te vertellen? Zijn het niet steeds weer van die oude verhalen, dezelfde lege zinnen en woorden, loze beloftes en valse oplossingen? Kan ieder voor zich het niet beter zelf uitzoeken wat er is? Door anderen te volgen kan u zich nooit in het indiepe bevinden. Ze houden er u ongewild ver vanaf.
De I Tjing brengt mij tot het indiepe?
Met of zonder de I Tjing. Zoals al gezegd, de I Tjing is geen autoriteit.
Maar wat wil de I Tjing ons dan wel zeggen?
Het antwoord op deze vraag zal voor elk van u anders zijn. Zie het zelf. Onderzoek het zelf.
Is het zelf willen uitzoeken, met of zonder de I Tjing, niet in strijd met het idee om de “werking van het zelf” te ontstijgen?
Is er iets of iemand dat “de werking van het zelf”, in uw plaats, kan tegenhouden? Is het dat wat u zoekt? Is er wel iemand? Is er iets of iemand dat ontstegen moet worden? Onderzoek het.
Mij gaat het vooral om de concrete betekenis. Wat is de brug tussen het geheel en de dagdagelijkse realiteit?
Is het oerpunt van voor de oerknal iets anders dan het gezin waaruit u komt, uit de eenheid tussen uw vader (yang) en uw moeder (yin)? Is het samenspel van beide elementen de aanvang van uw bestaan? Het is bijzonder hoe de samenstellers van het boek der veranderingen er steeds weer in slaagden om van het algemene naar het specifieke te gaan, en vanuit het individuele weer aan te tonen hoe het algemene werkzaam is. De hexagrammen 1 en 2 zijn de vader en de moeder van de I Tjing. In de commentaartekst “De Tien Vleugels” zegt men hierover: “Het Scheppende is de hemel, daarom wordt het de vader genoemd. Het Ontvangende is de aarde, daarom wordt het de moeder genoemd” en verder “de weg van het Scheppende bewerkt het mannelijke; de weg van het Ontvangende bewerkt het vrouwelijke”. De I Tjing bestaat uit twee delen. Het eerste deel bevat de hexagrammen 1, Het Scheppende tot en met hexagram 30, het Zich-hechtende; het tweede deel start bij hexagram 31, De Inwerking, tot en met hexagram 64, Voor de Voleinding. Terwijl hexagram 1 en 2 van het eerste deel het archetypische principe van het mannelijke en het vrouwelijke weergeven, zien we bij het tweede deel dat hexagram 31 en 32 ons de concrete vereniging tussen man en vrouw toont (Hexagram 31, Het Hofmaken), tot er daarna een huwelijk plaatsvindt (hexagram 32, De Duurzaamheid). Als er later kinderen komen bij de man en de vrouw, dan is er hexagram 37, Het Gezin. Van hieruit vertrekt het verdere leven van elk individu. Bij de commentaartekst van “de vermengde tekens” staat traditioneel het volgende: “Het Gezin is het innerlijke”. De innerlijke gezindheid van het individu is ontstaan in het Gezin, in de opvoeding en in de genen die men heeft meegekregen. Het Gezin is de micro-kosmische weergave van het macro-kosmische oerpunt van net voor de oerknal. Al de rest in het heel-al is voortgekomen uit dat kleine oerpunt. Al de rest van een individueel leven is ontstaan uit het Gezin waaruit men komt, en al de rest dat zal volgen is een uitwerking van het eigen innerlijke naar de buitenwereld toe.
Als ik het goed begrijp richt de I Tjing zich vooral op het individu?
De I Tjing richt zich op het innerlijke van een situatie, van een vraag. Het individu kan zichzelf hierin aan het werk zien, wat zelf-kennis is, of een aandacht voor en het helder zien van de “werking van het zelf” in alles wat in de mensenwereld bestaat. De botsing tussen de innerlijke wereld en de buitenwereld komt logischerwijze tot uiting in de volgende twee hexagrammen, nummer 38, De Tegenstelling, en nummer 39, De Hindernis, die elkaars complementaire hexagram zijn. Ze vullen elkaar aan en ze horen bij elkaar. Het eerste hexagram zegt dat er algemeen geldende wetten en zaken bestaan waarbinnen het afzonderlijke en individuele zijn plaats moet trachten in te nemen, terwijl hexagram 39 meer klemtoon legt op de moeilijkheden en de projecties die bij de individuatie aan bod komen. Hexagram 38, De Tegenstelling, wijst ons op de gespletenheid, op de afscheiding van het geheel, van het heelal. Het individuele denken stelt zich op tegenover de algemene stroom van het leven. Het tao gaat zijn eigen gang. Het is het verhaal van Prometheus dat het vuur steelt van de goden. Het individu legt zich niet neer bij wat het natuurlijke verloop van de gebeurtenissen blijkt te zijn. Dit verzet wordt op zich niet afgekeurd. Het Beeld van hexagram “De Tegenstelling” zegt hierbij “zo behoudt de edele bij alle gemeenschap zijn individualiteit”, en Wilhelm vergelijkt met de elementen water en vuur die, ook als ze samen zijn, zich niet kunnen vermengen, maar dat ieder zijn eigen natuur behoudt. Hetzelfde geldt bij het verlaten van de thuissituatie (hexagram 38 komt na hexagram 37, Het Gezin). Men zoekt de eigen plaats in de buitenwereld. Men is enerzijds gelijk aan de ouders (genen, waarden, normen,…), anderzijds is men verschillend. Dit geeft een spanningsveld. In algemenere filosofische zin is dit ook zo. We zijn enerzijds de oerknal, uit hetzelfde materiaal samengesteld, anderzijds zijn we toch weer anders.
Is de volgorde van de hexagrammen erg belangrijk bij de interpretatie ervan?
Het helpt bij een mogelijke duiding. Hoe meer inzicht in het geheel, hoe helderder de details naar voren kunnen komen.
Ik heb eens de vraag gesteld aan het boek wat nu het praktisch nut is van de I Tjing. Ik verkreeg hexagram 41, De Vermindering, met een veranderende lijn op de vierde en de zesde plaats. Als de twee bewegende lijnen worden veranderd in hun tegendeel, dan verkreeg ik hexagram 54, Het Huwende Meisje. Ik moet zeggen dat ik het antwoord helemaal niet heb begrepen. Wat betekent dit antwoord volgens u?
Uw vraag is dus wat het praktisch nut van de I Tjing is? Merk even terzijde op dat dit antwoord enkel voor u geldig is. Iemand anders die dezelfde vraag stelt zal wellicht een ander antwoord verkrijgen. De inhoud van hexagram 41 en 54 zijn voor u, op dit ene moment, van belang als het over uw vraag gaat. Deze hexagrammen zullen misschien tezelfdertijd ook iets vertellen over uw beroepssituatie of over uw omgang met uw kinderen. Niemand kan in uw plaats dit antwoord begrijpen of uitleggen. We kunnen enkel wat associaties aanreiken met betrekking tot de gevonden hexagrammen. Daaruit kan een “aha-gevoel” ontstaan en kan u zien wat de situatie op dit moment is.
Ook al had het misschien betrekking op mijn situatie, toch begreep ik het antwoord niet.
Dat kan zijn. Eerst kunnen we kijken hoe de hexagrammen eruit zien:


Hexagram 41 Hexagram 54
De Vermindering Het Huwende Meisje
U kan zien dat in het tweede hexagram de vierde en de zesde lijn anders zijn. De rest is gelijk gebleven. Wat valt ook op? Het onderste trigram is twee maal hetzelfde: trigram “Het Meer” of ook wel “Het Blijmoedige” genoemd. Mocht u in het eerste hexagram alleen de vierde lijn veranderen en de andere lijnen dezelfde laten, dan hadden we hexagram 38, De Tegenstelling, verkregen. Hadden we enkel de zesde lijn verandert dan hadden we als tweede hexagram nummer 19, De Toenadering, als resultaat gezien. Nu zijn er twee bewegende lijnen, en is het resultaat hexagram 54, Het Huwende Meisje. Bij de duiding kan u echter ook beide extra hexagrammen (38 en 19) erbij betrekken. De twee lijnen leggen een accent op de duiding. De I Tjing toont de vraagsteller dat er voor hem twee belangrijke zaken zijn die meespelen. Daar kunnen we straks op terugkomen. Eerst wat uitleg bij het trigram “het Meer”. Vaak kunt u zien dat hiermee naar een individuele context wordt verwezen. Het trigram “het Water” staat voor een algemene geaardheid. Een meer bevat slechts een beperkte hoeveelheid water. Het is begrensd. Het kan overlopen. Het meer kan ook leeglopen. Of het meer kan verdampen. Terwijl water, zeg maar, een algemene levensenergie voorstelt, een algemeen principe, staat een meer voor een individuele, eerder specifieke toestand. Het onderste trigram van een hexagram stelt ook vaak de innerlijke gesteldheid voor, terwijl het buitenste (bovenste) trigram de buitenwereld weergeeft. Bij ons antwoord bevinden de bewegende lijnen zich bij het bovenste trigram. Het advies stelt dat het praktisch nut van de I Tjing een kwestie is van omgang met de buitenwereld. Innerlijk is het een situatie van beperking. Met de I Tjing kan men de eigen grenzen aftasten. In de buitenwereld verandert het trigram “de Berg” naar trigram “de Donder”. Een evolutie blijkbaar van rust naar beweging. De I Tjing kan dus van praktisch nut zijn bij onze gedachten (de Berg) en onze handelingen (de Donder). Nu kunnen we kijken naar de hexagrammen in hun geheel.
Bedoelt u het Oordeel en het Beeld van de hexagrammen?
Inderdaad. Oordeel en Beeld van beide hexagrammen komen aan bod. Dat is de tekstlaag. Eerst echter kan men verder de vormlaag bestuderen. Bij hexagram 41, de Vermindering, wordt het individu (het Meer) tegengehouden (de Berg) door de buitenwereld (buitenste trigram). In het hexagram 47, de Benauwenis, staat het trigram Meer bovenaan en het trigram Water onderaan. Daar lekt het water uit het meer weg. Het hexagram in zijn geheel heeft dan ook een tweede naam, “de Uitputting”. Daar verliest het ego, de persoonlijkheid, zijn energie. Het geraakt uitgeput. In hexagram 61, Innerlijke Waarheid, staat het trigram Meer ook onderaan. Bovenaan staat het trigram Wind. Het Meer verdampt. Het ego wordt dan meer leeg. Men kan dit ook zien in de vorm van het hexagram. Lijn drie en vier zijn yinlijnen. De andere lijnen zijn yang. Het lijkt of er een gat in het hexagram is.
Op die manier betrekt u bij een antwoord ook andere hexagrammen van de I Tjing. Is dit altijd van toepassing?
Het hangt er van af. Het complementaire (tegengestelde) hexagram van 41, De Vermindering, is bijvoorbeeld hexagram 31, het Hofmaken, de Inwerking. Als u alle lijnen van hexagram 41 omkeert, verkrijgt u hexagram 31. Merk hierbij op dat de beide trigrammen van hexagram 41 tegelijk ook gewoon van plaats verwisselen in hexagram 31. Nu komt het trigram Meer boven te staan, en trigram de Berg komt naar beneden. Hexagram 31 staat voor de lokroep, het binnensijpelen van het water van het Meer in de harde koppige Berg. De I Tjing vergelijkt hier met een staat van verliefdheid en met onbewuste beïnvloeding.
