Draait de wereld door?
Over aandacht en zien
Hebben politiek, religie, wetenschap en economie onze problemen opgelost? Is de mensheid erin geslaagd, om in tienduizend jaar tijd, zichzelf te ontstijgen? Is er iets, wat door mensenhanden is vervaardigd of door het menselijke brein is bedacht, dat vrijheid heeft gebracht? Staat de individuele mens vrij in de wereld? Is hij vrij van ellende, conflict, problemen en zorgen? Een gezegde klinkt als volgt: “zo binnen, zo buiten”. Kan het dat de buitenwereld rustig en vredevol is als er, innerlijk en psychisch, conflicten heer en meester zijn? Kan dit werkelijk?
Steeds weer, in alle tijden, en tot dusver, hebben mensen en volkeren de dualiteit in stand gehouden. “Er is iets” en er “zou iets anders moeten zijn”. Dit is conflict. Het is onrust, niet? En wat doet men, in de hoop het roer in eigen handen te krijgen? Er worden ideeën naar voren gebracht, plannen uitgetekend. Men probeert anderen te overtuigen, mensen tot beweging aan te zetten, hen in groepen bijeen te brengen, hen in bepaalde zaken te laten geloven. Fundamenteel is er doorheen de eeuwen niets veranderd. De dingen die nu worden bedacht ontstaan uit dezelfde innerlijke denkpatronen zoals die vroeger waren. Er is die eeuwige terugkeer van de oeroude, tot verdoemenis leidende, pollutie van de geest.
Alle denken moet wel oud zijn, omdat het bestaat door middel van vergelijking, en als men vergelijkt doet men dat met iets wat al is gekend, iets wat al bestaat, en dus al voorbij is. Al wat men denkt is out, omdat het geconditioneerd is, en streeft naar vaste waarden en vooropgezette idealen. Gedachten zijn zaken die dood zijn, en dus statisch, en niet meevloeien met het leven, niet zoekend naar wat echt vernieuwend is? Trouwens, bestaat dat, iets wat echt nieuw is, iets wat we niet hebben bedacht, geërfd, aangeleerd of opgepikt? Is er iets mogelijk dat waarlijk nieuw is, dat leven geeft in plaats van het vernietigt? Kan er iets nieuws ervaren worden als men ingebed ligt in de doodskist van het oude? Kunnen jonge mannen verleid worden door oude wijven, om het eens plastisch uit te drukken? Kan de geest zich met een stalen kooi bevrijden uit een stenen gevangenis van overtuigingen en van vooringenomenheid? Natuurlijk “draait de wereld door”, zoals onze planeet al miljoenen jaren om haar eigen as doordraait. Zij heeft asteroïden en ander natuurgeweld overleefd, en zij zal allicht ook de mensheid en de opwarming doorstaan. Dat is haar bestaansrecht. Daar gaat het hier niet om. De mens maakt deel uit van de natuur op aarde, en net als alle vormen van natuur, is er een opvolging van geboorte, groei en verval. Vernietiging is een natuurlijk gegeven. De daden van de mens zijn bewegingen van de natuur.