Is dit alles belangrijk bij het begrijpen van het antwoord?
Het kan helpen als u een hexagram plaatst tegenover andere hexagrammen. Het duidt nog beter zijn specifiek karakter. Maar goed, we hadden het eerder al over de kernhexagrammen. In ons antwoord kunnen we zien dat hexagram 24, de Terugkeer (het Keerpunt) het kernhexagram van 41 is. De vermindering betekent in zijn diepste wezen een ommekeer, een keerpunt. De I Tjing kan een keerpunt betekenen in het leven van de raadpleger. Wanneer kan het dit zijn? Als, zo zegt het beeld, men “zijn toorn bedwingt en zijn driften beteugelt”. Hoe? Door “twee schoteltjes mag men gebruiken voor het offer”. Een offerhandeling was in het oude China gebruikelijk erg complex en aan rituele verplichtingen gebonden. Hier lijkt de I Tjing te zeggen dat er niet veel voor nodig is. Het begrip “eenvoud” staat in direct verband met “vermindering”. Hoe dus? Door naar de essentie, naar de kern en de eenvoud terug te gaan. Confucius en zijn school betrekken er nog allerhande zaken bij en spreken over de “cultivering van het karakter”. Wilhelm vertaalt in dit geval met “een pleidooi voor vermindering van het lagere, van de teugelloze driften, ten gunste van het hogere geestelijke leven. Hiermee neemt het essentiële van de karaktervorming een aanvang. Het hexagram laat eerst het moeilijke zien (de beteugeling van de driften) en dan het gemakkelijke, als men zijn karakter in bedwang heeft; zo kan schade worden vermeden”. Het moet gezegd dat het voor velen die zich verdiepen in de I Tjing op eenzelfde manier verloopt. Eerst is het op en aan. De theorie en de basis van het boek zijn op zich niet zo eenvoudig. Maar eenmaal contact met de taal, de symbolen en de wijsheid ervan, dan wordt het alleen maar steeds eenvoudiger en gemakkelijker. We hebben het hier nog steeds over de vraag die luidde wat het nut van de I Tjing is. Bij een duiding is het belangrijk om in uw achterhoofd steeds bij de vraag te blijven.
En wat betekenen nu de lijnen en het vervolghexagram?
Bij lijn 4 staat de orakeltekst: “als men zijn gebreken vermindert, maakt men, dat de ander ijlings komt en zich verheugt. Geen blaam.”. Wat betekent dit? In het geval van uw vraag naar het praktische nut van het boek lijkt me dit vrij helder. Het boek raadplegen is aan zelfobservatie doen, is zich bewust zijn van de “werking van het zelf” en hoe dit ons net weghoudt van datgene waar we naar verlangen. Het is een klaarheid, en door het zien, is er een ommekeer mogelijk. Het zien zelf is al de ommekeer. De rest volgt vanzelf.
Dat was de vierde lijn. Wat betekent de zesde lijn?
De zesde lijn kan wijzen op een gevolgtrekking. De tekst bij deze lijn luidt: “als men zonder vermindering van anderen zelf vermeerderd wordt, dan is dat geen blaam”. Het “zelf” krijgt vanzelf wat het toebehoord, zonder dat het daarvoor speciale ingewikkelde strategieën hanteert. Door zelfkennis ontvangt men het “mandaat van de hemel”, verkrijgt men zege, succes en geluk, en mede door het zelfinzicht houdt men dit resultaat niet enkel voor zichzelf, maar deelt het ook met anderen. De I Tjinger ziet zichzelf in een groter verband. Wilhelm schrijft bij deze lijn: “Wat men bewerkstelligt is echter geen voordeel voor zich alleen; het staat voor allen open en is voor iedereen toegankelijk” en als alleen deze lijn verandert krijgt men het hexagram nummer 19, de Toenadering, en hierin staat bij de uitleg van het Beeld: “Gelijk de zee onuitputtelijke diepte vertoont, zo is de wijze onuitputtelijk in zijn bereidwilligheid, de mensen te onderrichten; en gelijk de aarde onbegrensd alle schepselen draagt en verzorgt, zo verdraagt ook de wijze de mensen en zorgt hij voor hen, zonder door grenzen van welke aard ook enig deel van de mensheid uit te sluiten”. Letterlijk staat bij het Beeld van hexagram 19: “Zo is de edele onuitputtelijk in zijn wens te onderrichten en grenzeloos in het verdragen en beschermen van het volk”. Door de vierde lijn van kijken naar de “werking van het zelf” ziet men wat de afscheiding door het zelf van het geheel teweeg kan brengen, zowel in positieve als in negatieve zin; in de bovenste lijn maakt men opnieuw de verbinding met de omgeving, met het geheel.
Maar hoe praktisch is dat nu?
Is zelfbewustzijn nuttig? Is kijken naar de “werking van het zelf” een nuttige bezigheid. U kunt er bedenkingen bij hebben. Toch valt duidelijk te zien in het leven dat zelfzucht vaak de oorzaak is van veel problemen. De gevolgen zijn wrokkigheid, jaloezie, begeerte, afkeer, roddel, afgunst, machtsspelletjes; kortom negatieve emoties. Dit eenvoudig te offeren, zich te onthouden door te zien wat de negatieve effecten ervan kunnen zijn, dit alleen al is een ommekeer. Als iemand helder ziet wat de schade is van roken op de gezondheid, dan kan die het roken stoppen. De gedachten met betrekking tot het roken houden ons misschien tegen, door “de werking van een zelf” dat het missen van zijn houvast vreest, maar uiteindelijk, als we helder zien, kunnen we het roken in één klap een halt toe roepen.
Nu offeren we toch niet meer. Hoe moeten we dit “offeren” begrijpen?
Kan men het praktisch nut zien van de symmetrie in het heelal. Kan het heelal anders zijn dan dat het is? Kan het heelal niet symmetrisch zijn? Kan een goudvis in een bokaal het water negeren? Alles stroomt in een richting of in een beweging waar het individu geen macht over geeft. Hij kan er zich aan overgeven of er tegen vechten. Wat hij uiteindelijk doet is van geen belang. Feit is dat er net zo velen zullen vechten als er niet-vechters zijn. Dat is symmetrie. Op fysiek, psychisch en moreel vlak is het leven een symmetrisch spel van beweging. Zelfs rust is een latente vorm van beweging. Als aan deze kant ook maar een kwantumdeeltje in het geheel verandert, moet er, instant, dus op hetzelfde moment, aan de andere kant in het geheel ook iets tegengesteld veranderen. Als het niet tegelijk zou veranderen zou het geheel niet in een symmetrische toestand verkeren. Maar kan het geheel niet-symmetrisch zijn? Zou het dan wel nog het geheel zijn zoals wij het kennen? Op kosmisch vlak kunnen natuurkundigen dat tot op zekere hoogte nog begrijpen. Veel moeilijker wordt het om in de moordenaar van uw moeder de geboorte van een vroedvrouw te zien. Als een dief iets van u steelt valt het nog gemakkelijk te zien dat uw verarming een verrijking betekent voor de dief. Op ethisch vlak is het echt wel moeilijker. Begrijpen is één ding, aanvaarden is iets anders.
Dus de I Tjing adviseert ons om wie ons kwaad berokkent te vergeven?
Dat is een interpretatie die u er aan geeft. Het gaat echt enkel om het zien zelf. De orakels tonen ons moment op moment hoe de wereld en het werkelijkheid er op dat ogenblik uitziet. De projecties van de eigen innerlijke gesteldheid op voorwerpen of mensen op de buitenwereld kunnen soms echt lachwekkend lijken.
In essentie is het wij-gevoel het belangrijkste, het voortbestaan van de soort?
Dat is één kant van de zaak. Als we denken dat het wij-gevoel het allerbelangrijkste is, dan negeren we misschien het individuele leed van zovele mensen. Als we het individu gaan beklemtonen, dan vergeten we dat het individu gedragen wordt door het geheel. Het is zowel het ene als het andere. Het is niet dit, niet dat. Het “is” gewoon.
Ik ervaar die symmetrie als heel bedreigend.
Door de symmetrie is elke gedachte of handeling gewoon een gebrek aan zien. Er valt niets te doen. De maakbaarheid van de wereld is een satire geworden. Er valt niets te denken. Alle gedachten zijn oud, zijn het verleden en dus dood. De kosmische scheppende geest is voortdurend werkzaam. Alles is altijd weer nieuw, als was het de eerste dag van het ontstaan van het wereld. Daarom ook is het orakel volledig en altijd correct. Er kan gewoon niet iets anders zijn dan dat, op dat specifieke moment. Daarin openbaart zich het algehele, het kosmische. In het specifieke werkt het algemene. Het “offer” dat we brengen is de obsessie voor het “zelf”, de fascinatie voor en de opgeblazenheid van het eigen kunnen, is de tunneling op het eigen “ik”.
En wat betekent hierin dan het vervolghexagram dat ik als antwoord had verkregen, hexagram 54, Het Huwende Meisje.
We hebben het hier over een van de moeilijkst te begrijpen hexagrammen van de I Tjing. Er is al veel inkt over gevloeid. De ervaring leert dat we steeds bij onze vraag moeten blijven. Als we afdwalen, dan kunnen we best terug keren naar de eigenlijke vraag. Die was als volgt: “Wat is het praktische nut van de I Tjing?”. We hebben als antwoord hexagram 41, de Vermindering, waarbij we geprobeerd hebben om enkele associaties naar voren te brengen in verband met de trigrammen, het hexagram in zijn geheel, het kernhexagram en ook met betrekking tot de bewegende lijnen. Nu kunnen we de twee veranderlijke lijnen omkeren in hun tegendeel, dan wordt de vierde yinlijn van hexagram 41 een yanglijn in hexagram 54; de zesde yanglijn in hexagram 41 een yinlijn in hexagram 54. De traditionele commentaren op het boek der veranderingen zeggen ons dat bij het tweede hexagram de lijnen bij interpretatie niet in aanmerking worden genomen, maar enkel het Oordeel en het Beeld van het nieuwe hexagram. Deze luiden bij hexagram 54:
HET OORDEEL
Het Huwende Meisje. Ondernemingen brengen onheil. Niets dat bevorderlijk is.
Commentaar op de Beslissing
Het Huwende Meisje duidt op de diepe zin van hemel en aarde. Als hemel en aarde zich niet verenigen, komen alle wezens niet tot gedijen. Het Huwende Meisje betekent einde en aanvang van de mensheid. Blijheid in de beweging: wie trouwt, is het jonge meisje. “Ondernemingen brengen onheil”. De plaatsen zijn niet de passende. “Niets dat bevorderlijk is”: het weke steunt op het harde.
HET BEELD
Boven het Meer is de Donder: het beeld van het Huwende Meisje. Zo krijgt de edele door de eeuwigheid van het einde begrip van het vergankelijke.
Door naar de essentie terug te keren, en te zien wat de werkelijkheid is, komt men automatisch terecht bij dit hexagram. Het geeft ons een idee van de vergankelijkheid. Als hemel en aarde, leven en sterven, groei en verval, duidelijk geworden zijn, dus wanneer de dualiteit binnen de symmetrische eenheid kan vastgesteld worden, dan vallen heel veel lasten van de schouwers, maar het kan ook gebeuren dat dan een soort van weemoedigheid in de plaats komt. Hexagram 54 zet ons met beide voeten op de grond. We zijn niet meer dan een waterdruppel in de oceaan. Het “zelf” blijkt ondergeschikt aan het Ene, aan het heelal, maar dat “zelf” wil oppermachtig zijn, als het heelal. Het wil zich verenigen (huwelijk), uitbreiden en de grootste zijn, maar zijn vergankelijkheid zet het weer in zijn juiste perspectief, want het Ene zelf is niet vergankelijk. Dus hexagram 54 laat ons duidelijk merken wat onze plaats is. We kunnen ons schikken of niet, aan de feitelijke realiteit verandert er niets.
Dat is teleurstellend, vind ik.
Wel, het hangt er van af hoe u het bekijkt. De “eeuwigheid van het einde” uit het Beeld van hexagram 54 doet me denken aan het “sub specie aeternitatis” van de filosoof Baruch Spinoza. Vrij vertaald wil dit zeggen dat we ons leven en onze situatie best proberen te bekijken met een eeuwigheidsbril, met een “zicht op de eeuwigheid”. Dus zie het leven in zijn grootsheid. Zie niet alleen uw eigen kleine zorgen en problemen, maar zie het geheel van de situatie. Als u van op de maan naar uzelf zou kijken, dan zijn al uw activiteiten klein te noemen. Anderzijds is het een beeld van de waarheid dat aan alles een einde komt, zowel aan het aangename als aan het onaangename. Dit “besef” is een “zien”. Dit zien is een ommekeer. Het behoedt voor inflatie, voor opgeblazenheid en overmoed. Over-enthousiasme leidt hier vaak naar een ontgoocheling, en wanhoop kan hierbij draaglijker worden door het feit dat ook deze niet duurzaam zal zijn.
En wat is hierbij het praktische nut? Ik blijf ernaar zoeken.
Zoekt u naar iets wat u al kent? Wilt u een antwoord horen dat u al in gedachten had? Weet u wat praktisch en nuttig is voor u? Vertrekt u vanuit een conclusie, van wat u wilt horen, of wilt u echt de I Tjing leren kennen? Zoekt u een wondermiddel? Een methode? Een leer? Niets is de I Tjing van dit alles. Het is heel simpel. Met een open aandacht zien wat het antwoord is op uw thema, op uw vraag of dilemma, en bereid zijn om alle vooropgezette ideeën achterwege te laten. De lijnen, beelden en woorden op u laten inwerken en wachten tot er helderheid is.
En wat als die er niet komt?
Dan is er een niet aanwezig zijn van helderheid. Dat is helder, niet?
Dat wil ik niet. Ik wil het begrijpen.
Zolang die “wil” er is, is er geen ruimte voor begrip. Alleen in een lege ruimte is er plaats voor wat zich kan aandienen, voor het wonderbaarlijke.
het weke steunt op het harde.ende.is het jonge meisje.eid.t tot gedijen.e hexagram.m de lijnen bij interpretatie niet in aanme
Negende gesprek
Er is een periode in mijn leven waarin vooral de lusteloosheid zegeviert. Het ontbreekt mij aan energie om initiatief te nemen, om sociale contacten te onderhouden, om werk te zoeken. Ik ben het allemaal zo beu. De I Tjing hierover raadplegen resulteerde ook in hexagram 54, met een bewegende lijn op de zesde plaats. Wat betekent dit?
Kan ik via de “werking van het zelf” een niet-zelf worden? Kan ik, met de handboeien om, mij vrijmaken? Kan ik sowieso iets “worden”? Kan ik worden als ik al ben. De bovenste lijn van hexagram 54, Het Huwende Meisje, zegt het volgende: “De vrouw draagt een mand, maar er zijn geen vruchten in. De man doorsteekt het schaap, maar er vloeit geen bloed”. Als de tijdslijn verandert hebben we opnieuw hexagram 38, de Tegenstelling. Het verleden is het verleden. De toekomst is de toekomst. Maar hoe is het met me nu gesteld? Wat is de weg van het Midden hierbij? Kan ik het evenwicht bewaren tussen ratio en intuïtie. De ene wil “doen”, de andere wil “niet-doen”, maar kan ik in een nu-moment aanwezig zijn, zonder te doen en zonder een niet-doen? Is dat dan kijken? Is dat het zien zelf? Het trigram “de Donder” verandert naar het trigram “het Vuur”. Van beweging naar “zien”. Dat is geen handeling. Het is ook geen niet-handeling. Wat is het dan wel? Laat ons zeggen dat een dergelijke houding neigt naar wat sommigen “onverschilligheid” zouden noemen. Anderen ervaren een gelatenheid, een lichte vorm van gedeprimeerd zijn.
Zo voel ik mij inderdaad.
Terwijl het in feite een zegen kan zijn. Als gezien wordt dat al dat gepraat, geblaat en gedaad niets voorstelt, wat dan? Het is even ontkikken. Er wordt een grens van zien overschreden waarbij het vast staat dat men niet meer terug kan, niet meer kan aannemen wat de oude verhalen, overtuigingen en conditioneringen ons voorhielden. We geloven niet meer in Sinterklaas, zoals peuters en kleuters doen. We geloven ook niet meer in de romantische liefde zoals pubers dat doen. We geloven ook niet meer in de maakbaarheid van de wereld zoals volwassenen het doen. Wat schiet dan nog over? Is het mogelijk om weer aansluiting te vinden op de oorsprong waaruit men komt? Bestaat er iets dat alles wat we al kennen te boven gaat? Kunnen we ons weer verbinden met het heelal zonder dat we daarvoor moeten sterven. Misschien moeten we sterven, maar dan op een symbolische manier. De mystici noemen dit “de donkere nacht van de ziel”; Maar we hoeven geen mysticus te zijn om het te zien. Het zien zelf is al het licht. Ga op onderzoek.
Ik voel me erg alleen gelaten. Ik voel me verward en bedrukt. Hoe komt dit toch?
Vraag het aan de I Tjing. Probeer het. Op een ouderdag van de school van mijn dochter was er een voetbalmatch tussen de ouders. Als scheidsrechter had men voor ons een bekend komiek aangesteld. De wedstrijd was amper vijf minuten begonnen, en de man nam ons de bal af en zegde dat het eens tijd was voor een strafschop. Even later wou hij de bal op de middenstip. Nog later nam hij gewoon de bal af. Dat is fantastisch, een mooie metafoor voor het leven. Stel dat men ons de bal afneemt en dat alle spelregels van de natuur en de maatschappij wegvallen? Stel dat het obsessief najagen van succes, geluk, ambitie er plotseling niet meer is. De bal, waar al onze aandacht naartoe gaat, of een vrouw, een bankrekening, een jacht, een deal; dit alles neemt men ons af, en we vallen geheel op onszelf terug. Wat dan? Is het dan mogelijk om te kijken, om te zien, om met aandacht aanwezig te zijn bij het moment en de plaats die er gewoon zomaar daar zijn? Door “de eeuwigheid van het einde een begrip voor het vergankelijke”.
Heeft het hexagram “Het Huwende Meisje” eigenlijk met de liefde te maken?
De traditie wil dat het om een huwelijk gaat tussen een man en een concubine. In onze tijd heeft het daar wellicht minder mee te maken, maar des te meer met het symbolische huwelijk, het hieros gamos tussen het bewuste en het onbewuste. Is er een verschil tussen het bewuste en het onbewuste? Of zijn beide dezelfde stroom van bewustzijn dat eigen is aan het hele heelal? Kan er een ander bewustzijn zijn dan het totaalbewustzijn, het heelalbewustzijn? Met de I Tjing de “werking van het zelf” doorgronden betekent dat er een andere houding wordt aangenomen naar de buitenwereld toe. Soms is er na het lezen van de I Tjing een ontnuchtering. Het kan wijzen op een definitieve wijziging van het levenslot. In plaats van de maakbaarheid van de wereld is er een mogelijkheid tot overgave, een zich schikken en zich laten meestromen op de kosmische weg van de entropie, of op het “inshallah”, of het “uw wil geschiede”, het “tao”. De namen doen er niet toe. Het kan een onverwachte wending betekenen in het leven, een nieuw begin, een begrip van het oneindige, en dus ook van het vergankelijke, of een plotselinge ommekeer, een bevrijding van al de boeien die binden aan het verleden. Het is een mogelijke bevrijding. U ziet het vaak bij mensen boven de vijftig. Ze neigen naar een ingesteldheid van verbittering of naar een soort van wijsheid die in staat is om te relativeren.
Maar brengt hexagram 54, het Huwende Meisje, ons bij de liefde?
Kan iets of iemand ons naar de liefde gidsen? De I Tjing kan effectief naar liefde verwijzen. Maar kan er sprake zijn van liefde als er een “zelf” is die alles naar zich toetrekt? Is er plaats voor liefde als de ruimte is opgevuld met ervaringen uit het verleden of met angst en hoop voor de toekomst? Kan er liefde zijn zonder de ruimte van de leegte? De verwarring tussen verliefdheid en liefde brengt veel leed met zich mee. Hemel en aarde verenigen zich en de “tienduizend dingen” ontstaan. De “tienduizend dingen” is een manier om te zeggen dat “alles” erna ontstaat. De mens is één van die tienduizend dingen, maar net als de dinosauriërs zal ook de mensheid wellicht ooit verdwijnen, en ook de planeet aarde zelf zal ooit verdwijnen. Wat overblijft is altijd het Ene, het geheel, het heelal, hoe abstract dit ook moge klinken. Is het mogelijk, om als individu, zich te bevrijden van al de conventies, de conditioneringen en de overtuigingen, zodat men, in die vrijheid, plaats kan maken voor het Enige? Is dat mogelijk? En is dat dan misschien liefde?
Wat betekent die zesde lijn van hexagram 54, Het Huwende Meisje, op mijn vraag? Die lijn van de mand en het schaap?
In de mand zou zich voeding moeten bevinden. Uit het schaap zou bloed moeten vloeien. Maar dat gebeurt niet? We hebben te maken met een steriele omgeving of een steriele toestand, wat me dunkt een duidelijke weergave is van hoe u zich voelt. Er is vlees noch bloed aan. Geen body, zo u wilt. Het smaakt flets. Het vlees staat voor de fysieke gesteldheid, het bloed voor de gedachten. Er is een soort levensmoeheid. Uiteraard leidt deze naar hexagram 38, de Tegenstelling. Er volgt een innerlijke strijd van wat men nu werkelijk wil, wat men verder wil aanvangen met zijn leven? Men is opnieuw op zoek naar zijn plaats in de omgeving.
Ik ben net gescheiden van mijn vrouw. Ook de job die ik had ben ik inmiddels kwijt. Ik voel mij radeloos.
Hoe ervaart u op dit moment ons gesprek? Stel dat u op uw gevoel bij dit gesprek een kleur moet plakken.