Wat we doen is wat we zijn. Maar de mens en de planeet aarde zijn slechts een klein gegeven in een veel groter geheel. De mens is een detail in de geschiedenis van het heelal. De vraag of de mens zijn eigen biotoop door vervuiling zal vernietigen doet er niet toe. De echte vraag is of we de dwang in ons hoofd ooit kwijt geraken? Kunnen we al ons denken en onze overtuigingen achter ons laten; al onze jaloezie, afgunst, ambitie, bezitsdrang en driften? Deze vraag is onlosmakend verbonden met de kern van het bestaan zelf. Bestaat er iets dat niet eindig is? Bestaat er iets, afgesplitst van het geheel, dat on-eindig is? Of is de enige zekerheid, waar men naar zoekt, die van het voortdurend veranderende? Dus kan de “waarheid” au fond statisch zijn? Of is “waarheid” iets, een ontdekken of een zien, dat van moment op moment een andere aanblik heeft? Zou de wereld werkelijk losgeslagen zijn? Of is de gekte precies het willen vasthouden aan dat-wat-er-nu-is? Is de drang naar stabiliteit, naar veiligheid, naar genot en een blijvende vreugde wel een adequate manier van zijn? Leid dit ons ergens naartoe? Of is het een gevecht tegen bierkaaien, tegen windmolens? Kan er een niet-doordraaien zijn? Moet de aarde tot stilstand komen? Moet het denken tot stilstand gebracht worden? En kan dit wel? Is dit streven niet net een vorm van mentaal doordraaien? Wij proberen op één of andere manier orde te creëren. We doen pogingen om tot rust te komen. Kan er evenwel orde zijn als het denken in chaos is? Kan er vrede zijn als men innerlijk door conflicten is verscheurd? Is een crisis in de wereld een andere crisis dan deze die zich afspeelt in elk individueel brein?
Dit zijn geen suggesties of retorische vragen. Iedereen moet trouwens zelf een antwoord op al deze vragen verzinnen. Zijn geluk, welvaart, natuurlijk evenwicht en gezondheid de normale gang van zaken? Sinds de oerknal koelt het heelal af, wat betekent dat er een beweging is van orde naar chaos. De dagelijkse realiteit is deze van de entropie, van warmteverlies, van een beweging van orde naar chaos. Als men de melk niet in de koelkast zet, wordt die zuur. Als het onkruid niet wordt gewied, dan overwoekert de tuin. Kortom; we leven, worden ziek, gerimpeld, oud, en we sterven; dat is de feitelijkheid van de entropie. Chaos, en het doordraaien, zijn wellicht niet de uitzondering, maar de regel. De moed hebben om hiernaar te kijken is het tezelfdertijd te ontstijgen. Naar de chaos in jezelf kijken, naar het verlangen, de ambitie, de destructie, de woede en afkeer, dat is er vrij van zijn. Het is plaats maken voor het nieuwe. Al het doodse van het verleden laat men achter zich. Alle methoden om aan de chaos te ontsnappen zijn gedoemd, omdat elke methodiek een gevolg is van het oude denken. Alle vormen van denken en van inspanning zijn een gebrek aan zien.
Als mensen zich verenigen rond één standpunt van denken, komt dan niet net meer conflict tot stand? Zijn compromissen, en is onderhandelen, wel een oplossing? Het is niet omdat je met velen iets foutief denkt dat het daardoor een waarheid wordt. Met miljoenen rond een steen gaan lopen in Mekka maakt nog niet dat die steen meer betekent dan wat hij is, namelijk een steen. De wereld die doordraait, dat is een wet. Het is een logisch gevolg van “wat-is”. Er kan niet iets anders zijn dan dat, dan een doordraaiende wereld. Wat zou er anders moeten zijn? Een wereld in stilstand? Kan er tegelijk stilstand zijn, waar men van droomt, én beweging, dat het leven is? Kunnen we de entropie tot stilstand brengen? Is het nodig om dit te doen? Of is het enkel maar een willen, een verlangen, een begeerte? Nochtans bestaat er een soort van evenwicht in het heelal. In de kosmos blijkt dat alles zich in een eeuwigdurende, symmetrische, toestand bevindt, waarbij ruimtetijd zich uitzet, en waar de onderdelen in de ruimtetijd gelijkmatig zijn uitgestrooid. Tegenover deze stille symmetrische toestand, dat het heelal is, speelt zich een verwoede strijd af op aarde en in elk mensenleven; tussen het her en het der, het dit én dàt, de ik en de jij.