Dat zou blauw zijn. Geen wit. Blauw heeft me het gevoel dat er iets duidelijk wordt. Het wordt helder, maar het is het nog niet. Er is ook een zekere vorm van opluchting.
Waarom opluchting?
Ik lijk geen schuld te hebben aan mijn situatie.
Wat is schuld en onschuld? Wie leert ons te definiëren wat deze woorden zijn? En hoe wordt het geweten in ons gevormd? Hoe dictatoriaal weegt het geweten op onze gedachten en onze gevoelens? De mens, als individu, als trigram “het Meer”, lijkt in strijd te gaan met de natuurlijke orde van het geheel, van het heelal. Hexagram 38, de Tegenstelling, is daar een weergave van. Onderaan, dus innerlijk, in het denken en voelen, is er het trigram “het Meer” en bovenaan, in het hoofd, is het trigram “het Vuur”. Dit Vuur is de natuurlijke orde, waar we van afhankelijk zijn, zoals een vlam van datgene waarop ze brandt. We willen datgene “wat is” veranderen in een “wat zou moeten zijn”. We zijn steeds in dit gevecht verwikkeld. In hexagram 63, dat “Na de Voleinding” heet, kunnen we zien wat orde precies is, omdat alle lijnen er op hun juiste plaats staan. Een yanglijn staat er op een yange plaats (1-3-5) en een yinlijn op een yinne plaats (2-4-6). Dit is het enige hexagram in de I Tjing waar dit zo is. Het is het “perfecte” hexagram. Maar bij de minste beweging is de perfectie weg, want er kan een lijn veranderen en omslaan in haar tegendeel. In hexagram 63, Na de Voleinding, is er onderaan het trigram “het Vuur”, de innerlijke orde, en buiten is er het trigram “het Water”. Het Meer is hier verandert van beneden naar boven en van een beperktheid (meer) naar een totaliteit (water). De innerlijke orde (vuur) en de uiterlijke chaotische stroom der dingen (chaos) is in een “normale” verhouding. De dingen zijn zoals ze zijn. Er is geen strijd. Het kernhexagram van zowel hexagram 38, De Tegenstelling, als van hexagram 54, Het Huwende Meisje, is nummer 63, het hexagram van de Orde. Tussen beide hexagrammen, 38 en 54, is er maar een lijn verschil, nl. de bovenste. Dit betekent dat in beide moeilijke hexagrammen achterliggend, in het kernhexagram (63) een beweging van orde aan de gang is.
We moeten de dingen dus gewoon accepteren zoals ze zijn?
U bedoelt dat we niets moeten doen?
Ja. Niet-doen.
Ook aan niet-doen doen is nog steeds een vorm van doen, van willen, van ambitie. Het is onmogelijk dat er dan vrede is. Kunnen we op de een of andere manier noch doen noch aan niet-doen doen? Is dat mogelijk?
Ik denk van niet. Je doet toch altijd iets.
Dat is het net. Er is beweging, verandering, een stroom van de dingen. Moeten we daar nu iets aan toevoegen of iets van afnemen? Kunnen we de entropie een halt toeroepen? Kunnen we de tijd omkeren? Is het nodig om dit te doen? Of is dit enkel maar een willen, een verlangen, een begeerte? Tegenover de symmetrische stille toestand, dat het heelal is, dat orde is, speelt zich een verwoede strijd af op aarde en in elk mensenleven; tussen her en der, het dit en dàt, de ik en de jij. Bij elke vorming van een groep ontstaat een tegengroep, bij elke gedachte een contragedachte, en elke stap voorwaarts creëert, door de handeling zelf, als een bewegen naar achter. Het nationalisme, boeddhisme, christendom, humanisme, communisme, en elke vorm van wetenschap of van identificatie hebben de mensen niet van conflicten, zorgen en lijden bevrijd. Kan een individu zich nu losmaken van dit alles? Kan hij de ongecontroleerde veronderstellingen, de vooringenomenheid en de conditioneringen volledig achter zich laten? Kan een persoon geloof, ideologie, opvoeding, leraren, denkbeelden en abstracties helemaal aan zichzelf overlaten. In één enkel moment? Kan men naar zichzelf kijken en zien hoe “de werking van het zelf” in alles onherroepelijk leidt naar een hogere vorm van entropie, van chaos, van verval en van vernietiging? Want is er iets dat niet in het teken staat van het “heilige” zelf? Van boeken schrijven, de modegrillen, sportprestaties, de komiek willen uitgangen, de actualiteit en het nieuws willen volgen, de roddel over de weetjes van elke dag; over de kunstjes maken van de artiesten, over het geld verdienen en zaken doen, tot de acties van milieu- en vredesactivisten; dat zijn toch allemaal activiteiten van het zelf, met zijn ambities en het oneindig verlangen naar beter, meer, naar bestaanszekerheid en veiligheid? Is zelf-kennis niet het zien van “de werking van het zelf”, in alles? Eindigt een dergelijk zien niet bij de bron van alles? En is dat geen echte vreugde en vrede? Is de leegte van al de verschijnselen niet het tao zelf van elke aard en elk verschijnsel, elk ding of organisme, dat nu net, op zichzelf steeds weer bron of oerknal is? Kan het kijken naar het licht bij het einde van de tunnel iets anders zijn dan het licht van de aanvankelijke bron? Zoek het maar uit.
U spreekt over het licht aan het einde van de tunnel. Hoe kijkt de I Tjing naar de dood?
Vraag het aan de I Tjing.
Heeft u het ooit gevraagd?
Ja, en het antwoord was hexagram 2, Het Ontvangende, met een bewegende lijn op de vierde plaats. Het orakel op die lijn luidt: “Toegebonden zak. Geen blaam. Geen lof.”. Als de lijn omslaat, ontstaat hexagram 16, De Geestdrift, die het bij “het Beeld” over de verering van voorvaderen heeft. Deze lijn verschijnt ook vaak als de vraag over een miskraam handelt. Bij een ander commentaar staat op deze lijn: “Als hemel en aarde scheppend bezig zijn, met verandering en omvorming, dan gedijen alle kruiden en bomen; als echter hemel en aarde zich sluiten, dan trekt de bekwame man zich in het donker terug. Dit is de rusttoestand van het donkere principe, wanneer het zich sluit”. De toegebonden zak is een mooi beeld van een gesloten baarmoeder, dus een situatie waaruit geen leven voortkomt, een steriele of dodelijke toestand. Bij het hexagram 2, in zijn geheel, staat bij “commentaar op de beslissing”: “Volkomen voorwaar is de verhevenheid van het Ontvangende. Alle wezens hebben hun geboorte eraan te danken, daar het vol overgave en toewijding het hemelse ontvangt. Terwijl de beweging van het Scheppende de rechte voorwaartse beweging en zijn rust de stilstand is, is de rust van het ontvangende het gesloten-zijn en zijn beweging het zich-openen. In de rusttoestand van het gesloten-zijn omvat het alle dingen als in een reusachtige moederschoot.” Geboorte en dood vallen op deze tijdslijn samen. Men kan de associatie maken met bepaalde moedergodinnen, zoals de godin Kali, die zowel leven geeft als het terugneemt. Dit orakel van de “toegebonden zak” doet ook denken als het tao in zijn volledigheid, dat eveneens leven geeft als neemt. Het leven sluit zich af. Rest in peace. Het is de weergave van de rusttoestand van de dood, waarbij alle levenskrachten zich weer lijken te verzamelen om in een later stadium, bij het terug openen, opnieuw te verschijnen.
Krijgt iedereen dit antwoord op de vraag naar de betekenis van de dood.
Neen. Dat is het juist. Zoek het zelf uit. Ieder van ons heeft een andere psyche, een ander ingesteldheid en leeft in een andere context, op dat ene, specifieke moment. De I Tjing geeft weer wat u op dàt moment nodig heeft om te zien. Het boek der veranderingen bestaat uit oordelen, beelden, tekenen, lijnen en orakels waarop de raadpleger zijn conditioneringen projecteert. De weerkaatsing is de realiteit zoals deze zich voordoet voor één specifiek iemand, op één specifiek moment. Het gevolg is dat men ziet of niet ziet. Soms blijft het donker. De verblindheid van de vooringenomenheid kan bijvoorbeeld tè groot zijn. Men kan al zo overtuigd zijn van een eigen antwoord dat het resultaat van de orakels er niet meer toe doet.
Betekent dit dat de I Tjing een weerspiegeling is van zichzelf?
De denkbeelden, overtuigingen, visies en doelstellingen die we bij een beeld, orakel of tekst vormen bevinden zich al binnen het patroon van de conditionering. De interpretatie wordt gevormd door maatschappij, opvoeding, genetica, media, enz..
Als ik u begrijp, ligt alles al vast, zijn alle gedachten patronen in onze geest, bepaald door omstandigheden buiten ons?
De I Tjing werkt bevrijdend. Er schijnt licht op iets wat tot dan in duisternis lag. Een man vraagt mij om de I Tjing voor hem te raadplegen. Hij bevond zich in een moeilijke situatie, maar wou er niet veel over kwijt. We hadden niet veel tijd, dus er werd hem gevraagd om een getal spontaan bij hem naar binnen te laten opkomen. Hij mocht er niet al te diep over nadenken, en het mocht geen voorkeursgetal van hem zijn. Hij moest mij ook een getal geven tussen de 0 en 6. Het resultaat was hexagram 27, De Voeding, bij de derde lijn: “afwijken van de voeding. Standvastigheid brengt onheil. Handel in tien jaar niet zo. Niets is bevorderlijk.” En Wilhelm schrijft bij deze lijn als commentaar: “wie voedsel zoekt, dat niet voedt, tuimelt van begeerte naar genot, en in het genot wordt hij verteerd door de dorst naar begeerte. Hartstochtelijk jagen op wat de zinnen bevredigt, leidt nooit tot het doel.” De man werd bleek, groen, rood en blauw tegelijk. Hij liep boos weg. Pas veel later vertelde hij wat hem zo had doen schrikken. Hij was halsoverkop een relatie begonnen met een veel jongere vrouw, terwijl hij zich schuldig voelde naar zijn echtgenote en zijn vier kinderen. Het orakel had hem de ogen geopend.
Wat wilt u met dit verhaal vertellen?
De man was tot over zijn oren verliefd op een jonge vrouw. Het overkomt zoveel veertigers. Wat is er gebeurd? Wat hebben de omstandigheden, de hormonen, het verleden, enzovoort veroorzaakt? En wat zijn de gevolgen? De man dacht misschien een nieuw leven te kunnen beginnen? De man dacht misschien om voor eens en altijd van de gezinsverplichtingen te zijn bevrijd? Al deze overtuigingen, gedachten en verlangens zijn niet typisch voor die ene man. Het zijn collectieve gedachtepatronen, die zich verwerkelijken in een concrete situatie als de omstandigheden ervoor aanwezig zijn. Er is niets bijzonders aan een dergelijke situatie. Verliefdheid doet zich altijd en overal voor. Toch “denkt” de man, voordat hij het orakel heeft geraadpleegd, dat hij een unieke situatie meemaakt. Hij hoorde de tekst van de I Tjing en heeft het gezien.