Bij elke vorming van een groep ontstaat een tegengroep, bij elke gedachte een contragedachte, en elke stap voorwaarts creëert op hetzelfde moment een bewegen naar achter. Het nationalisme, boeddhisme, christendom, humanisme, communisme, en elke vorm van wetenschap of van identificatie, hebben de mens niet van conflicten, zorg en kommer bevrijd. Kan een individueel persoon zich losmaken van de vooringenomenheid die is aangeleerd in een groep? En kan een persoon geloof, ideologie, leraren, denkbeelden en abstracties helemaal aan zichzelf overlaten? Kan men naar zichzelf kijken en zien hoe “de werking van het zelf” in alles onherroepelijk leidt naar een hogere vorm van entropie, van chaos, van verval en vernietiging? Is er iets dat niet in het teken van het “heilige zelf” staat? Van boeken schrijven en essays, de modegrillen, de sportprestaties, de komiek willen uithangen, de actualiteit en het nieuws willen volgen, de roddel over de weetjes en de waan van de dag, over de kunstjes van de artiesten, het geld verdienen en zaken doen, tot de acties van milieu- en vredesactivisten; het zijn toch allemaal activiteiten van het zelf, met zijn ambities en het oneindig verlangen naar bestaanszekerheid, of niet soms? Kan het iets anders zijn? En schuilt hierin precies de adder achter het doordraaien en de ondergang?
Maar, hoor ik u denken, wat is dan het verzet tegen de entropie, tegen het verval, de oorlog en het conflict? Ook dat is het “zelf in werking”. Het is de eigenschap van het menselijke denken zelf. Kan het denken niet-dualistisch zijn? Het denken denkt trouwens dat het niet kan ten onder gaan. Maar gedachten zijn niet het leven. De “vinger die naar de maan wijst is niet de maan”. Het denken hecht zoveel belang aan zichzelf dat het zichzelf centraal plaatst in het leven, dat het zichzelf zo belangrijk acht dat al de rest ervoor moet wijken, ook het leven. Is dat niet het probleem? Dus, is dan niet de zelf-vernietiging de ultieme vorm van zelf-verwerkelijking. Waarmee niet gezegd is dat men zich fysiek bewust moet doden, wel integendeel, want zichzelf doden is een uiting van ongenoegen met “wat is”. Zichzelf doden is vragen om een “ander” soort leven, en is dus levenswil, maar waar een wil is, is men weg, weg van de “waarheid” en van de vrijheid. Kan men de stille, symmetrische achtergrond achter al het bewegen van de chaos zien? Of is het zien zelf al de stilte? Kan de “werking van het zelf” bij eenieder stoppen, maar dan willoos, keuzeloos? In zoverre men ziet “wat-is”, zoals het is, en “de werking van het zelf” doorgrondt, kan men de dualiteit ontstijgen, en houdt alle conflict op. Alle Mohammeds, Boeddha’s, systemen, boeken en methoden verliezen eensklaps hun betekenis.
Al het vechten en discussiëren houdt op, en men ziet zichzelf, naakt in een groots universum, dat zichzelf steeds vanzelf vernieuwt, en men komt nederig tot de vaststelling dat het niet om “ons” gaat, niet om “iemand”. Is de oorlog daarbuiten dan de weerspiegeling van de eigen innerlijke strijd? Kan er uiteindelijk wel iets anders worden gezien dan datgene wat men zelf is? Er wordt wanhopig gezocht naar oplossingen voor een probleem dat zich niet stelt, zoals iemand die een expeditie op touw zet om te gaan zoeken naar bomen op de top van de Himalaya.
Het voorgaande onderzoek leidt onherroepelijk tot enkele andere vragen. Wat is dan liefde? En kan men liefhebben door te kijken? Heeft het woord liefde überhaupt nog enige betekenis in onze context? Of is het woord verschraald tot partnerrelaties, seksualiteit, bezit en macht? Kan er liefde zijn als de geest vervuild is? Kan er liefde zijn zonder vrijheid? En is liefde, vrede en rust wel datgene wat iemand echt zoekt? Wat willen mensen in tijden van crisis? Is het liefde, veiligheid en erkenning waar men naar streeft? Maar als er streven is, kan er dan wel sprake zijn van liefde, vrede en rust?