Dus met de I Tjing kunnen we veranderen?
Met of zonder de I Tjing, veranderen doen we toch. Het gaat over onze gedachten. Als een individu, met het denken, wil veranderen, dan creëert hij een ideaal, een doel, dus een nieuwe gedachte, bijvoorbeeld “ik moet van haar af”, maar dat is opnieuw een gedachtepatroon. In de I Tjing zijn deze patronen de beelden, de trigrammen en de lijnen. De gedachte “ik moet van haar af” houdt hem aan haar gebonden. Op het moment dat de gedachte stopt, is hij van haar af.
Ik begrijp dit niet goed?
Wel, de mens is niet noodzakelijkerwijze gebonden aan zijn conditioneringen. De gedachte is de handeling. Dit te zien, is er vrij van zijn. Als het wordt gezien, namelijk dat de geest, die “de werking van het zelf” is, de verwarring in stand houdt, dan is er vrijheid. Als een auto in volle snelheid op u afkomt, en u ziet het, dan springt u weg. Zou u blijven staan? Zien en springen is één. Dat is wat een orakel teweegbrengt. Het is een opmerkelijke vorm van zien.
Dus het denken moet stoppen?
Is dat zo? Moet het denken stoppen? Kan het denken tot stilstand gebracht worden? Bewust of onbewust, uit vroegere eeuwen of nu, individueel of collectief, mannelijk of vrouwelijk; alle vormen van denken zijn hetzelfde denken. Een afgescheiden vorm van denken, een “zelf”, blijft een geconditioneerde gedachte. Ze ligt ingebed in de tijd van het oude, in het verleden, dus in overgeërfde overtuigingen. Dit soort “zelf”-bewustzijn, dat zich afscheidt van hèt Bewustzijn van de bron, dat is de verwarring, de ellende. Alle denken is conventie. Er is geen positief of negatief denken.
Wat is denken dan?
Dat is een goeie vraag. Onderzoek het. Wat is het denken? Het mooie aan de I Tjing is de speelsheid waarmee die wijzen van weleer het algemene en het bijzondere wisten af te wisselen, te associëren, om te buigen en uit te beelden. Laat ons eerst naar het algemene gaan. Het hele “al” of het universum start, voor zover we er nu iets van begrijpen, bij de oerknal. Op de een of andere wijze is de veruiterlijking van die oerknal een combinatie van bewustzijn en ruimtetijd. Ruimtetijd is bewustzijn en het bewustzijnsveld verwerkelijkt zich in de ruimtetijd. Als het leven stopt, keert alles terug naar zijn oorspong, naar de bron of naar de oerknal. Het heelal in zijn geheel lijkt zich momenteel uit te breiden, en sommige wetenschappers zeggen dat dit een eeuwigdurend proces van uitdeining zal zijn, en dat we zullen eindigen in een beeld van de hemel waar geen sterren meer te zien zullen zijn, omdat de afstand tussen de aarde en de sterren te groot zal geworden zijn. De samenstellers van de I Tjing lijken dit wat tegen te spreken. In ons reeds bekend hexagram 38, De Tegenstelling, is er de tekst bij het oordeel: “zo leidt de beweging tot steeds grotere verwijdering, maar daar het om een natuurlijke beweging gaat, komt het vanzelf tot een ommekeer, wanneer de uiterste grens is bereikt”. Het kan ook een toevoeging van Richard Wilhelm zijn. Dat is me niet zo duidelijk. Het idee van uitdeining en inkrimping is een heel herkenbare beweging in de natuur. Het zou dus ook kunnen dat het heelal, dat natuur is, ooit terugkeert naar zijn oerknal. In het hexagram 38, de Tegenstelling, ziet u het trigram “het Water” verschijnen, dat ook “donker” en “gat” betekent. Misschien zorgt een supergroot “zwart gat” in het heelal voor die terugkeer. Op zich is deze kennis allemaal niet zo belangrijk. Het geeft een beeld weer van hoe leven en dood afwisselen in de natuur. Verwijdering van, en terugkeer naar het licht is een vaak terugkerend beeld als het over sterven gaat. Leven en denken, denken en tijd, het is hetzelfde tao dat zijn weg gaat. Dan is er het specifieke. Want wat is het menselijke denken? Wie ben ik? Kan het “ik” iets anders zijn dan een lichaam (ruimtetijd) met een zeker bewustzijn (denken)? Hoe definieert men datgene wat iemand “ikzelf” noemt? Tenslotte vallen het algemene en het bijzondere toch samen? Is er een verschil tussen wie ik ben en wat ik observeer, waar ik over denk? Kan de ene vorm van bewustzijn, het “zelf”, een ander deel van het bewustzijn, bijvoorbeeld “ik moet van haar weg”, overheersen? Is dat mogelijk?
Ik ervaar deze vragen als heel bedreigend. Hoe komt dat toch?
Het al-hele bewustzijn, na de oerknal, is er eerst. Dan komt het “zelf”, generatie op generatie, als afgescheiden van de oerknal. Het schijnbare “proces” van het creëren van een “zelf” gebeurt in het algehele bewustzijn van het heelal. Het blijft een gedachtepatroon. Het “zelf” is en blijft een product van het denken. Het is een “zelf” dat denkt, oordeelt, vergelijkt, streeft, vereert. Wel, dat specifieke “zelf” komt in conflict met het nu-bewustzijn van het tao. De ene gedachte wil de andere overwinnen. De denker is zelf onderdeel van wat hij veroordeelt of beoordeelt, van wat hij verandert wil zien. Kan het denken de oplossing zijn voor onze zorgen en problemen? Kan ik vrij zijn als ik geloof dat gedachten mij zullen bevrijden en het geluk zullen geven waar ik op hoop? Eén deel van het denken kan niet een ander deel van het denken veranderen, omdat het altijd weer een denken is, dat mechanisch is, dat uit patronen bestaat. De ene gedachte kan wel denken dat hij een andere gedachte heeft overwonnen, maar dat is belachelijk. Deze gedachte zal weer door een andere gedachte willen overwonnen worden, tot in het oneindige voort. Wat hier wordt geschetst is de dualiteit. De geest, ons denken, is dualistisch van aard. Kan het denken niet-dualistisch zijn?
Ik geloof van niet. Het denken is het denken.
Als het individueel bewustzijn, in zijn geheel, beseft dat hij gevangenzit, wat gebeurt daarna?
Het wil eruit. Uit de gevangenis.
En als dat niet lukt. Steeds weer lukt het niet. Wat kan er gebeuren?
Ik zou me eenzaam voelen.
Wat een zegen kan zijn? Alleen-zijn. Al de hoop en troost in het weten, in de ervaringen, in gevoelens en herinneringen; al deze ballast valt ineens weg. De behoefte aan veiligheid laten voor wat ze is. Het kan. In één moment is het daar. Het is vrij-zijn.
Het kan toch niet dat het denken ophoudt te bestaan?
Moet het denken ophouden? Kan dit wel? En hoeft dit wel? Zoek het uit? Wat als de geest zich gevangen voelt en er geen uitweg meer is? Valt niet al het streven van het “zelf” weg? Geen verlangen, geen motief, geen willen, geen doel? Wat rest er dan?
Rust?
Rust? Stilte? Is dat geen bevrijding?
Ik zou dit een vervelend leven vinden. Ik wil verwarring, lust, beweging, extase,…
Doe maar. Het hoort bij jou. Prima.
Als we vooruit willen in het leven, dat moeten we toch doelstellingen voor ogen hebben. Anders dobberen we maar wat in het rond.
In hoofdstuk V van “de Tien Vleugels” zou Confucius bij de vierde lijn van hexagram 31, de Inwerking (het Hofmaken) als commentaar gezegd hebben: “Wat heeft de natuur nodig te denken en te zorgen? In de natuur keert alles terug tot de gemeenschappelijke oorsprong en verdeelt zich alles over de verschillende paden; door één inwerking wordt de vrucht van honderd gedachten verwezenlijkt. Wat heeft de natuur nodig te denken of te zorgen?” Is er iets mis met dobberen? Waar wil men controle over hebben? Wie wil controle hebben over wie? Wat wil controle hebben over wat? Onderzoek het zelf. Ik heb hier niet een waarheid of zo. Jij bent de waarheid.
Komaan, hoe kan een bedrijf blijven bestaan zonder een beleidsplan? Hoe kan men leven zonder intenties en plannen?
Is het dat wat u zoekt? Zijn uw plannen en uw beleidsplan de liefde? Is dat vrijheid?
Neen, geen vrijheid, maar zo is het nu eenmaal. Het hoort bij het leven?
Wiens leven? Wie heeft jou dat doen geloven?
Niemand kan een leven leiden zonder verlangens, begeerte, plannen?
Kan liefde bestaan zonder een reden of een doel?
Tiende gesprek
Als het bewuste denken hetzelfde is als het onbewuste denken, omdat beide “denken” zijn, dan is het inderdaad mogelijk dat de I Tjing, als weerspiegeling van dit denken, zaken blootlegt en duidelijk maakt, maar kunnen we ons daar niet gewoon van bewust zijn, van die patronen, zonder daarvoor een boek nodig te hebben?
Dat klopt. We hebben geen boek nodig. We hebben geen leraren, leerstellingen, kerken en autoriteiten nodig. Hebben we iets of iemand nodig om bewust aanwezig te zijn in een moment? Kunnen we meesters zijn in het “zijn”? Ook al werkt het bewustzijn aan de hand van dezelfde achterliggende patronen als het onbewuste, het nieuwe en levendige is dat de stroom van het bestaan alles steeds weer nieuw maakt, van ogenblik op ogenblik.
Het verlies van controle over het leven, het idee alleen al, dat maakt me erg zenuwachtig.
Het positieve nieuws is dat u gedragen bent. Als u het leven in een groter kader plaatst, dan is elke gebeurtenis een onvermijdelijke zaak. De eigen wil moet op de een of andere manier wel wijken, zonder dwang, maar door het zien ervan.
Hoe kan ik dat “ruimere kader” bij mezelf zien?
Het ruimere kader is de enige, stille realiteit. Die andere realiteit is een voorstelling, een fantasie. Is het idee dat u controle hebt over het leven een realistisch gegeven? Misschien hebben we het in de hand wanneer we opstaan, of als we de trein nemen om ergens te komen, of met de wagen rijden, en dan nog, die keuzes zelf zijn al geworteld in overtuigingen die het oorsprong vinden in erfelijkheid, opvoeding en ervaring. Voor zover we nu kunnen begrijpen, start het heelal zoals wij het kennen bij de aanvang ervan, bij de oerknal. Vanuit het oneindige bekeken is die oerknal nu bezig zich te voltrekken. Er is geen tijdsverloop tussen de knal en het nu. De afstand tussen Brussel en Amsterdam is voor iemand die de weg te voet aflegt vrij groot. Van de maan af bezien is de afstand erg klein. Nog verder ervan verwijderd, is er geen verschil te zien tussen Brussel en Amsterdam. Beide steden vallen samen in één punt, in één pixel. Vanuit de oneindigheid bekeken, is alles één punt. Vroeger, nu en later vallen samen in één ogenblik. Alles wat we vanuit het denken, dus subjectief, beleven is nietig, maar de “werking van het zelf” maakt er een hot item van, blaast het op en geeft zichzelf op die manier bestaansrecht. Dat is ook wat er elke dag op televisie gebeurt, in het nieuws en dergelijke.