Waar een streven van de wil is, moet dat ten koste gaan van iets of iemand anders, en dan is er geen liefde of vrede, maar blijft het een vorm van conflict. Dit is geen zuiverheid. Als men de blik naar binnen richt, dan valt de buitenwereld weg. Dan is er zien. Het is aandacht. Wat blijft er verder nog over? Als er niets meer is daarbuiten, ziet men de leegte bij zichzelf, en in die leegte kan datgene plaatsvinden waar het om gaat. Zonder iets te willen of te doen, maar door aandacht en het zien, is er de kans dat het naar je toekomt, als een hinde in een bos. Maar bij de minste beweging van de wil huppelt de “waarheid” –als die al bestaat- van je weg. Draait de wereld door? Draait het denken door? Zijn wij in staat om rust en liefde te creëren? Is het nodig om het doordraaien te stoppen? Kan men de kracht uit zichzelf putten, dat niet het afgescheidene is, maar de kracht van de oerknal die tot op heden scheppend bezig is?
Dit scheppende bewustzijn gaat aan alle tijd en aan alle denken voorbij. Het is meer dan louter gedachten, meer dan tijd. Misschien is het wel de enige werkelijkheid die zich moment na moment openbaart, en alles steeds weer nieuw maakt? Is het scheppende, als kosmisch beginsel, de geest van de tijd? Is de kosmische tijd van het zien dezelfde als de wereldtijd van het denken, van de vorm en van de psyche? Zijn verval, beweging en vernietiging de normale gang van zaken? Is liefde niet net het alles verterende vernietigen? Moet niet al het oude wijken? Kunnen we zien dat al wat we hebben ervaren, alles wat we al weten, voorbij is, en dus dood, en dat het achterlaten ervan vrijheid betekent? Is het niet deze vrijheid, en de leegte en eenzaamheid die ermee samengaan, die het mogelijk maken dat er iets nieuws komt? En is dat dan liefde? Plaats maken voor wat er komt? Is het passief ruimte scheppen door vrijheid niet het opgeven van “de werking van het zelf”? Is deze kijk op de zaken te zien door u?
Het is misschien moeilijk onder woorden gebracht. Toch is het te eenvoudig voor woorden. Het is alsof er een revolutie voor de deur staat. Niet de revolutie van een leider, een systeem of door het maken van wetten, maar geboren uit elk individu op zich. Het is een innerlijk ruien door het innerlijke zien. Als een baby huilt omdat het honger heeft, dan geeft de moeder het de borst, zonder dat zij er eerst een analyse van maakt, erover nadenkt, een wet volgt of er een boek over gaat lezen. Het kind heeft honger en de moeder handelt. Als er een zien is van de “waarheid”, dan wordt er direct gehandeld. Al de rest is afleiding en houdt de aandacht, het zien, verder weg. Meer nog dan een hekeldicht bestaat de ironie van het leven erin dat er een toeschouwer is die kijkt naar zijn eigen spel van spelen, en hij kan niet anders dan wachten, want elk voorbarig ingrijpen om de toekomst naar de hand te zetten leidt naar een des te vluggere ondergang. Kan men de realiteit onder ogen zien, in een woordeloos vertrouwen, zonder illusies en zelfbedrog? Dan kan het leven zijn eigen gang gaan, zoals het is, als een vanzelf. Men kan de loop van de gebeurtenissen niet eigenmachtig versnellen. Men kan kijken, wachten, bij een goed glas wijn of met een lekker feestmaal, maar voor de rest is het vooral een absoluut vergeten van al het oude. Een authentiek leven is al het gekende achter laten. Dan komt het nieuwe vanzelf tot stand, als bij een natuurwet, en al wat men doet is dan volmaakt volledig. Dit is een unieke ommekeer. Het is een staat van “volliefdigheid”.
(“Het Passiehuis”, Handzame, 21 december 2009)