Bestaat dan niet de kans dat iemand onverschillig wordt, als men kijkt vanuit het “eeuwigheidsdenken”?
Als het een denken, een mening of overtuiging is, dan wel, dan is onverschilligheid het enige wat rest. Is het echter een “zien”, dan “kan” het dat het komt, en het andere gaat. Onverschilligheid met betrekking tot de I Tjing houdt in dat men niet ziet hoe elke lijn van de I Tjing het boek tot één geheel maakt. Elk detail maakt het mogelijk dat het geheel het geheel is. Elk onderdeel van het leven maakt het heelal tot een geheel. Zonder die ene fractie van zijn is er geen symmetrie, geen universum. Alles wat is, ook het lijden, denken, de onwetendheid, de onzekerheid, is een voorwaarde omdat alles kan bestaan. Is dat niet iets groots?
Ik vrees toch voor een soort kilheid in de omgang met anderen.
Als de “werking van het zelf” gezien wordt, is het dan niet meteen al weg? Het is geen bewust of een onbewust proces wat zich afspeelt. Kan het zien tegelijk een mededogende handeling zijn? De kennis van het “zelf” maakt een groter begrip voor anderen mogelijk. De vraag is of het mogelijk is om met een boek zoals de I Tjing het “zelf” te doorgronden?
Is het mogelijk?
Moet ik u een antwoord hierop geven? Zal u het dan geloven? Wilt u dat ik een bewijs lever? Wilt u dat ik u overtuig? Is het dat? Wat wilt u? En wie wilt dat? Welke neiging is op zoek naar zekerheid op deze vraag?
Kan ik die neiging “niet” hebben? Het is misschien mijn natuur?
Dan is het prima.
En als ik de neiging tot zekerheid toch kwijt wil? Wat dan?
Een wilde hond kunt u een muilband aandoen. Hij zal niet bijten, maar wild blijft hij toch. U kan hem ook castreren. De I Tjing zal niet muilkorven.
Dus de I Tjing castreert?
Is er de mogelijkheid om het lijden in één ogenblik weg te nemen. Dat was de basis van ons onderzoek waaruit deze gesprekken zijn ontstaan. U bestrijdt de problemen niet. U laat het ook niet toe. U ziet de werking ervan in uzelf en het houdt meteen op. Is dat niet een enorme kans? En is dat niet ethisch? De neigingen en motieven vallen niet weg. De grond van de neiging is verdwenen. Wat schiet er dan nog over?
God?
Het begrip “god” is een definitie, een bepaling en een conventie binnen een bepaalde cultuur. Het godsbegrip is geconditioneerd. Men zoekt naar iets wat men al heeft gedefinieerd? Kan het dan “god” zijn? Is “god” een definitie? Er bestaan duidenden boeken over wat men “god” noemt. Hier doet het niets ter zake. We willen het niet over definities en begrippen hebben. Kijk, als de grond van de “werking van het zelf” zich omvormt tot leegte, tot een nietsheid, wat schiet er dan nog over? Waar maakt men zich dan druk over?
Dat is nihilisme?
U geeft opnieuw een definitie, een duiding van wat u al kent. Hier wordt niet dàt bedoelt.
Wat dan wel?
De lijnen in de I Tjing tonen helder de werkelijkheid aan, zoals die is, en ook de lege achtergrond. In die achtergrond is alles mogelijk. Als de hoofdzaak duidelijk is, dan is men minder bekommerd om de details. Als de grote lijnen in evenwicht zijn, dan zijn ook de details in orde. Dan gaat het vanzelf.
Is mijn echtscheiding een detail? Mijn ex-vrouw heeft mij bedrogen. Ik zie mijn kinderen niet? Is dat een detail? Mijn ex-werkgever maakt woekerwinst op de kap van anderen, is dat een detail? Ik voel mij kwaad worden?
U bent al kwaad.
Ja.
En wilt u deze kwaadheid behouden?
Neen. Maar ik wil niet onverschillig blijven. Het raakt me.
Natuurlijk raakt het u. Dat is prima. Maar wilt u in deze kwaadheid verder leven?
Uiteindelijk niet, neen.
Kan u liefde voelen voor uw kinderen als u in kwaadheid leeft, Kan u liefdevol met collega’s, klanten en anderen omgaan zolang u kwaad blijft op uw werkgever? Iets in u wilt dat de werkelijkheid anders zou zijn dan dat deze is.
Jazeker. Maar die kwaadheid lucht op.
U bent kwaad omdat het deugt doet? Ok. Het lucht op. U bent kwaad voor uzelf. En wat als het genot van het kwaad-zijn ophoudt?
Maar het houdt niet op. Desnoods ben ik kwaad omdat ik kwaad blijf? Zoiets.
Wie u bent en de kwaadheid die u voelt zijn één en hetzelfde, toch? Wat is het patroon? Het “zelf” is gekwetst, geraakt, gepest, gepijnigd, en het “zelf” denkt bij zichzelf dat het dit niet wil, en dat er een manier moet zijn om zich niet gepijnigd en niet geketst te voelen. We gaan vervolgens op zoek naar een methode, een weg, een moraal, om eruit te geraken. Het “zelf” wil zich goed voelen, wil veiligheid, duidelijkheid en erkenning. Dat is zijn “bestaan”. Maar naast “zijn” bestaan is er “het” bestaan. Als de “grond” voor het “zelf” echter wegvalt, is er dan niet minder frustratie? Is er dan nog inspanning nodig om er uit te geraken? Kan een systeem of een methode ooit het “zelf” aan banden leggen? Of is een dergelijke poging op zich alweer een nieuwe truc van het zelf om te kunnen bestaan?
Ik ben me niet altijd zo bewust van dat patroon? Het gebeurt gewoon. Het gaat aan de loop met me.
De “werking van het zelf” is een vorm van bewustzijn dat zich afsplitst van de grote bewustzijnsstroom, dat het universum is. Het lijkt op een “kleine wil” die zich afzet tegenover de “Grote Wil” van de kosmos. Het gebeurt zowel “bewust” als “onbewust”. Het is een patroon. Het zien van het patroon is op zich al voldoende? Probeer het. Probeer de I Tjing uit.
Als ik dit alles hoor, dan lijkt het me onmogelijk om zich zo voortdurend bewust te zijn van de “werking van het zelf”? Moet ik bij alles, en elk moment op de dag, de I Tjing om raad vragen? Dan ben ik afhankelijk van een boek, wat me absurd lijkt.
Het zou inderdaad absurd zijn om afhankelijk te zijn van de I Tjing.
In kloosters leeft men op basis van de Bijbel.
Zich tussen vier muren opsluiten is een mogelijkheid, maar het is geen voorwaarde om met aandacht te kunnen zien. De “wil van het zelf” is ook in een klooster erg actief. Contact willen hebben met Onze-Lieve-Heer is ambitie, niet? Wie wil er wie zien? Muren, rituelen, ascese, wat dan ook; daarmee houdt de “werking van de wil” niet op. Een zakenman liep met een monnik op straat. Zij waren aan het discussiëren over de zin van het leven. Op dat moment wordt er in de luxe wagen van de zakenman ingebroken. Zij zien beiden wat er gebeurt, maar de zakenman loopt gewoon verder, ook nadat de monnik er al twee keer op gewezen heeft dat er vandalen in zijn wagen aan het inbreken zijn. “Laat maar,” zegt de zakenman. Tot de monnik het niet meer uithoudt en zegt: “maar mijn bijbel ligt wel in uw wagen!”
Dus in een klooster lost de wil zich niet op?
Moet de wil zich oplossen? Een gezin doen draaien, een job doen, kinderen groot brengen, enz.. Alles is de mogelijke insteek tot zien. Het doet er niet toe waar men zich bevindt, wat de levenssituatie is en hoe men leeft. Het ene is niet “meer” of “beter” dan het andere. Het leven gaat gewoon zijn gang. Er vinden gebeurtenissen plaats, en goedschiks of kwaadschiks, de dingen gaan hun gang. In het boek der veranderingen is de overgang van een weke (yin) lijn in een sterke (yang) een positieve verandering die meestal wijst in de richting van vooruitgang. De overgang van een vaste lijn (yang) naar een weke (yin) is een omvorming en is vaak een achteruitgang. Vooruitgang en achteruitgang komen elk op hun juiste tijd. Het ene moment lost de wil zich beter op, het andere moment doet de wil zich beter gelden.
Dus de I Tjing vraagt geen overgave of onderwerping?
Het hangt altijd van de situatie zelf af. Er zijn geen kunstmatige wetten en regels voorhanden. Dat maakt het moeilijk. Als er al overgave gevraagd wordt, dan is het een overgave aan de veranderingen, aan de stroom en de flexibiliteit van het leven, terwijl het “zelf” zo graag zekerheden wil. Kunnen we ten allen tijde juist datgene doen wat een gegeven situatie van ons verlangt, zonder ongecontroleerde veronderstellingen vooraf, zonder vooringenomenheid en opgelegde moraal? De afbeelding op de voorkaft van de I Tjing uitgave van Richard Wilhelm toont het oude karakter voor “kameleon”. Een kameleon past zich aan, neemt een afwachtende houding en slaat onverwacht en op het juiste moment toe door flitsend zijn tong naar buiten te gooien. Zo vangt hij zijn voedsel. Op het juiste moment. Het komt als uit de hemel neergedaald. Het teken ziet er zo uit:

Is er op de achtergrond van de I Tjing een soort “Grote Wil” die tot ons spreekt?
Wie de I Tjing geregeld om advies vraagt, krijgt naderhand een persoonlijk contact met het boek. Dat is heel vreemd. En soms wordt het in de hand gewerkt door enkele orakelteksten die in de ik-vorm zijn geformuleerd. Het is op zich niet zo belangrijk. Afhankelijk van de situatie en de context van de vraagsteller kunt u zien dat er soms sprake is van tussenkomsten door een grotere wil. Soms is het de eigen wil die in harmonie is met de situatie van het moment. Vooral de “b-commentaren” bij het derde boek van Richard Wilhelm spreken geregeld van “de wil”. “Zijn wil is onwrikbaar” bij hexagram 10, Het Optreden, lijn drie, en “de wil geschied” bij de vierde lijn van hetzelfde hexagram. Bij de eerste lijn van hexagram 11, De Vrede is “de wil naar buiten gericht”, terwijl bij dezelfde lijn van het volgende hexagram, De Stilstand, nr. 12, de “wil naar de heer is gericht”. Bij hexagram 13, De Gemeenschap Met Mensen staat op de zesde lijn dat de “wil nog niet bevredigd is”. Op de vijfde lijn van het volgende hexagram, nummer 14, Het Bezit Van Het Grote, spreekt de I Tjing van “door zijn betrouwbaarheid wekt hij de wil van anderen op”. Op de eerste lijn van hexagram 16, de Geestdrift, staat dat “de wil belemmerd wordt”, maar op de vierde plaats van hetzelfde hexagram “geschiedt zijn wil in het grote”. Bij de derde lijn van hexagram 17, Het Navolgen, wordt gezegd: “dan geeft de wil de onderste op”. Bij de bovenste lijn van hexagram 19, De Toenadering zien we dan weer dat “de wil naar binnen is gericht”. En de bovenste lijn bij De Bekoorlijkheid, hexagram 22, “krijgt wat hij wil”. De eerste lijn van hexagram 25, de Onschuld, zegt dan weer dat “onschuldige levenwandel zijn wil bereikt”. Zo gaat het verder, met adviezen die betrekking hebben op het “willen”.
Mijn vraag is of ik de eigen wil zomaar achterwege kan laten? Ik ervaar veel weerstand tegen de adviezen die ik krijg?
Er is geen wet. Het is niet zo dat u iets “moet” doen. Het boek stelt gewoon vast dat de situatie is wat ze is, en ook welke richting deze noodzakelijkerwijze lijkt te gaan volgen. Door de vele antwoorden en de ervaringen met wat dan uiteindelijk is geweest, en door daarop terug te kijken, ontstaat een intuïtief inzicht in de gebeurtenissen van het leven. Door het te zien is er een rust in het hart. Door het zien is er de directe handeling. Door het te zien is er ook een mentale bevrediging, een soort van begrijpen, zonder dat aan het mysterie van wat-is iets wordt afgedaan. Meestal “wil” het “zelf” iets anders dan dat er is. Dat betekent conflict. Waar een wil is, is men weg, weg van de eenheid, de waarheid en het leven.
Is het goed om elke dag, en over alles, de I Tjing te raadplegen?
Wel, dat hangt ervan af. De I Tjing is slechts een insteek. Het is geen vervanging voor het leven zelf. Het boek is een kans, een mogelijkheid. Het wijst ons een richting aan die we kunnen opgaan. Is het mogelijk om onszelf dagelijks te laten vernieuwen? Leidt deze vorm van dagelijkse zelf-vernieuwing, door zien, tot een innerlijke kracht die bestendig is, en niet een eenmalige shoot? Soms is er een tijd van rust en gewoonte. Dat is een gemakkelijke periode in het leven. Soms is het een tijd van beslissen en bewegen. Dan is de innerlijke kracht van de persoonlijkheid een mogelijkheid. Het is een vorm van innerlijke revolutie. De vraag is of dit mogelijk is?
Waar kunnen we, wat u nu vertelt, in de I Tjing terugvinden?
Hexagram 26, De Temmende Kracht van het Grote” heeft het erover. “Vastheid en kracht. Echtheid en waarheid. Glans en licht. Dagelijks vernieuwt hij zijn deugt”. Kijk, het zien van de “werking van het zelf” is niet een eenmalige daad. Kunnen we zien hoe de stroom van het tao plaatsvindt? Kunnen we dit “zien” vasthouden en weer loslaten, vasthouden en weer loslaten…? Kunnen we bij elke daad, elk woord en elke gedachte zien hoe het “zelf” probeert de touwtjes in handen te krijgen, en kunnen we, met dit te zien, er bevrijdt van zijn?
Ik denk van wel. Het is een vorm van leegte.
Kan er in het leeg-zijn nog iets anders plaatsvinden?
Wat bedoelt u?
Is leeg-zijn het tegengestelde van volheid? Kunnen we van de volheid van het “zelf” dingen gaan afnemen, zodat het “zelf” leger wordt? Zal het daardoor afkolven, het “zelf”? Denkt u dat? Het “zelf” heeft dan weer iets om handen. Door zo intens naar leegte te streven, is het zelf uiteraard erg actief. Leeg-zijn is niet het tegengestelde van volheid. Leegte is een universum op zich. In de leegte is het stil, niet? Leegte betekent afwezigheid van iets of iemand. In de leegte is geen plaats voor lawaai. In de leegte is er een stilte die u niet kan bereiken. Zij komt of zij komt niet. In de leegte zwijgt het verlangen, de begeerte en de wil. Dàt zwijgen kan er eensklaps zijn. Elk moment opnieuw. U kunt het niet vasthouden. Dat is schepping.
Is dit de oorspronkelijke betekenis van het boek, van de I Tjing?
Algemeen wordt aangenomen dat de samenstellers van het boek mystici of sjamanen moeten zijn geweest. Zij hebben een universele waarheid aan het licht gebracht via beelden, spreuken en lijnen. Er liggen verborgen schatten in de woorden en daden uit het verleden. Op dit moment is dat verleden dood. Het verleden is oud en voorbij. Daarom is het beeld van hexagram 26, De Temmende Kracht van het Grote, zo duidelijk als het zegt: “Zo leert de edele vele woorden uit vroeger tijd en daden uit het verleden kennen, om daardoor zijn karakter te stalen”, waarbij het commentaar als volgt is: “dit is de juiste manier van studeren: zich niet te beperken tot historische kennis, maar het historische, door het toe te passen, steeds weer actueel te maken”. Bij de zesde lijn van dit hexagram “vindt men de weg naar de hemel”. Schepping bouwt verder op het voorgaande, maar is toch ook nieuw, precies omdat het een andere gestalte aanneemt dan al het voorgaande. De “werking van het zelf” is inherent aan het mens-zijn, alsook de patronen die het vormt, en waaruit het bestaat. Die patronen zijn klassiek, traditioneel en behoudsgezind, maar ondanks dit alles is het “zelf” tegelijk het instrument waarmee gezien kan worden hoe het zelf tewerk gaat. En dit zien is dus schepping. Dit zien is het nieuwe. Dit zien is de stilte in de leegte. Alleen in de stille leegte is er liefde en schepping mogelijk. Dit te zien is een staat van “volliefdigheid”. Bij iedereen kan het gebeuren. Alleen het zien van de werkelijkheid, zoals die is, wat dan ook, brengt een eigen inzicht tot stand, en daaruit volgt al de rest. Het is een alleen-zijn zonder eenzaamheid. Als men er met aandacht naar kijkt, en het boek bestudeert, dan bestaat de kans dat er plotseling een verbinding is, doorheen de tijd, en dat het gezien wordt.
Wat moet er gezien worden?
Het “kan” gezien worden. Dan ontstaat er een soort “gat in de tijd”. Dan is tijd en ruimte afwezig. Het is mogelijk. Echt waar.
Toelichting
1. Tao
Het Chinese begrip tao kent geen woord in het Nederlands dat dezelfde betekenis heeft. Men kan het enkel omschrijven. Tao betekent in zekere zin “de weg” dat de natuur volgt. Toch dekt het woord “de weg” niet de volle lading van dit bijzondere begrip. Tao is de stroom van het leven. Richard Wilhelm vertaalt het met “de zin”. Tao ziet men als bron, als oorzaak van al wat is, maar niet enkel als oorzaak, maar ook als het inwonende. Al wat er is, is in tao én is de oorzaak van al de dingen die er in vervat liggen. Buiten dit tao is er gewoon niets. De “tienduizend dingen” hadden door tao op geen enkele andere wijze, of in een andere orde, kunnen worden voortgebracht, dan zoals ze inderdaad zijn. Daarom ook is tao de enige vrije handeling. Er is namelijk niets, buiten het tao, dat kan handelen of dat gedwongen is van daarbuiten. Dus het tao handelt alleen krachtens de eigen innerlijke wetten, en is door niets anders genoodzaakt. Al wat bestaat, bestaat in tao, in het heel-al, en niets is zonder tao denkbaar of bestaanbaar. Alles, in wezen, hangt af van dit tao. In moderne taal gezegd is tao het “universum” zoals we het op dit moment kennen. Maar dat universum is nog steeds een mysterie voor het menselijke denken. Ook het Chinese tao is mysterieus. Het is oneindig, eeuwig, enig, onpersoonlijk en enkel door, en uit zichzelf bestaande, waarbuiten niets anders bestaat dat scheppend is. Het is de inwonende oorzaak én het uiteindelijke doel. Dit tao is organisch en leeft. Het toont zich aan ons via de openbaring van het bewustzijn (denken, geest of yang) en de ruimtetijd (materie, tijd, ruimte of yin). Beide zijn in wezen gelijk. Door hun samenvloeien ontstaan de “tienduizend dingen” (=alles). Dus yin en yang zijn de aspecten van één grondbeginsel.
2. Yang en Yin
Hexagram 1, Het Scheppende, bestaat uit zes ongebroken lijnen, en wel als volgt:


Dit hexagram (een beeld dat bestaat uit zes op elkaar staande lijnen) heeft in de I Tjing het nummer 1 en bestaat uit tweemaal het trigram “Het Scheppende” of “De Hemel”. Het hexagram in zijn geheel staat voor een open heldere hemel, en heeft als associaties: sterkte, kracht, leiding, macht, grootsheid, initiatief, enz..
Yangenergie is scheppend, extravert, actief, en wijst op initiatief, beweging, dynamiek, stimulans en drang. De energie is doelgericht en de focus ligt op de toekomst. Het vernietigt wat al vastligt en stuurt aan op vernieuwing. Yang wijst verder op de eenheid en heelheid van de dingen. Het is sterk, licht, stevig, vast en correct. Het is de tijd van handelen en van dominantie. Yang staat voor stapsgewijze ontwikkeling, evolutie, sturing en leiderschap. Het is de tijd waarin initiatief en inmenging wordt vereist.
Yinenergie is ontvangend van aard, introvert, ontvankelijk, passief, en verwijst naar rust, concretiseren, bouwen, vestigen, vasthouden, traditie, beperken, behouden, structureren, onderhouden en begrenzen. Het zet aan tot stilhouden en reflectie. Het is een open energie, adapterend en uitbreidend in de ruimte. Yin wijst op openen, ontsluiten, uitbarsten, ontkiemen, baren, zwoegen, soepelheid en aanpassing. Yin is verder flexibel, inschikkelijk, zacht, donker, zwak en buigzaam. Het geeft de raad om de dingen te laten zoals ze zijn en mee te stromen met de tijd, om zich over te geven aan de flow van het leven.
3. Trigrammen
Trigrammen
zijn drie lijnen die men op elkaar plaatst. Een YANGlijn
is een actieve lijn, heeft de binaire waarde één en
wordt getekend als een ononderbroken rechte lijn (
). Een YINlijn
is een receptieve lijn, heeft daardoor de binaire getalwaarde O en
wordt getekend als een onderbroken lijn (
).
Er zijn acht trigrammen die, in combinatie met elkaar, uitdeinen in 64 hexagrammen (= zes lijnen op elkaar) die ook wel “tekenen” of “symbolen” worden genoemd. Zij vormen samen de I Tjing. Men zou kunnen spreken van "het schaakspel van het leven" (op het schaakbord zijn eveneens 64 vakjes).
De trigrammen en hun
belangrijkste betekenissen zijn:
1. HEMEL
= yang/yang/yang = 111 = Het
Scheppende
= energie, vader, potentie, initiatief, bevruchten, kracht, sterk,
tijd, ...
Tj’ien

2. MEER
= yang/yang/yin = 110 = Het
Blijmoedige
= mond, communicatie, feesten, praten, overleg, vreugde, taal, ...
Twei

3. VUUR
= yang/yin/yang = 101 = Het
Zich-Hechtende
= verstand, logos, inzicht, analyse, oog, helder, vlam, begrip, dag,
...
Li

4.
DONDER
= yang/yin/yin = 100 = Het
Opwindende
= aanvang, kabaal, start, boem, oudste zoon, bewegend, reizen, ...
Tsjen

5. WIND = yin/yang/yang = 011 = Het Zachtmoedige = rijpend, indringend, groei, fascinatie, oudste dochter, verderf, ...
Soen

6. WATER = yin/yang/yin = 010 = Het Onpeilbare = ziel, hart, oor, gevaar, verborgen, stromend, aanvoelen, intuïtief, ...
K’an

7. BERG
= yin/yin/yang = 001 = Het
Stilhouden
= rug, meditatie, einde, dood, rustend in vrede, alleen, wijs, stil,
...
Ken

8. AARDE
= yin/yin/yin = 000 = Het
Ontvangende
= materie, moeder, opname, baarmoeder, baren, receptief, massa, ...
K’oen

4. Hexagrammen
Plaatst men twee trigrammen op elkaar, dan verkrijgt men een hexagram. Elk hexagram heeft:
een schriftteken (een Chinees karakter)
een naam
een getal
een oordeel
een beeld
zes lijnen (van onder naar boven)
Men
kan een hexagram omzetten in een binaire code. Het hexagram 1: Het
Scheppende, bestaat uit zes yanglijnen en heeft dus als binaire code
111111.
Zowel bij de trigrammen (drie lijnen) als bij de hexagrammen (zes lijnen) vertrekt men in de duiding van onderen uit en gaat men vervolgens naar boven. De eerste lijn is dus de onderste lijn. Vervolgens heeft men de tweede, derde, vierde en vijfde lijn. De zesde lijn wordt traditioneel de bovenste lijn genoemd.
5. Chün-Tzu
Wie de I Tjing om advies vraagt is een Chün-Tzu. Het woord Chün-Tzu valt in feite niet te vertalen. Het was oorspronkelijk een aanduiding van een adellijke rang. Vandaar wellicht dat Wilhelm het vertaalt met "edele". Psychologisch zou u het de "positieve en lichtende kant van de persoonlijkheid" kunnen noemen, de kant die erop gericht is constructief en opbouwend te handelen en waarbij de motieven van het individu gericht zijn op mededogen en vriendelijkheid. De andere kant, de schaduwzijde van onze persoonlijkheid bestaat ook, maar voor die zijn de orakels en adviezen van de I Tjing niet bedoeld. In blindheid wordt men her en der bewogen naargelang de uiterlijke omstandigheden zijn, en er is geen rust, geen bewustzijn van zichzelf en geen besef van tao en de dingen. Als het lijden door entropie ophoudt is men dood. De Chün-Tzu, voorzover deze als edel kan gezien worden, is niet door emoties bewogen, houdt niet op te bestaan, en is steeds in rust in de beweging, omdat hij de werking van het zelf en het tao ziet. Het zien van de eenheid tussen het “zelf” en het “heelal” geeft aan de Chün-tzu een rust en innerlijke blijheid. Zijn geluk en vrijheid liggen dus in het zien van de handelingen, de noodwendigheid en de samenhang van al de verschijnselen in het universum en in het leven. Omdat men dit ziet, is men blij, en al de begeerte, al het willen van het denken en het zelf houden op. Dit gebeurt niet vanuit een daad, maar het ontstaat bij het zien zelf.
6. De Eeuwige Tijd
In de winter valt er sneeuw. In de zomer schijnt de zon. In het orakel ligt de klemtoon op het archetypische karakter van een tijdsaspect, waarbij een vast patroon, een terugkerende gebeurtenis, een psychische of inhoudelijke neiging van betekenis naar boven drijft. Hoe de concrete uitwerking zal zijn, waar het effectief in resulteert, dat is niet met zekerheid vast te stellen. Zowel in de natuurkunde als met de intuïtie is het zo gesteld dat het resultaat probalistisch van aard is; een waarschijnlijkheid en dus geen zekerheid.
Het onzekerheidsprincipe speelt steeds zijn rol. In principe zijn gebeurtenissen als het ware exact te voorspellen, maar de beperktheid van het menselijke denken laat dit niet toe. De kwantumonzekerheid is geen onzekerheid, maar een onwetendheid.
De kosmische “Eeuwige Tijd” ligt als een soort van achtergrondruis roerloos in haar zijnstoestand. Een torenvalk fladdert aan de hemel en blijft toch stil hangen in de lucht. Dat is wat ermee bedoeld wordt. Ondanks alle veranderingen en bewegingen op de voorgrond van het leven, is de achtergrond een soort eeuwige stilte. In de I Tjing spreekt men van de “Voorwereldlijke Orde” of van de “volgorde van Fu Hsi”. Deze wordt ook wel de He Tou genoemd. De trigrammen in de He Tou houden elkaar in balans, heffen elkaar op. Ze zijn tegengesteld aan elkaar en staan in een symmetrisch verband.
Deze volgorde van de trigrammen ziet er als volgt uit:
7. De Cyclische Tijd
De “Cyclische Tijd” is de tijd van de natuur, en van de wereld, en zij is terug te vinden in de “Nawereldlijke Orde” van de trigrammen in de I Tjing. Deze wordt ook wel “de volgorde van Koning Wen” genoemd, of ook wel de Lo Shou. De beweging van de trigrammen vertrekt vanuit het oosten (voor de Chinezen ligt het oosten links) en verloopt stapsgewijze, waarbij eindpunt en beginpunt elkaar opvolgen, zodat een nieuwe cyclus kan beginnen:

De beide “volgordes”, de He Tou en de Lo Sou, komen aan bod in het boek der veranderingen. Er wordt rekening gehouden met de achterliggende filosofische “is-heid” van het bestaan, alsook met de seizoensgebonden wereldse wisseling van opgang en ondergang, en met vaste cyclische natuurwetten van sterren en planeten.
OPZOEKTABEL
Als u een vraag stelt aan de I Tjing, en u hebt de munten opgegooid, de waarden ervan opgeteld, en de lijnen van onderaan opgebouwd, naar boven toe, dan verkrijgt u een hexagram. De onderste drie lijnen samen heten het onderste trigram. De bovenste drie lijnen bovenaan vormen het bovenste trigram. In de opzoektabel staan de onderste trigrammen aan de rechter- en linkerkant. De bovenste trigrammen staan in de tabel bovenaan. Waar u nu horizontaal en verticaal met elkaar verbindt, krijgt u het nummer van het gevonden hexagram.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1 |
11 |
34 |
5 |
26 |
9 |
14 |
43 |
|
|
|
12 |
2 |
16 |
8 |
23 |
20
|
35 |
45 |
|
|
|
25 |
24 |
51 |
3 |
27 |
42 |
21 |
17 |
|
|
|
6 |
7 |
40 |
29 |
4 |
59 |
64 |
47 |
|
|
|
33 |
15 |
62 |
39 |
52 |
53 |
56 |
31 |
|
|
|
44 |
46 |
32 |
48 |
18 |
57 |
50 |
28 |
|
|
|
13 |
36 |
55 |
63 |
22 |
37 |
30 |
49 |
|
|
|
10 |
19 |
54 |
60 |
41 |
61 |
38 |
58 |
|
Lijst met hexagrammen in de I Tjing
Nummer Naam Hexagram Onderste Bovenste
Trigram Trigram
DEEL I
1. Het Scheppende Hemel Hemel
2. Het Ontvangende Aarde Aarde
3. De Aanvangsmoeilijkheid Donder Water
4. De Jeugddwaasheid Water Berg
5. Het Wachten Hemel Water
6. De Strijd Water Hemel
7. Het Leger Water Aarde
8. De Aaneengeslotenheid Aarde Water
9. De Temmende Kracht van het Kleine Hemel Wind
10. Het Optreden Meer Hemel
11. De Vrede Hemel Aarde
12. De Stilstand Aarde Hemel
13. De Gemeenschap Met Mensen Vuur Hemel
14. Het Bezit van het Grote Hemel Vuur
15. De Bescheidenheid Berg Aarde
16. De Geestdrift Aarde Donder
17. Het Navolgen Donder Meer
18. Het Werk aan het Bedorvene Wind Berg
19. De Toenadering Meer Aarde
20. De Beschouwing Aarde Wind
21. Het Doorbijten Donder Vuur
22. De Bekoorlijkheid Vuur Berg
23. De Versplintering Aarde Berg
24. De Ommekeer (Het Keerpunt) Donder Aarde
25. De Onschuld Donder Hemel
26. De Temmende Kracht van het Grote Hemel Berg
27. De Voeding Donder Berg
28. Overwicht van het Grote Wind Meer
29. Het Onpeilbare Water Water
30. Het Zich-Hechtende Vuur Vuur
DEEL II
31. De Inwerking (Het Hofmaken) Berg Meer
32. De Duurzaamheid Wind Donder
33. De Terugtocht Berg Hemel
34. De Macht van het Grote Hemel Donder
35. De Vooruitgang Aarde Vuur
36. De Verduistering van het Licht Vuur Aarde
37. Het Gezin Vuur Wind
38. De Tegenstelling Meer Vuur
39. De Hindernis Berg Water
40. De Bevrijding Water Donder
41. De Vermindering Meer Berg
42. De Vermeerdering Donder Wind
43. De Doorbraak Hemel Meer
44. Het Tegemoetkomen Wind Hemel
45. Het Verzamelen Aarde Meer
46. Het Omhoogdringen Aarde Wind
47. De Benauwenis (De Uitputting) Meer Water
48. De Waterput Wind Water
49. De Omwenteling (Het Ruien) Vuur Meer
50. De Spijspot Vuur Hout
51. Het Opwindende (De Schok) Donder Donder
52. Het Stilhouden Berg Berg
53. De Ontwikkeling Berg Wind
54. Het Huwende Meisje Meer Donder
55. De Volheid Vuur Donder
56. De Zwerver Berg Vuur
57. Het Zachtmoedige (Het Indringende) Wind Wind
58. Het Blijmoedige Meer Meer
59. De Oplossing Water Wind
60. De Beperking Meer Water
61. Innerlijke Waarheid Meer Wind
62. Het Overwicht van het Kleine Berg Donder
63. Na de Voleinding Vuur Water
64. Voor de Voleinding Water Vuur
MEER WETEN
- Wilhelm, Richard, I Tjing. Het Boek der Veranderingen [vertaald uit het Duits door A. Hochberg-van Wallinga; met toelichting van Richard Wilhelm; met een voorwoord door prof. dr. C.G. Jung], Deventer (Ankh-Hermes),20e druk 2006 ISBN 90-202-4785-9 . Dat is de meest gebruikte Nederlandse vertaling, 1e druk verscheen in 1953, oorspronkelijk Duits werk is in 1924 verschenen als I Ging. Das Buch der Wandlungen.
- Boering Han, I Tjing voor de 21ste eeuw, het boek der veranderingen, Servire, 2003, ISBN-13: 9789021598475 – ISBN-10: 9021598477, 544 blz..




